Israëlische politie treedt hardhandig op tegen groeiende anti-oorlogsprotesten

Iddo Elam - 

Nu het verzet tegen de oorlog met Iran zich uitbreidt naar het politieke midden, krijgen demonstranten te maken met hardhandig optreden, terwijl oppositieleden nog steeds nergens te bekennen zijn.

De afgelopen maand heb ik me samen met andere Israëlische radicaal-linkse activisten verzameld op het Habima-plein in Tel Aviv om te protesteren tegen de oorlog met Iran. Wat begon als een demonstratie van amper 20 mensen is gestaag gegroeid: afgelopen zaterdag waren er meer dan 1.000 demonstranten, vergezeld door delen van de meer centristische anti-regeringsprotestbeweging, met parallelle bijeenkomsten op tientallen locaties in het hele land.

Die uitbreiding van onze anti-oorlogsprotesten lijkt de Israëlische politie van haar stuk te hebben gebracht en die heeft gereageerd met onevenredig en willekeurig geweld.

Vanaf het begin protesteerden we omdat de gevolgen van deze onwettige oorlog duidelijk waren. Ze dreigde een regionaal conflict te ontketenen dat talloze burgerslachtoffers in het Midden-Oosten zou eisen. Voor ons weerspiegelden de verklaarde doelstellingen ervan eerdere catastrofale westerse pogingen tot regimeverandering die niets anders opleverden dan langdurige instabiliteit en verwoesting.

Toch deden veel Israëlische media, samen met bijna alle joodse oppositieleden in de Knesset, er alles aan om de leugens van Trump en Netanyahu aan het Israëlische publiek te verkopen. En helaas zijn ze daar grotendeels in geslaagd.

In het begin was de opkomst minimaal. Drie dagen na het uitbreken van de oorlog stonden er slechts een handvol van ons op het plein; een week later waren we met bijna 100. Bij elk van die demonstraties arresteerde de politie één demonstrant en joeg de rest met geweld uiteen — door ons te duwen, te slaan en borden uit onze handen te rukken.

De afgelopen twee weken bleef de politie sterk aanwezig, maar nam de agressieve ontruiming af. Toen ons aantal groeide tot in de honderden, gingen de protesten door zonder grote incidenten. Maar zaterdag veranderde dat. Vanaf het moment dat we aankwamen, was het duidelijk dat de politie andere bedoelingen had.

Honderden gemilitariseerde grenspolitieagenten en reguliere agenten omsingelden het plein, met hun gezicht naar ons toe. Binnen enkele minuten nadat we onze eerste leuzen via de megafoon hadden geroepen, begonnen ze mensen op de grond te werpen. Vrijwel onmiddellijk volgden arrestaties. Onder de gearresteerden bevond zich mijn vriend Itamar Greenberg, een gewetensbezwaarde die al bij het eerste anti-oorlogsprotest was gearresteerd en onderworpen aan een onwettige fouillering.

De Israëlische politie beweerde in reactie op een vraag van +972 dat de demonstratie 'verboden was op grond van noodverordeningen' en dat agenten handelden in reactie op een 'reëel risico voor mensenlevens' vanwege de kans op raketalarmen. Dat is overduidelijk onjuist. Dit nodeloze machtsvertoon vond plaats ondanks het feit dat het plein boven een van de grootste openbare schuilkelders van Tel Aviv ligt, die duizenden inwoners bedient en binnen enkele minuten gemakkelijk alle demonstranten zou kunnen herbergen. Het echte probleem was onze boodschap.

Een gezamenlijk doel, een duidelijke tegenstander

Ondanks het snelle politieoptreden, of misschien juist daardoor, heerste er zaterdag een voelbaar gevoel van solidariteit op het plein. Ook al waren we het over weinig dingen eens, behalve over de noodzaak om de oorlog te beëindigen, op dat moment stonden we allemaal samen tegen een gemeenschappelijke tegenstander.

Ik ging met een aantal vrienden op de grond zitten in een poging weerstand te bieden aan de politie die het gebied wilde ontruimen. Het wekte alleen maar meer woede op. Vier grenspolitieagenten grepen me bij mijn armen en benen en sleepten me over de stoep. 'Sta nu maar gewoon op!', schreeuwde er een, terwijl een ander me op mijn buik dwong en een derde me opzij rukte. Ik zag de haat en woede in hun ogen. Hun geweld voelde minder als een poging om een protest uiteen te drijven dan als een poging om chaos te creëren en degenen onder ons te straffen die weigerden te vertrekken.

Terwijl de menigte onder de druk steeds dichter op elkaar werd gedrukt, verzamelden we ons bij een geïmproviseerd podium in een poging ons te beschermen tegen de steeds strakker wordende ring van agenten die elke megafoon die ze konden vinden in beslag namen. De Hadash-parlementsleden Ofer Cassif en Ayman Odeh beriepen zich op hun parlementaire onschendbaarheid en riepen de agenten op de situatie te de-escaleren, terwijl ze vanuit de plenaire zaal doorgingen met het scanderen van leuzen tegen de oorlog.

Voor het eerst sinds het begin van de oorlog waren ook voormalige Knessetleden van de inmiddels opgeheven links-zionistische partij Meretz aanwezig, waaronder Mossi Raz, Gaby Lasky en Zehava Galon – die zou spreken voordat de politie het protest uiteenjoeg. De huidige leiders van de centrumlinkse oppositie waren echter nergens te bekennen.

Prominente figuren van links-zionistische kringen zoals Yair Golan, en leden van anti-regeringsprotestgroepen zoals 'Brothers and Sisters in Arms' (die eerder hadden verklaard dat ze uit protest tegen Netanyahu’s justitiële hervorming zouden weigeren op te komen voor reservistendienst) lieten zich om een simpele reden niet zien: ze zijn niet tegen de oorlog. De ontnuchterende realiteit is dat er, afgezien van een handvol Palestijnse en niet-zionistische joodse Knessetleden, geen echte parlementaire oppositie tegen de oorlog bestaat.

Toch is er ter plaatse iets aan het verschuiven. Onder de menigte van zaterdag bevonden zich veel gezichten die ik bij eerdere demonstraties niet had gezien. Sommigen vertelden me dat ze in het begin niet tegen de oorlog waren. Het waren geen langdurige anti-bezettingsactivisten, noch hadden ze zich zelfs expliciet verzet tegen de genocide in Gaza. Maar week na week is het hen duidelijk geworden dat deze oorlog geen veiligheid zal brengen – niet voor Iraniërs, en niet voor Israëli's – en dat de verklaarde doelen, namelijk het omverwerpen van het Iraanse regime of het vernietigen van het nucleaire programma, niet zullen worden bereikt.

De leiders van centrumlinks binnen de zionistische beweging lijken nog steeds niet in staat, of niet bereid, om die groeiende frustratie te begrijpen. Ze blijven gevangen in een mentaliteit van 'de missie voltooien' in Iran – wat nauwelijks verrassend is gezien de militaire achtergrond van velen van hen. Voor degenen die zich nu bij de protesten aansluiten, voelt die retoriek steeds verder verwijderd van de realiteit.

Wat zich zaterdag op het Habima-plein afspeelde, was niet alleen een confrontatie tussen politie en demonstranten; het was ook een confrontatie tussen een achterban en een politiek establishment dat steeds minder reageert op een groeiende eis binnen zijn eigen basis: om deze oorlog te beëindigen.

Iddo Elam is gewetensbezwaarde, politiek activist bij de Hadash-partij en muzikant. Hij is secretaris van de Communistische Jeugdliga in Tel Aviv.

Dit artikel stond op Makomit. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop