29 October 2020

Bang om te falen

Op de consumptieve orgie van de jaren negentig volgde de radeloze woede van de Fortuynbeweging. Die maakte weer plaats voor de psychologische depressie waarin we nu leven, het ‘tijdperk Balkenende’. En dat allemaal in een van de rijkste landen van de wereld. De modieuze Brits-Zwitserse schrijver Alain de Botton ontwikkelt in het boek Statusangst interessante ideeën over het gevoel van onvrede dat juist bij veel relatief welvarende mensen aan het begin van de eenentwintigste eeuw bestaat.

De Botton begint zijn boek met een beschrijving van de fenomenale ontwikkeling van de levensstandaard in de industriële maatschappijen sinds de achttiende eeuw. Steeds meer mensen hebben de beschikking gekregen over meer goederen, betere huisvesting en gezondheidszorg. Tegelijkertijd kregen veel mensen het gevoel dat ze maatschappelijk mislukten. Hoe kan dat?
Eigenwaarde
Sinds de negentiende eeuw staan in westerse maatschappijen alle beroepen open voor iedereen, als je maar de juiste opleiding hebt genoten. Langzamerhand ontstonden meer gelijke onderwijskansen. Maar zodra een carrière voor iedereen tot de mogelijkheden ging behoren, groeide de druk om te slagen in de wereld ook voortdurend. Als steeds meer mensen onze gelijken zijn, hebben we ook steeds meer mensen om jaloers op te zijn.
Tegelijkertijd wordt armoede steeds meer aan de armen zelf geweten – eigen schuld. De armen worden als losers gezien en ervaren dat in toenemende mate zelf ook zo. Succesvolle mensen zijn er tegelijkertijd in het kapitalisme niet zeker van dat ze hun huidige status behouden. De kapitalistische economie is instabiel en wie eens veelgevraagd is, heeft men later niet meer nodig. In de burgerlijke maatschappij zijn er dus steeds meer mensen die het idee hebben dat ze falen en dat aan zichzelf te danken hebben. Statusangst wordt een permanent verschijnsel.
De ondergang van Paars
Het begrip statusangst biedt een interessante invalshoek om na te denken over maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland in de jaren negentig. De opkomst van massale onvrede met ‘de politiek’ ontwikkelde zich niet omdat mensen het steeds slechter kregen. Veel mensen hebben een hogere levensstandaard dan ooit. Maar de eisen die zij aan het leven stellen veranderen snel. Wat minimaal nodig wordt geacht om van een geslaagd leven te spreken is de afgelopen decennia heel snel gegroeid. Tegelijkertijd benadrukt het neoliberale zelfontplooiingsideaal dat iedereen het kan maken in deze wereld. Geen wonder dat gevoelens van onvrede toenemen, ook bij degenen die het ogenschijnlijk goed gaat.
De ervaring dat je steeds meer hebt, maar dat dat steeds minder bevredigt, is een cultureel verwarrende ervaring, juist voor mensen die er heilig in geloven dat meer bezit ook meer geluk oplevert. De redeloze woede, het gevoel dat alles een grote puinhoop is dat zo typerend was voor de Fortuynbeweging, had misschien wel zijn wortels in die culturele crisis. Politici als Wim Kok, die er van uitgaan dat als het Bruto Nationaal Product stijgt de mensen tevreden zijn, namen die crisis niet waar. En het feit dat veel mensen meegingen in de logica die mensen onderverdeelt in winners en losers, zorgde er ook voor dat solidaire oplossingen minder werden gezocht. Het is immers maar de vraag of een winkelverslaafde zijn financiële problemen oplost door de rationele keuze te maken zich aan te sluiten bij een vakbond. Een medewerker van een bank kan zich bedreigd voelen door een saneringsgolf, maar ook hij zal, als hij zijn gevoel van eigenwaarde ontleent aan het feit dat hij geen loser is, niet zo snel overgaan tot collectieve actie. Liever nog accepteert hij een verslechtering van zijn arbeidsomstandigheden – zo zijn de regels van het spel.
Oplossingen
De Bottons oplossingen voor het probleem van statusangst zijn niet allemaal even overtuigend. Zo bepleit De Botton een filosofie die de betrekkelijkheid van elk streven benadrukt. Maar mensen zijn hartstochtelijke wezens, die gelukkig worden doordat ze iets nastreven en daar ook in slagen. Een andere oplossing ziet De Botton in de kunst, omdat kunst zicht zou geven op onze emoties, ook op statusangst. Wat hij vergeet is dat de kunstwereld-kunst ook doortrokken is van snobisme en statusangst. Botton bepleit ook een politieke oplossingen voor statusangst. Hij wijst er op hoezeer datgene wat een hoge status heeft in de loop der tijden aan verandering onderhevig is geweest. Voor socialisten is juist dit deel van zijn boek niet erg verrassend.
Interessanter is zijn interesse voor het christelijk gemeenschapsdenken. Volgens de Botton is er in de moderne seculiere maatschappij geen grotere schande dan te worden ‘zoals iedereen’. Volgens het christendom bezit iedereen het vermogen om deel te nemen aan de ‘goddelijke natuur’, het wonder van het leven. Dat is een interessante gedachte in een maatschappij waarin we de neiging hebben om alleen mensen met een hoge status interessant te vinden en alle andere mensen als onbegrijpelijk of weerzinwekkend en beangstigend te beschouwen. Deze oplossing staat wel op gespannen voet met een andere oplossing die hij aandraagt, het leven als bohémien. Juist die wereld is immers doortrokken van het streven om hip te zijn.
Bewustzijn
Statusangst is in zekere zin een zelfhulpboek dat probeert geestelijke waarden aan te dragen die mensen los maken van de ratrace om succes. Maar het bevat ook interessante gedachten voor anti-kapitalisten. Momenten waarop de vervreemding tijdelijk opgeheven wordt, waarop we het gevoel hebben dat ons handelen er toe doet, hebben iets magisch. Om te kunnen strijden tegen het kapitalisme, moeten we ook voelen dat een andere wereld mogelijk is. Maar dat gevoel lijkt zich soms te onttrekken aan een rationele verklaring. Verhalen van sommige deskundigen - de ‘autoriteiten’ van links - maken mensen vaak alleen maar moedeloos. Die deskundigen beschrijven vooral wat er in de wereld buiten ons gebeurt, maar analyseren zelden de manier waarop we de wereld en onszelf ervaren. Schijnbaar gaat het veel linkse mensen gemakkelijker af om er over na te denken hoe textielarbeiders in de Derde Wereld uitgebuit worden, dan er over na te denken hoe het merk Nike in de hoofden van de consumenten, in onszelf, leeft. Uiteindelijk bestaat het kapitalisme niet alleen uit de verschijnselen buiten ons. Marx wees er al op, het bestaat vooral ook in de hoofden van de mensen. Het is interessant om iets te doen met de invloed die het kapitalisme heeft op de manier waarop we ons zelf waarnemen. Statusangst kan daarbij een inspiratiebron zijn.
Alain de Botton: Statusangst. Vertaald door Jelle Noorman. Uitgeverij Atlas, 22,50 euro

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren