Borderless

10 December 2019

De Europese Unie aan de vooravond van de Verklaring van Laken - Interview met François Vercammen Deel II

Tweede deel van het interview met Francois Vercammen. Het interview met maakt een balans van de Europese Unie, en schetst perspectieven voor verzet en alternatieven.

Maar de keuze voor uitbreiding is gemaakt.

Die is gemaakt. Maar de problemen zijn nog niet opgelost. Het budget dat beschikbaar is, is belachelijk. Schröder zegt: we moeten de landbouw omvormen en decentraliseren. De landbouw is nu een communautaire bevoegdheid. Schröder wil zo geld beschikbaar maken voor de uitbreiding. In Frankrijk staan ze natuurlijk op hun achterste poten. De helft van het EU-budget is landbouw, en het grootste deel daarvan gaat naar Frankrijk. Dit moet snel worden opgelost, want binnen vijf jaar is de uitbreiding in principe een feit.

In gans het debat over het federalisme is dat wel komisch. Het minimum minimorum om een federale staat te doen leven, is geld. Het beschikbare geld is totaal onbeduidend, minder dan 2% van het BBP van de EU. Het Europees staatsapparaat zal natuurlijk niet zo een voldragen staatsapparaat zijn als op nationaal vlak, maar toch is het beschikbare geld te weinig. Daarbij komt de financiering van het Europees leger, wat militair belangrijk is, maar ook economisch, omdat een ééngemaakt leger de éénmaking van de economie bevordert.
Om het leger één te maken, moet ge een eigen ééngemaakt technologisch systeem ontwikkelen dat het Amerikaans systeem dubbelt. In de militaire commissie van de Franse senaat is al beslist dat te doen.

De uitbreiding van de EU is een gigantisch belangrijke beslissing, maar ze wordt zeer onopvallend genomen. Ik kan mij de bijeenkomst niet herinneren waarop die uitbreiding is beslist. Toch is het een belangrijke beslissing, die tegenstrijdig lijkt met het perspectief van een sterk, daadkrachtig Europa. Men kan zich niet voorstellen dat de VSA zouden uitbreiden met Mexico…

In de recente geschiedenis van de Europese Unie is dit één van de belangrijkste geschilpunten dat bijna ononderbroken in debat is geweest. Door de invoering van de Euro, en het debat daarover, is de kwestie van de uitbreiding wat naar de achtergrond gedrongen.
De Britten hebben steeds de prioriteit van de uitbreiding verdedigt…

Als middel om een sterke centralisatie van de Europese Unie te dwarsbomen…

Zo is het voorgesteld. Een grote eenheidsmarkt als alternatief voor het federalisme in Europa. De uitbreiding is steeds bekeken als een hinderpaal voor een echte Europese Unie. De Britten hebben dat ook zo voorgesteld: prioriteit aan de economie. Daar steekt een liberale visie achter over de markt, met op de achtergrond de staat die een beetje reguleert.

De Duitsers konden de Britten voor een stuk volgen. De Duitsers waren ook voorstander van de uitbreiding, want ze zitten er vlak op, en hebben sterke wapens om die uitbreiding te gebruiken, een sterke productieve economie. Ze hebben al zeer lang intensieve relaties met Polen. Na de val van de Berlijnse muur is de kwestie van de Duitse uitbreiding naar Oost-Europa op de dagorde gekomen. Men sprak over de Sonderweg, Duitsland dat een eigen weg dreigde in te slaan, zonder dat het duidelijk was wat dat institutioneel en staatkundig zou betekenen. In ieder geval werd Oost-Europa een belangrijke prioriteit en groeide de overtuiging dat men er aanwezig moest zijn. Men wist dat het veel geld zou kosten omdat Oost-Europa een echte omwenteling doormaakte, maar het Duitse imperialisme had de mogelijkheid een soort derde wereldperiferie op te bouwen. Dus is de idee van de uitbreiding ondanks de financiële kostprijs toch geherlanceerd.

Maar de Benelux of andere kleine landen zagen een uitbreiding ten koste van een versterking van de Unie niet zitten. De Fransen om structurele redenen evenmin. De Fransen hebben er altijd de nadruk op gelegd dat er een politiek Europa moet komen. We mogen niet vergeten dat de kwestie van de oorlog en de Duits-Franse verhouding in dat alles een zeer belangrijke rol speelt, de vrees dat Duitsland over Frankrijk heen gaat groeien. Nu zeggen de Duitsers: “wij leven in een genormaliseerd land”, er is een nieuwe generatie… De Fransen willen dat niet horen.

De Fransen zijn ook veel anti-Amerikaanser en willen een antwoord op het Amerikaans staatsapparaat. De Britten daarentegen koesteren die halffictieve halfreële idee van de special relationship met de Verenigde Staten: wij blijven een wereldimperium in het kielzog van de Amerikanen. Dat nationaal bewustzijn is zeker een afschaduwing van reële toestanden. De Britten zijn financieel-monetair over heel de wereld actief, vergelijkbaar met de Amerikanen, niet in volume, maar wel in spreiding. Koppel daaraan een superioriteitsgevoel tegenover de Amerikanen, de jonge broertjes die nog in hun sturm und drangperiode zitten, terwijl wij, de Britse aristocraten…

 

Nationale staten 

Eén van de onderliggende problemen die de heersende klassen zelf bezig houdt is het probleem van de burgerlijke staat.
De staat in zijn vorm van bezitter van het monopolie van geweld in een afgebakende geografische ruimte, ontstaat vanaf de tiende-elfde eeuw. De burgerlijke staat zoals we die nu kennen vindt zijn oorsprong aan het begin van de negentiende eeuw, toen het erop aankwam grote legers te mobiliseren, en de bevolking moest geregistreerd worden. Maar toen de burgerij de macht greep nam zij het bestaande staatsapparaat over, het politiek personeel, de ideologie, gans de lange voorgeschiedenis.

De verschillen zijn opvallend. Pruisen heeft een lange geschiedenis, maar Duitsland niet. De Duitse regering moet over van alles en nog wat onderhandelen met de Länder. Frankrijk, maar ook Spanje, zijn daarentegen sterke staten. Spanje is geboren uit een vroege economische expansie, de verovering van Amerika gekoppeld met de inquisitie die het staatsapparaat gecementeerd heeft. Het Baskisch nationalisme heeft het niet gemakkelijk.
Vergelijk België met Nederland. In Nederland heeft het koningshuis de kop genomen van de burgerlijke revolutie tegen de Spaanse overheersing.
Tegenover dat alles staat dus de EU. Het zijn die staten, met die belangen maar ook met die geschiedenissen, die moeten fuseren in een supranationale staat.

Er is geen Europese burgerij, al kunnen we die uitdrukking voor het gemak gebruiken. Het fusieproces van het kapitaal in belangrijke sectoren zit nog steeds in het stadium van de vorming van “nationale kampioenen”. Tezelfdertijd zijn er fusies en overnames over de grenzen van de EU heen, met Amerika, Japan,... De situatie langs burgerlijke kant is niet geconsolideerd. De grote multinationals zijn wel voor de EU. Hun politieke partij is de ERT, de Europese Ronde Tafel van industriëlen. Die is massief tussengekomen voor de invoering van de Euro.
De rivaliteit tussen de EU en de VSA gaat één van de grote motoren worden om tegen al deze moeilijkheden in de uitbouw van de EU vooruit te stuwen. Wie gaat zich de mooie brokken in Rusland kunnen toe-eigenen?

Het is wel een erg ingewikkeld debat.

Dat komt ook omdat de term federalisme historisch beladen is. De idee van een politiek Europa is altijd geïdentificeerd geweest met federale structuren, en zo met de methode van Jean Monet, één van de “grondleggers” van Europa. Diens methode bestond erin alles te europeaniseren wat kan geëuropeaniseerd worden. Nu doet men dat anders. Men stelt de vraag wat rationeel bekeken nodig is als Europees staatsapparaat, dat maakt men supranationaal, met een stevige coördinatie, en voor de rest subsidiariteit. Het gevolg van de aanpak-Monet is dat de kwestie van de jacht een Europese bevoegdheid is. Waarom, in godsnaam? Waarom gaat de Europese Unie aan Franse boeren in dorpen in de Savoie of in de Pyreneeën opleggen hoe en wanneer ze mogen jagen? Dat is absurd. Het eerste referendum in Zweden over Europa, toen de Zweden “neen” hebben geantwoord, dat was omdat Europa de Zweden wilden verbieden te sjieken. Crazy.

Normaal moet er een herschikking komen van al die bevoegdheden. Of ze daarin gaan lukken is nog een andere vraag.
De keuze werd vroeger dus gesteld in termen van “vrijhandelszone of federalisme”. Ik denk dat ze nu grotendeels akkoord zijn over een soort confederale structuur. De volgende stap kan er komen wanneer Groot-Brittannië toetreedt tot de Euro, wat voor de EU de winst zou betekenen van een groot financieel centrum. De Britten en de Fransen zijn ook grotendeels akkoord om een stap vooruit te zetten met het leger. Dat dateert van de eerste Balkanoorlog, in 1990-1991.

De uitbreiding heeft niet alleen een economische, maar ook een politieke dimensie.

Er is zeker een politieke factor die speelt. Het Oostblok valt uit elkaar, met een fragmentering van het staatsapparaat, dus gevaar. Hoe gaan ze de stabiliteit van Europa kunnen garanderen?

De NATO op zichzelf is een tweesnijdend zwaard. Daarmee reguleer je geen maatschappij. Als Irak één ding bewezen heeft is het dat. Je kan een land plat bombarderen, maar je kan niet zomaar een politiek systeem veranderen en controleren. De Balkanoorlog heeft de idee van de uitbreiding van de Europese Unie opnieuw een belangrijke impuls gegeven.

De Russische kwestie speelt daarin een belangrijke rol, en dus ook de rivaliteit Amerika-Europa. De Amerikanen hebben op een zeer brutale manier Polen ingepalmd voor de NATO, en hebben onmiddellijk een herstructurering van de strijdkrachten opgelegd, met aankoop van Amerikaans materiaal in naam van de standaardisatie. Rusland wil niet dat de NATO tot aan zijn grens uitbreidt. De koppeling van het uitbreidingproces aan de Europese Unie geeft er in zekere zin een normaler en vreedzamer karakter aan. Dat geeft aan Europa, en vooral aan Duitsland, de kans om de samenwerkingskaart met Rusland te trekken in de economische rivaliteit met Amerika. De staatsschuld van Rusland wordt voor de helft gehouden door Duitsland. Duitsland heeft in de Club van Parijs voorgesteld om de schuld geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden in ruil voor aandelen van Gazprom. De Duitsers hebben in Polen de banken, staal, de Fransen de telecom,… We zien dus een politiek van uitbreiding van het kapitalisme, met één oog gericht op de rivaliteit met Amerika, en het ander op de pacificatie van de situatie in Europa.

De politiek van Bush, die erin bestaat de spanning op te drijven, staat haaks op de uitbreidingspolitiek van de Europese Unie, ook al zijn ook die Europese landen lid van de NATO. Vanuit kapitalistisch standpunt is het natuurlijk goed dat er regels komen die een relatief rustige conflictloze uitbuiting van de arbeid garanderen. Maar vanzelf gaat dat niet gaan. Polen heeft een arbeidswetgeving die op een aantal vlakken uitermate progressief is. Maar als Polen lid wordt van de Europese Unie zijn de Amerikanen een uitwendige kracht. Bovendien is de uitbreiding van de Europese Unie op zichzelf iets dat het gewicht van de EU in de wereld vergroot.
Ze moeten alleen in staat zijn de prijs daarvoor te betalen. Over hoe ze dat in de praktijk allemaal gaan doen is er heel weinig informatie.

En Rusland in die relatie? Is een samengaan van de Europese Unie met Rusland mogelijk tegen Amerika?

Het antwoord hangt samen met de vraag hoe het kapitalisme er in zijn globaliteit in de toekomst gaat uitzien, en hoe Rusland zich in dat geheel gaat inschakelen? Rusland gaat zich zeker inschakelen in het kapitalisme, daar is geen weg meer terug. Vanuit het oogpunt van diegenen die rijk willen worden, de heersende klasse in de maak, gaat dat best vreedzaam. Maar er is altijd een mafiafase. De privatiseringen zijn een dekmantel voor regelrechte diefstal, en gaan gepaard met allerlei vormen van geweld.

We staan nu misschien voor de eerste recessie van het ‘globale kapitalisme’, zoals The Economist onlangs schreef. Zij zeggen ook: we zullen zien hoe de wereld daaruit gaat komen. Het vormingsproces van de nieuwe wereld is nog volop onderweg. De eerste crisis moet nog komen, en dan zullen we zien hoe stevig een en ander is. Dat geldt ook voor de Euro. Dan zullen we zien waar de nieuwe krachtlijnen liggen, wat stand houdt en wat niet. Ik denk dat we die houding moeten aannemen. De eerste schok is er al geweest, in Azië en daarna in Rusland, en Brazilië.

Misschien zitten we in een nieuwe fase van kapitalistische expansie, een nieuwe kondratief. Maar dergelijke nieuwe expansie is niet het gevolg van de inwendige wetmatigheden van de kapitalistische economische ontwikkeling, maar van uitwendige factoren. Welke factoren spelen een rol in de nieuwe ontwikkeling? Dat heeft zijn invloed op de structuur van de kondratief. De Amerikanen hebben gewonnen. Dankzij een globale sociale nederlaag van het proletariaat op wereldvlak hebben ze een globalisering kunnen doorvoeren op neoliberale gronden. Dat geeft het kader voor de onderlinge hiërarchiesering van de verschillende landen. Inprecor heeft in dat verband een zeer interessant artikel gepubliceerd over Latijns Amerika, welke landen in de jaren ’80 ondanks alles een beetje zijn meegetrokken en geïndustrialiseerd, en welke niet. Als er een nieuwe expansie komt, die allicht niet globaal zal zijn maar ongelijk, hoe gaat Rusland, en binnen tien jaar China, daarin plaats vatten? Wat voor banden ontstaan er, is er een continentalisering van de wereldeconomie, komen er oorlogen, komt er klassenstrijd, komen er opstanden…?

Vijf jaar geleden al stond er in Foreign Affairs een artikel om de bourgeoisie te waarschuwen dat het zo niet verder kon, zonder dat er een tegenreactie zou komen. Sociale opstanden zijn zeker en vast niet uitgesloten in een kader van zeer grote verzwakking van de legitimiteit van alle staten. De Europese Staat is weinig legitiem. Als ge ziet hoe weinig mensen er gaan stemmen in Amerika, gans de affaire met Bush… De materiële kracht van de Staten is allicht nog nooit zo groot geweest, maar de politieke en ideologische legitimiteit is niet in verhouding.
Gaat Rusland de tijd hebben om een krachtige kapitalistische klasse te ontwikkelen? Dat veronderstelt een volwaardig productief apparaat. Er is ook geen echte kapitalistische traditie uit het verleden waar ze op kunnen terugvallen. Het is dus koffiedik kijken.

Gaat de West-Europese arbeidersbeweging in die ontwikkeling nog een rol van betekenis kunnen spelen?

De toestand van de vakbeweging is zeer triestig, ondanks het blijvend enorm aantal leden, tientallen miljoenen. Er is een totaal onvermogen om Europese strijd voor Europese eisen te voeren. De reden is geen mysterie. De vakbonden volgen de weg van de sociaal-democratie, waar het apparaat van de vakbonden in de regel deel van uitmaakt.

Dat is geen nieuws…

Ja, maar de sociaal-democratie heeft tot in de jaren ’80 een zekere autonomie behouden op het vlak van haar programma: verdediging van de sociale zekerheid, de openbare diensten, staatsinterventie, enz. Dat alles stond wel ten dienste van het kapitalisme, maar door een expansieve economische politiek werd ruimte geschapen voor welvaart. Dat is verdwenen op nationaal vlak. De sociaal-democratie is gecapituleerd voor het neoliberalisme. In de Labourparty wordt Tony Benn, die bijna voorzitter was geworden, in de minderheid gesteld. Er komen leiders als Kinnock, Smith en tenslotte Blair die systematisch het sociaal-democratisch programma liquideren. Mitterand beslist al enkele weken na zijn verkiezing de confrontatie met Europa over de monetaire politiek niet aan te gaan. Enz.

De sociaal-democratie krabbelt dus terug, zoals altijd gradueel. Ze beseft dat er een nieuwe situatie ontstaat met Thatcher en Reagan, niet zomaar een andere economische koers, maar een andere kijk op de wereld, een andere samenhang van de burgerlijke politiek. Samengevat is er een enorm offensief van de heersende klasse dat voor het eerst sinds de oorlog succes gaat hebben.

De sociaal-democratie gaat niet in het verweer?

Land na land geven ze hun eigen programma uit handen. Zodra ze dat gedaan hebben proberen ze terug te vallen op hun eigen “utopie”, en dat is Europa.
Die “utopie” was aanvankelijk geen pure fictie. Er is een poging geweest van het Europees Vakverbond (EVV) om op Europees vlak een reeks sociale regels te bekomen, in 1987-1989. Delors is naar het EVV-congres van Stockholm geweest, en heeft daar beloofd dat er een sociale regulatie zou komen naast de financiële en economische regulatie. Met de val van de muur van Berlijn, een supplementaire nederlaag, het ideologisch klimaat, de weerstand van Major,… uiteindelijk hebben ze beslist van het niet te doen. Dat is een belangrijke overwinning geweest van de burgerij, die in de fundamenten van het Verdrag van de Europese Unie, het Verdrag van Maastricht, is vastgelegd.

De sociaal-democratie heeft dan haar absoluut dieptepunt gekend. Onmiddellijk na de val van de muur zaten ze nog in de lift, met Gorbatchov, de Palestijnen, de vroegere revolutionairen van Latijns-Amerika,… Maar dan is er de recessie gekomen van 1993, nederlagen in de verkiezingen, en een echte knak voor de sociaal-democratie. Dat heeft natuurlijk zijn weerslag gehad op de syndicale beweging. De syndicale bureaucratie mikt immers niet op strijd om krachtsverhoudingen op te bouwen.

 

Strategie 

Welke krachten kunnen de confrontatie met de Europese Unie aangaan?
Een stuk van de syndicale beweging, van de sociale beweging en van de linkerzijde heeft grote schrik gekregen van de EU. Zij leiden daaruit af dat er dringend stappen moeten gezet worden: er moet een wet komen over dit, over dat. Elke stap vooruit is belangrijk. Het is een reformistisch standpunt, zoals de arbeiders op het eind van de negentiende eeuw sociale wetten eisten, toegang tot het parlement, tot de regering, enz. Maar zij keren zich tegen de huidige ontwikkeling van de EU. Met die stromingen moeten we een redelijke dialoog aangaan.

Daarnaast is er de jeugd. Die generatie is het nationalisme voorbij. Ze is kosmopolitischer dan ooit. De geschiedenis is meer communicatie, meer banden, meer ruimte… Een politiek van aanklacht tegen de EU dreigt begrepen te worden als een verdediging van de nationale staat. Daarom moeten wij duidelijk maken dat wij niet tegen Europa zijn, maar voor een ander Europa, tegen de globalisering van het kapitaal en voor een andere globalisering.
De basis van onze strategie is de vaststelling dat het proces van europeanisering van onze maatschappijen onvermijdelijk is. Een grote crisis die dit proces zou doorkruisen is niet helemaal uit te sluiten, maar onwaarschijnlijk.

Vanuit het standpunt van de revolutionaire strategie ontwikkelt er zich echter een tegenstelling, die het ingewikkeld maakt. Enerzijds zijn de oplossingen Europees, de mensen voelen dat aan. Anderzijds echter blijft de klassenstrijd die de mensen voeren wezenlijk nationaal.
De meest waarschijnlijke variante van een sociale en politieke crisis in de EU is dus dat in één van de lidstaten om allerlei redenen de arbeidersklasse eisen stelt, op het sociaal vlak, en botst met haar nationale regering. Die regering wordt Europees omkaderd. Elke regering is verplicht het Europees kader toe te passen. Die regering heeft dan de keuze. Ofwel geeft zij toe, maar overtreedt zij Europese regels. Er is wel een clausule in de Europese Verdragen die een ontsnappingsroute vormt wanneer de regering van de lidstaat inroept dat de nationale belangen bedreigd zijn. Balladur heeft die clausule ingeroepen toen Bretoense vissers het Bretoens parlement in brand staken. Ofwel gaat de regering van de lidstaat de confrontatie aan. Dat is een kwestie van krachtsverhoudingen.

Frankrijk is zeker een kandidaat om die rol te spelen. Een sleutelkwestie is dan de as Frankrijk-Duitsland. Als er ooit een semi-revolutionaire crisis komt in Europa die vertrekt in Frankrijk, hoe kan er dan een alternatieve macht komen in Europa? Niet door in alle lidstaten tegelijk verkiezingen te organiseren, zo werkt het niet. Een mogelijke hefboom is dan Frankrijk-Duitsland, een congres van de arbeiders van Frankrijk en Duitsland, samen met anderen…
Er is ook de kwestie van het Europees eisenprogramma.

Dat is zeer ingewikkeld. Het is niet gemakkelijk concrete eisen naar voor te schuiven die in alle landen kunnen worden begrepen. Neem de arbeidsduurvermindering, en het ordewoord van de 35 urenweek. Dat pakt niet in Portugal omdat de productiviteit er te laag ligt.
We hebben niet alleen sociale, maar ook democratische eisen nodig. Het volstaat niet eisen te formuleren op het niveau van de beweging, we moeten er ook hebben op het niveau van de instellingen, de Staat. Europa is despotisch. Dat voedt een groot gevoel van onmacht. We kunnen antwoorden met het ordewoord van “een democratisch congres van de volkeren van Europa”. Dit ordewoord is een manier om te zeggen “stop”, om een breuk in te voeren. Het is een alternatief voor het ordewoord van de hervorming van het Europees Parlement. De EU zal zeker hervormd worden, gedeeltelijk “gedemocratiseerd”, maar het zal een sterke staat zijn, met een groot overwicht van de uitvoerende macht. Wij hebben een radicaal democratisch ordewoord nodig. Alle burgers, alle volkeren uit Oost en West moeten zich kunnen uitspreken hoe Europa er uitziet.

Toch blijven ze hopen op Europa.

Zij klampen zich vast aan Europa. Het praktisch gevolg is dat ze zich volledig afstemmen op de Europese Commissie, in naam van het feit dat de Commissie Europa belichaamt, tegen het “nationalisme” van de nationale regeringen. Daarna hebben ze ongeveer alles geslikt wat er op het menu gezet werd.
Nationale vakbonden die niet achter de Commissie lopen, lopen achter hun nationale regering.
Ze hebben dus een nederlaag opgelopen, en ze hebben die nederlaag nog versterkt door geen weerstand te bieden.

Dat is een wel erg demoraliserend verhaal.

Ik denk dat de slinger nu wel weer de andere kant aan het uitgaan is. De arbeidersklasse is de sociale en politieke traumatische schok aan het verteren. De sociale strijd laait weer op. De laatste opstoot van de hoogconjunctuur heeft de mensen ertoe aangezet de strijd aan te gaan voor loonsverhogingen en betere arbeidsvoorwaarden. Plots verandert er iets in het brede bewustzijn. We hadden dat al gezien met Renault, toen er plots een breed bewustzijn was dat Europa hoegenaamd niet sociaal is.

De neoliberale politiek gaat verder, maar de neoliberale ideologie is uiteengevallen. Syndicale strijd heeft weer een grotere legitimiteit. Ook de inzet van andere sociale bewegingen wordt door de publieke opinie als juist en goed ervaren, hoe klein en breekbaar ze soms ook zijn. We komen in een nieuwe periode, en iedereen heeft recht van bestaan. Partijtjes die jaren lang gekleineerd zijn en beschimpt, nu, plots, al hebben ze nog altijd dezelfde naam en dezelfde gezichten, plots wordt er voor gestemd.

De Euromarsen is ook een goed voorbeeld. Het feit dat werklozen en kansarmen, eerst in Frankrijk en dan in Europa, zijn gaan stappen in dat klimaat van onbeschaamde rijkdom, heeft een morele kwestie op de agenda gezet. In Parijs sterven daklozen in de winter van de kou.
Dat heeft zich dan overgezet in de mobilisaties tegen de globalisering, tegen instellingen als het IMF en de Wereldbank. De sociaal-democraten zijn vandaag verplicht met dat soort bewegingen rekening te houden. Jospin is naar Brazilië gegaan, na Porto Alegre, op een heel cynische manier. Hij wilde absoluut gefilmd worden bij een gekraakte krotwoning. Tot nog toe is dat niet erg efficiënt.

Welke toekomst staat ons dan te wachten?

Wat dat gaat geven is moeilijk in te schatten.
De jeugd heeft geen banden met de georganiseerde arbeidersbeweging. Zij komt in ongereguleerde arbeidssituaties terecht. Zij heeft niet het bewustzijn en de traditie daartegen te vechten.
De zelfactiviteit van de mensen zal uitwijzen met welk bewustzijn, met welke energie en met welke politieke opties ze die nieuwe situatie intreden. Dat ligt absoluut open.

Het positieve van al die negatieve dingen ligt in de taak van de antikapitalistische linkerzijde vandaag. De sociaal-democratie heeft dat waarom ze geboren is afgezworen, namelijk als partij de uitdrukking en de spreekbuis te zijn van de eisen van de mensen, de arbeiders. Zij heeft geen eigen programma meer, geen economisch voorstel, geen aanpak, geen plan, geen politiek die materieel ervoor kan zorgen dat de gewone mens het relatief goed heeft. Dat hebben ze niet alleen opgegeven. Ze hebben actief gekampt om de afbraak van dat programma op te leggen aan de mensen. Het ligt niet voor de hand dat ze erin gaan slagen dat om te keren, of welke delen van de sociaal-democratie dat kunnen doen. Op dit ogenblik is er daar zelfs geen aanzet toe. Er zijn natuurlijk linkse mensen, maar er is geen echte linkerzijde.
De antikapitalisten hebben dus de opdracht op die situatie een antwoord te geven, door onverkort de eisen van de mensen te vertolken, en dat te richten tegen het kapitalisme.

Geen gemakkelijke opdracht voor toch betrekkelijk kleine organisaties en stromingen.

Dat te doen impliceert verschillende zaken. Op de eerste plaats veronderstelt dat een bewuste politieke van herschikking in de richting van een antikapitalistische krachtenbundeling. We stellen vast dat enkel revolutionairen daartoe het initiatief kunnen nemen. Het komt van nergens anders. In geen enkel land van West-Europa neemt een links-reformistische kracht het initiatief voor dergelijke herschikking.

Er moet dus samengewerkt worden. Dat vereist dat het diepgeworteld sektarisme binnen de revolutionaire organisaties afgebroken wordt. Dat sektarisme is ongelijk verspreid. De Vierde Internationale heeft een lange traditie van politiek niet-sektarisme, voor de eenheid, pogingen tot samenwerking, enz. Ons sektarisme bestond vooral uit zelfbevestiging, zichzelf uitroepen tot dé revolutionairen die erin gaan lukken om dé revolutionaire partij te maken en dé revolutionaire internationale. Dat is niet gebeurd. Het had kunnen gebeuren in de periode ’68-’75, maar het is niet gelukt. We hebben dat vastgesteld en er conclusies uit getrokken.

Het trotskisme, hebben we geschreven in resoluties, is een erfenis, wat wil zeggen dat het tot het verleden behoort. Het bevat natuurlijk belangrijke instrumenten van analyse, het geheugen daarvan is belangrijk, ook omdat mensen zich daarvoor hebben ingezet. Maar de maatschappij die we nu hebben ligt niet in de continuïteit daarvan, de arbeidersbeweging niet, en de revolutionaire beweging evenmin. We moeten dus met die bagage als revolutionairen werken in een nieuwe maatschappij, met de contradicties van vandaag, de moeilijkheden van vandaag, en met een open kijk op de wereld. We moeten dus in het bijzonder een niet sektarisch oordeel hebben over andere revolutionairen en andere trotskisten, hoe minuscuul de groepen soms ook zijn die starten met een antikapitalistische hergroepering. Wij kunnen daarin een belangrijke, interessante maar niet-exclusieve rol spelen.

Een politiek van herschikking, hergroepering, is op zichzelf echter onvoldoende. De herschikking moeten zich richten tot een brede waaier van mensen, arbeiders, jeugd, vrouwen, migranten, enz., die vandaag de impasse en de negatieve aspecten van de neoliberale politiek ondervinden, en die zien welke rol de sociaal-democraten daarin actief spelen. Die mensen voelen dat de neoliberale politiek moeilijkheden begint te krijgen, botst op obstakels, ergens in crisis komt, en dat het mogelijk wordt het neoliberalisme op bepaalde punten te stoppen. Het alternatief in de concrete politiek gaat worden: ofwel voortzetten van het neoliberalisme, al dan niet sociaal begeleid, ofwel antikapitalisme. De keuze vandaag is dus niet hervormingen of revolutie. Dat is vandaag niet de taak, en het gaat voor een hele periode niet de taak zijn.

De eenheid is dus werkelijk een centrale kwestie.

Het zoeken naar vormen van samenwerking maakt deel uit van het programma van een revolutionaire organisatie vandaag. Dat is een politieke opdracht op zich, en ze kan niet eender hoe worden opgelost. De eenheid is niet het gevolg van urenlange discussies over het programma. De eenheid sluit aan bij het dagelijks bestaan van de werkende klasse en de jeugd. De manier om eisen te formuleren, de tactische voorstellen, de concrete stappen, bv deelnemen aan de verkiezingen, hoe werk je in de vakbonden, al dat soort zaken: dat kunt ge samen doen met een aantal mensen die niet revolutionair zijn. Die methode is absoluut fundamenteel.

Dat is de dialectiek die we moeten oppikken. De ene pool is de ontbinding van de neoliberale politiek, het groeiend bewustzijn bij de mensen dat hun dagelijkse problemen alleen maar kunnen opgelost worden met antikapitalistische eisen. De andere pool is dat er een politieke herschikking, beweging, uitdrukking, partij moet komen, pluralistisch, representatief, breed opgevat, waarin kan gediscussieerd worden, enz. Die aan verkiezingen deelneemt. Dat is belangrijk omdat het verkiezen van mensen de belangrijkste democratische daad is die mensen kunnen stellen.

We hebben dus een dialectiek nodig van de antikapitalistische linkerzijde met de sociale beweging.
De meest militante en energieke krachten in de sociale beweging gaan door de dynamiek van de beweging zelf met hun neus gedrukt worden op politieke problemen. Maar de band tussen die twee is niet vanzelfsprekend. Ze is nooit vanzelfsprekend geweest, ook niet aan het begin van de geschiedenis van de sociaal-democratie. De overgang van het uitbouwen van een syndicale beweging en van syndicale militanten naar politiek is nooit eenvoudig geweest. Vandaag is dat moeilijker dan ooit. De politiek als zodanig is gediscrediteerd, en ook revolutionair links wordt beschouwd als voorbij.

Er is geen enkel automatisme tussen engagement, militant engagement, politisering aan de ene kant, en lid worden van een revolutionaire of een brede antikapitalistische formatie. We zitten nog in een etappe waarin het in zekere zin interessanter is om actief te zijn en discussies te hebben zonder zich politiek te binden. Een voorbeeld daarvan is Attac in Frankrijk, dat meer dan veertigduizend leden heeft die bijdragen betalen. Die doen aan politiek, maar omdat ze geen lijsten neerleggen voor de verkiezingen… Kijk ook naar de bewegingen tegen de globalisering, die dikwijls actief zijn rond één specifiek thema, maar waarbij dat thema tegelijk een hefboom is om over zeer brede kwesties te discussiëren. De Tobintaks is daar een voorbeeld van. Dat werpt ongeveer alle problemen op die men zich maar kan stellen, hoe het kapitalisme functioneert, wat de weerstanden zijn, en hoe die weerstanden kunnen worden overwonnen.
Op die manier is er een nieuwe politieke cyclus begonnen van bewustzijn, activiteit en organisatie.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren