De verwoestende oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen de Islamitische Republiek Iran is uitgegroeid tot een transregionale, zo niet mondiale crisis. Ze heeft niet alleen de Iraanse infrastructuur getroffen en het leven van meer dan negentig miljoen mensen ontwricht, maar heeft ook de wereldwijde energiemarkt en de maritieme veiligheid in gevaar gebracht, terwijl ze de spanningen binnen de NAVO heeft vergroot en de mondiale politieke status quo heeft ontwricht.
De Amerikaanse regering bevindt zich in een lastige situatie. Ze is verwikkeld in een oorlog die haar een miljard dollar per dag kost en kan zich daar niet gemakkelijk uit terugtrekken, omdat ze niet kan verkondigen dat ze een 'overwinning' heeft behaald. Voor Washington zou elke terugtrekking zonder tastbaar resultaat worden gezien als een politieke nederlaag. En hoe langer het conflict duurt, hoe hoger de kosten van een beëindiging van de oorlog worden. Het Iraanse regime vecht van zijn kant voor zijn 'overleving'.
Die dynamiek maakt het conflict langer, duurder en gevaarlijker.
Van alle gevolgen van dit conflict is de crisis als gevolg van de sluiting van de Straat van Hormuz ongetwijfeld het meest opvallende feit op wereldschaal. Die zeestraat vormt namelijk een van de belangrijkste slagaders van het wereldwijde energietransport. Elke grote verstoring treft niet alleen Iran, de Golfstaten en de Verenigde Staten, maar veroorzaakt ook een schok voor de wereldeconomie.
Als de olie- en gasvoorraden uit de regio in de Straat van Hormuz worden geblokkeerd of beperkt, zijn de eerste gevolgen onmiddellijk voelbaar op de wereldmarkten: de olieprijs stijgt, de transportkosten nemen toe, maritieme verzekeringen worden duurder en de inflatie neemt overal toe. Grote industrieën in Europa en Azië zien hun energiekosten de hoogte in schieten. Uiteindelijk zijn het miljoenen arbeiders en consumenten over de hele wereld die de last van deze crisis dragen.
De sluiting van de Straat van Hormuz verstoort niet alleen de energiesector: ze ontwricht de wereldhandel grondig. In Afrika zijn de gevolgen onmiddellijk merkbaar en treffen ze de landbouw- en voedselmarkten, die al onder druk staan door de verstoringen in de aanvoer van meststoffen en granen, met volle kracht.
Voor de Verenigde Staten is deze crisis een echte politieke en militaire impasse geworden. Zolang de olie uit de Perzische Golf geblokkeerd blijft, kan Washington, zelfs als het dat zou willen, niet zomaar het einde van de oorlog aankondigen. Het openhouden van de Straat van Hormuz is namelijk een centraal element geworden van wat de Amerikanen zouden presenteren als een 'succes' in dit conflict.
Uit rapporten die op 17 en 18 maart zijn gepubliceerd, blijkt bovendien dat de sterke stijging van de energieprijzen de politieke druk op de Verenigde Staten heeft vergroot, ook binnen het land zelf.
Een ander cruciaal aspect van deze oorlog is de toename van de verdeeldheid binnen de NAVO. Washington heeft zijn Europese bondgenoten gevraagd mee te werken aan de vorming van een gezamenlijke zeemacht om de Straat van Hormuz weer open te stellen. Verschillende Europese landen hebben dat verzoek echter afgewezen.
Donald Trump heeft die houding scherp bekritiseerd en noemde de NAVO een 'eenrichtingsstraat': volgens hem financieren de Verenigde Staten dat bondgenootschap om de bescherming van de lidstaten te waarborgen, zonder in ruil daarvoor de verwachte hulp te krijgen als dat nodig is.
Die reactie weerspiegelt een diepere breuk. Al meer dan een jaar heeft Donald Trump de betrekkingen van de Verenigde Staten met talrijke traditionele bondgenoten verzwakt met invoerheffingen, dreigementen en minachtende uitspraken. Op bepaalde momenten heeft hij zelfs overwogen de controle over Groenland over te nemen, een Deens grondgebied dat onder de Europese Unie valt.
In die context is het logisch dat Europese regeringen Trumps oproep met scepsis ontvangen. Ze weten dat een directere betrokkenheid bij dit conflict ook Europa in een crisis met onzekere afloop zou kunnen meesleuren.
Zo heeft de oorlog tegen de Islamitische Republiek niet alleen het Midden-Oosten in brand gestoken, maar ook de samenhang van de westerse landen verzwakt. Die kwestie is cruciaal voor de toekomst van de NAVO: als de Verenigde Staten er op zo'n kritiek moment niet in slagen hun bondgenoten achter zich te scharen, zal hun aanspraak op wereldleiderschap verzwakt worden.
De wereldwijde gevolgen van deze oorlog beperken zich niet tot olie, noch tot de NAVO. Deze crisis dreigt tegelijkertijd verschillende gevaarlijke dynamieken te versterken.
• Ten eerste versterkt het de rivaliteit tussen de grootmachten. Elke grote crisis in het Midden-Oosten creëert zowel kansen als bedreigingen voor Rusland en China: ze profiteren van de verzwakking van de Amerikaanse positie, maar ondervinden tegelijkertijd de gevolgen van de instabiliteit op de wereldwijde energiemarkt.
• Ten tweede kan dit conflict nieuwe dynamieken van militarisering op wereldschaal in de hand werken. Als de taal van raketten en bommenwerpers de overhand krijgt op diplomatie, schept dat een gevaarlijk precedent voor andere conflicten.
• Ten derde wordt de wereld geconfronteerd met een nieuwe golf van economische instabiliteit. De stijging van de energieprijzen beperkt zich niet tot benzine en diesel: ze leidt tot een reeks prijsstijgingen in de sectoren transport, productie, voeding en diensten. Zoals altijd zijn het vooral de lagere klassen die de last dragen.
Toch ligt de belangrijkste uitdaging in het hart van Iran zelf. Al jaren kunnen de volkeren van Iran de Islamitische Republiek niet meer verdragen: corruptie, onderdrukking, onrechtvaardigheid, discriminatie, armoede en een gebrek aan perspectief zijn onbetwistbare realiteiten.
De oorlog bemoeilijkt echter het gedrag van de samenleving. Onder druk van raketten, explosies, gedwongen verplaatsingen en angst gaan de mensen geen wijdverbreide straatgevechten tegen het regime aan. In tijden van conflict is de prioriteit van veel gezinnen om te overleven: hun kinderen beschermen, medicijnen, brood, water en onderdak vinden. Deze situatie kan de sociale spanningen tijdelijk afremmen, maar ze niet doen verdwijnen.
Het is van cruciaal belang om één ding duidelijk te maken: het uiteindelijke lot van de Islamitische Republiek zal niet worden bepaald door bommenwerpers of raketten. Mocht het regime de aanvallen van buitenaf overleven, dan is dat nog geen garantie voor zijn voortbestaan op de lange termijn. Integendeel, zodra de vlammen van de oorlog zijn gedoofd, zal de Iraanse samenleving opnieuw worden geconfronteerd met al haar opgestapelde tegenstellingen. De onvrede, die zich jarenlang heeft geuit in stakingen, demonstraties, opstanden en dagelijks verzet, zal vroeg of laat weer de kop opsteken.
De ware bevrijding van de volkeren van Iran van tirannie, armoede, ongelijkheid en onrecht ligt volledig in hun eigen handen. De oorlog kan weliswaar het machtsevenwicht verstoren, het regime verzwakken of het wreder maken, maar hij schenkt geen vrijheid.
Vrijheid, gelijkheid en sociale emancipatie kunnen alleen worden veroverd door het bewuste en georganiseerde optreden van de volkeren zelf, in een strijd die, zodra het geraas van de raketten en bommen is weggeëbd, opnieuw zal oplaaien in het hart van de samenleving.
Houshang Sépéhr, Iraans revolutionair-marxistisch activist in ballingschap, voorzitter van Solidarité avec les travailleurs en Iran (STI), is lid van de Vierde Internationale en uitgever van L'Echo d'Iran.
Foto: De verwoesting in de provincie Tyre (Libanon) na een bombardement door Israël (foto Guy Smallman).
Dit artikel stond op ESSF. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen