Borderless

22 November 2019

De revolutie gaat niet per decreet

Gonzalo Gómez is een activist in de Venezolaanse trotskistische organisatie Marea Socialista ('Socialistische Stroming'). Wij vroegen hem naar zijn mening over het 'Bolivariaanse proces' en de ontwikkeling van de bureaucratie en de Partido Socialista Unido de Venezuela (PSUV).

'Het verzet tegen de staatsgreep van april 2002 markeerde een nieuwe fase in de sociale strijd. De regering van Chávez riep de mensen niet op om de straat op te gaan tegen de couppoging maar probeerde binnen het staatsapparaat en de strijdmacht de overhand te krijgen. Dit was misschien om een bloedbad te voorkomen maar wij waren van mening dat als de bevolking niet gemobiliseerd zou worden, de coup kon slagen. En dat zou in ieder geval tot nog meer bloedvergieten hebben geleid. In botsingen met de militaire politie tijdens demonstraties zijn inderdaad mensen omgekomen maar volgens ons waren het deze protesten die het rechts onmogelijk maakten de macht te grijpen. Rechts had de rijke Venezolanen al opgeroepen om de straat op te gaan tegen Chávez in een poging de coup legitimiteit te geven. Het verzet van delen van het leger die trouw bleven aan Chávez en de pro-Chávez betogingen doorkruisten hun plannen. Toen Chávez op 13 april terugkeerde als president was dat niet zonder voorwaarden, mogelijk hebben delen van de strijdmachten concessies geëist voor ze hem vrij lieten.

Ik was rond die tijd actief in de Asamblea Popular Revolucionaria, een van de organisaties die verzet tegen de coup organiseerden. In mei 2002 hebben we met deze organisatie de website Aporrea.org gelanceerd om ruimte te geven aan discussies die in de media niet aan bod kwamen. We publiceren radicale kritiek op rechts maar ook debatten binnen de linkse beweging. We zijn van mening dat de meningsverschillen die er bestaan tussen Venezolaanse revolutionairen openlijk besproken moeten worden, niet achter gesloten deuren. Rechts zou een grote overwinning boeken als het debat binnen de radicale beweging stil valt.

De gebeurtenissen rond de couppoging van 2002 zijn niet zo overzichtelijk als ze wel eens worden voorgesteld. Sommige mensen die zich verzet hadden tegen de coup werden na de terugkeer van Chávez gearresteerd. En dit terwijl leiders van de couppoging, leden van het conservatieve bestuur van de staatsoliemaatschappij PVDSA die door Chávez ontslagen waren, op hun oude positie terug keerden. Was dat een poging om de spanningen in het land af te laten nemen? Of waren er krachten binnen het staatsapparaat die nog steeds de belangen van de coupplegers verdedigden? De coup verzwakte het revolutionaire proces en pas met de nederlaag van de kapitaalstaking van 2002-2003 kreeg dit proces nieuwe energie.

In 2007 werd de PSUV opgericht en mijn organisatie, Marea Socialista, sloot zich erbij aan. In het begin was ik erg actief in de PSUV maar nu niet meer. Veel mensen hebben de partij niet officieel verlaten maar kiezen er voor elders actief te zijn. De PSUV is gewoon niet de meest veel belovende plek voor activisme en debat, het is de partij van ambtenaren geworden. Wij willen dat de leiding van de Venezolaanse revolutie in handen ligt van de sociale bewegingen. De PSUV heeft veel van zijn levendigheid en interne dynamiek verloren en dit is een serieuze bedreiging voor het proces.

De recente ziekte van Chávez, hij is behandeld voor kanker, heeft allerlei vragen opgeworpen. Hij speelt een centrale rol en is niet makkelijk te vervangen. De sociale bewegingen, de arbeidersklasse en haar organisaties zijn niet sterk genoeg om een rol te spelen in het regeringsbeleid. Wat wij nodig hebben, ook zolang Chávez er nog is, is een vorm van bestuur waarin de bewegingen een directe rol hebben in het vormgeven en implementeren van het beleid. Nu is er een onofficiële vorm van overleg waarin regeringsfunctionarissen overleggen met activisten, maar het zijn de functionarissen die uiteindelijk de beslissingen nemen. De regering heeft oor voor onze eisen en speelt regelmatig een progressieve rol maar tegelijkertijd is de bureaucratie vaak een rem op nieuwe ontwikkelingen. De bureaucraten bewijzen lippendienst aan de revolutie maar ze vergaren kapitaal, sluiten dealtjes met de bourgeoisie en wijzen wezenlijke verandering af. Dat leidt natuurlijk tot onvrede. Het is moeilijk om te zeggen op welke schaal het gebeurt maar bureaucraten steken een deel van het overheidsbudget, bijvoorbeeld uit de olie-inkomsten, in hun eigen zakken. Dit is een duidelijk teken dat we nog niet gebroken hebben met het kapitalisme – we hebben banken genationaliseerd, en dat is goed, maar er zijn nog steeds privé-banken. Het revolutionaire proces moet zich verdiepen, meer democratisch worden.'

Wat is er volgens jou misgegaan met de PSUV?

'Marea Socialista is nog steeds deel van de partij maar we dragen ook via onze eigen structuren onze standpunten uit. We zijn actief binnen en buiten de partij en niemand probeert ons dit te verbieden. Maar in de PSUV hebben we geen ruimte om discussie te voeren of voorstellen te doen die het beleid van de partij daadwerkelijk kunnen beïnvloeden. Het is een erg hiërarchische partij met Chávez als de onbetwiste leider. Hierdoor zijn de partij en haar interne verhoudingen geen goede weerspiegeling van de deelnemers in het revolutionaire proces. Naar mijn mening voert de partij haar eigen programma, dat het resultaat van was van een open debat tijdens de oprichting, niet uit.

We hebben stappen vooruit gemaakt maar hebben ook vergissingen begaan. De regionale samenwerkingsverbanden met andere Latijns-Amerikaanse landen hebben positieve kanten maar berusten op samenwerking tussen de heersende klassen in de respectievelijke landen, het is geen eenheid van de onderdrukten. En na een revolutionair proces van 13 jaar zijn we nog steeds afhankelijk van olie-inkomsten. We zijn er niet in geslaagd de agrarische productie, op basis van gemeenschappelijk bezit, te vergroten. Onze strijd is niet alleen gericht tegen Venezolaans rechts en het imperialisme, maar ook tegen de bestaande staat en de bureaucratie. Daarom moeten we verder gaan dan alleen steun aan de progressieve hervormingen van Chávez. Zonder strijd van onderop zal de bureaucratie haar eigen belangen boven die van het volk plaatsen. Naast sterke landelijke bewegingen, zoals die van arbeiders en boeren, zien we gelukkig nieuwe organisaties opkomen, bijvoorbeeld feministische groepen. Dat soort organisaties kan het regeringsbeleid nieuw leven inblazen met hun eigen initiatieven en er moet rekening gehouden worden met hun kritiek op het proces. De bewegingen moeten de kracht verwerven om samen te werken met Chávez maar om ook zonder hem te kunnen handelen.'

Kun je iets vertellen over ‘Ciudad Guayana’? Tijdens ons bezoek twee jaar geleden was dit één van de belangrijkste krachtmetingen.

'Dit is het industriegebied waar Siderúrgica de Orinoco (Sidor) gevestigd is, het belangrijkste metaalbedrijf van het land. Arbeiders van dit bedrijf wisten door een staking af te dwingen dat het bedrijf genationaliseerd werd en organiseerden initiatieven om arbeiderszelfbeheer te organiseren. Het idee van arbeiderszelfbeheer was echter een grote bedreiging voor de belangen van de bureaucratie, zowel van de staat als van de vakbeweging, en zij hebben dit soort initiatieven tegen- gewerkt. De arbeiders waren niet sterk genoeg om voortzetting van deze plannen af te dwingen.

Arbeiderszelfbeheer betekent iets anders dan het aanwijzen van een nieuw management met inspraak van de werknemers. Als het management besluiten neemt zonder de georganiseerde deelname van de werknemers is er geen sprake van arbeiderszelfbeheer. Maar het management negeerde gewoon kandidaten die hun niet aanstonden en lieten nieuwe verkiezingen houden tot de arbeiders een afgevaardigde kozen die naar de zin van het management was. Ondertussen maakt het management de vakbeweging uit voor maffioos en corrupt, en neemt de betrokkenheid van de arbeiders bij de pogingen tot zelfbeheer af.

Arbeiderszelfbeheer kan niet per decreet door de regering namens de arbeiders afgekondigd worden. De arbeidersklasse heeft organisaties en politieke ervaring nodig, moet zelf leiders naar voren schuiven en er zelf voor vechten. Daarvoor is een confrontatie met rechts en de bureaucratie nodig. Revolutie betekent confrontatie, mobilisatie, conflicten, strijd, het bezetten van ruimtes. Tijdens de kapitaalstaking van 2002-2003, toen de Venezolaanse bourgeoisie de economie probeerde lam te leggen, namen arbeiders de organisatie van de oliewinning over van het management van het oliebedrijf PDVSA dat deel nam aan de sabotage. Maar toen de aanval afgeslagen was, nam het PDVSA management weer de leiding. Het nationaliseren van een bedrijf betekent dat het bestuur overgenomen wordt door de staat en zolang de structuur van de staat hetzelfde blijft, betekent dit bureaucratie en het ondergraven van arbeiderszelfbeheer. Als we conflicten vermijden en naar kalmte streven zal het huidige systeem stabiliseren – en dat is nog steeds grotendeels het oude kapitalistische systeem. Alleen de beweging kan arbeiderszelfbeheer verwezenlijken.'

We kunnen een dergelijk complex karakter van de Chávez regering ook zien in hoe deze reageert op de Arabische Lente.

'Dit heeft natuurlijk tot veel debat geleid. Ik heb zelf meegemaakt hoe mensen die betrokken zijn bij internationale solidariteit de betrekkingen tussen bijvoorbeeld Chávez en Iran in twijfel trekken. Chávez is voorstander van een 'multi polaire' wereld, een wereld met verschillende machtscentra die elkaar in evenwicht houden. Wat mij betreft, zou ik zeggen dat in zoverre dat als sommige landen botsen met imperialisme en het moeilijk maken voor imperialistische landen om vrij te opereren, dit goed is. Maar wat als landen geregeerd worden door autoritaire, antidemocratische regimes die geconfronteerd worden met binnenlandse opstanden? Hoe kunnen we dan iets anders doen dan ons solidair te verklaren met de opstandelingen?

Betekenen commerciële betrekkingen met Iran dat we ook de politiek van dat land steunen? Als Iran botst met imperialistische belangen, betekent dit dan dat Iran geregeerd wordt door een regering die wij moeten steunen? Dat soort discussies spelen nu in Venezuela. Volgens mij is het een noodzaak voor ons om commerciële betrekkingen te hebben met Iran en is er ruimte voor specifieke politieke overeenkomsten, in zoverre dat het regime de nationale soevereiniteit verdedigt. Maar hier zijn grenzen aan. Volgens mij zien we een proces van democratische opstanden in de Arabische regio en zijn deze reacties op autoritaire, conservatieve regimes. We moeten deze opstanden steunen. Natuurlijk hebben imperialistische mogendheden hun eigen belangen, proberen ze te interveniëren en de opstanden te controleren. Het is geen eenvoudige plaatje, maar ik sta aan de kant van de rebellen en ben tegen de autoritaire regimes en imperialisme.'

Het lijkt erop dat Chávez en het Bolivariaanse proces veel imagoschade hebben opgelopen door zijn standpunten over de Arabische Lente.

'Zonder twijfel is Europees links minder enthousiast geworden over het Bolivariaanse proces. Ze steunen het nog wel, maar met minder enthousiasme en vertrouwen. Dat de regering Chávez banden heeft met regeringen die zo anders zijn is verwarrend.'

Dit is een ingekorte versie van een interview dat eerder verscheen op www.internationalviewpoint.org.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren