Hoe Franse arbeiders het midden in een pandemie opnemen tegen Amazon en winnen

30.04.2020

De zaken gaan goed bij Amazon. Nu een derde deel van de wereldbevolking te maken heeft met maatregelen om thuis te blijven, is het op hol geslagen winkelpubliek naar de site van 's werelds grootste detailhandelaar overgestapt om alles te streamen, te downloaden en te bestellen, van koffiezetapparaten tot wc-papier. Deze toevloed heeft de aandelenkoers van Amazon de afgelopen maand met meer dan 40 procent doen stijgen - en heeft daarbij de oprichter en president van het bedrijf, Jeff Bezos, die nu ongeveer 140 miljard dollar heeft, vetgemest.

Maar van Staten Island tot Piacenza in Italië, hebben de werknemers in  het constante gekkenhuis in de magazijnen van Amazon, hun bezorgdheid geuit over wat dat betekent voor hun gezondheid en veiligheid. Het gaat om basale  vragen die men zou kunnen verwachten van een werkgever die werknemers vraagt om te komen tijdens een dodelijke pandemie: is er goede beschermende uitrusting? Is de werkplek schoon? En zijn er adequate maatregelen getroffen om de sociale afstand te bewaren? Amazon benadrukt dat het antwoord op bovenstaande vragen ja is, hoewel veel werknemers en hun vakbonden nog steeds volhouden dat er meer gedaan moet worden.

Maar terwijl zorgen over veiligheid zichtbaar zijn in het uitgestrekte wereldwijde netwerk van distributiecentra van Amazon, heeft het bedrijf aantoonbaar nergens meer weerstand ondervonden dan in Frankrijk, een land met een lange geschiedenis van werknemersprotesten en relatieve pro-werknemerswetten. Die confrontatie biedt inzichten die veel verder reiken dan de Franse grenzen.

Al op 17 maart, de dag dat de nationale lockdown in Frankrijk van kracht werd, protesteerden en staakten de magazijnmedewerkers van Amazon. De vakbonden die hen vertegenwoordigen, protesteerden tegen een gebrek aan handdesinfectiemiddelen en het risico dat het te druk zou worden in de magazijnen, en meer dan 200 van de ongeveer 10.000 magazijnmedewerkers van het bedrijf gaven formeel te kennen dat ze weigerden om onder onveilige omstandigheden te werken. Terwijl het protest aan de gang was, gaven inspecteurs van de arbeidsinspectie Amazon opdracht om de veiligheidsrisico's die in verschillende magazijnen van het bedrijf werden geconstateerd, aan te pakken.

Vervolgens vond een rechter in een voorstad van Parijs twee weken geleden, naar aanleiding van een vakbondsklacht, dat Amazon nog steeds niet genoeg had gedaan om de veiligheid op de werkplek te beschermen en beval het bedrijf om de magazijnactiviteiten te beperken tot bepaalde essentiële zaken - voedsel, en hygiëne en medische producten - totdat er verbeterde gezondheids- en veiligheidsmaatregelen met de vakbonden overeengekomen waren. Bij niet-naleving zou een zware boete van 1 miljoen euro per dag en per overtreding worden opgelegd.

In het begin schreeuwde Amazon moord en brand. De uitspraak was te complex om te gehoorzamen, zei het bedrijf, voordat het in beroep ging en aankondigde dat het de activiteiten in al zijn Franse magazijnen tot nader order zou opschorten. De baas van Amazon in Frankrijk begon een media offensief om de veiligheidspraktijken van het bedrijf te verdedigen. Hij zei dat slechts een klein deel van de werknemers in loondienst deelnam aan de stakingen en suggereerde dat de overijverige vakbonden de consumenten schade berokkenden.

Maar achter de schermen gooide het bedrijf het over een andere boeg en ging het gedetailleerde besprekingen aan met werknemersvertegenwoordigers over hoe de veiligheid kon worden verbeterd - en in een uitspraak in hoger beroep erkende een rechter vorige week dat het bedrijf veranderingen had aangebracht in verschillende van zijn magazijnen. Maar ze oordeelde ook dat Amazon nog steeds geen bedrijfsbrede methode had ontwikkeld die op alle locaties kon worden toegepast. Terwijl ze het beroep van Amazon verwierp, verlaagde de rechter wel de boete voor niet-naleving tot 100.000 euro per overtreding en breidde het scala aan items uit dat het bedrijf kan distribueren totdat het meer diepgaande veiligheidsbesprekingen heeft afgerond. Toegevoegd aan de lijst werden: technologische poducten, producten voor kantoor-aan-huis en producten voor huisdieren.

Amazon is van mening dat de risico's op het overtreden van de beperkingen op wat het kan verkopen te groot zijn en heeft nog niet gezegd wanneer het van plan is om haar magazijnen te heropenen, maar de werknemers blijven het volledige loon ontvangen en het bedrijf zegt dat het van plan is om de beslissing van de rechter te volgen. (Julie Valette, een woordvoerster van Amazon, vertelde me dat het bedrijf 'gaat voldoen' aan het bevel van de rechtbank om werknemersvertegenwoordigers te raadplegen, in besprekingen die de 'komende dagen' moeten beginnen).

In Amazon's versie van de gebeurtenissen, haalden muggenziftende vakbondsactivisten een paar misplaatste gerechtelijke uitspraken naar boven - een verhaal dat mooi past bij de Anglo-Amerikaanse stereotypen over zakendoen in Frankrijk. Maar bovenal werpt de episode een licht op de voordelen van een agressieve confrontatie met Amazon: het kwam alleen door een door arbeiders geleid protest en een krachtige reactie van rechtbanken dat de technologiereus zijn gedrag begon aan te passen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeiders. Zoals magazijnmedewerkers uit de eerste hand zagen, bracht Amazon vaak verbeteringen aan nadat het onder druk was gezet om dit te doen.

Deze eenvoudige feiten lijken des te belangrijker om in overweging te nemen, omdat Amazon sterker dan ooit uit de pandemie lijkt te komen - en misschien wel nergens meer dan in de Verenigde Staten, de grootste markt- en werkgelegenheidsbasis van het bedrijf, en waar arbeidsrechten ernstig ontbreken in vergelijking met de rest van de meest ontwikkelde economieën van de wereld. Amazon, gevestigd in Seattle, heeft zich lang verzet tegen de erkenning van de vakbonden door de staat, laat staan dat ze  met hen spreekt over veiligheid. Die vijandigheid ten opzichte van collectieve actie is de afgelopen weken door een reeks ontslagen op grimmige wijze getoond: van de organisator van een werkonderbreking in een magazijn in New York City tot twee werknemers die kritisch staan tegenover het klimaatbeleid van het bedrijf. (Het management zegt dat ze het interne beleid en de sociale afstand regels hebben overtreden).

Natuurlijk verschilt het Amerikaanse rechtssysteem sterk van dat van Europa, en in de Verenigde Staten worden de milde straffen die gepaard gaan met het schenden van werknemersrechten vaak afgeschreven als kosten van het zakendoen. Maar de federale overheid heeft wel de bevoegdheid om onderzoek te doen en werkgevers te beboeten die zich niet aan de veiligheidsverplichtingen houden. Dat betekent niet dat politici geen andere gaten kunnen dichten. Het goedkeuren van eisen met betrekking tot betaald verlof zou een impuls kunnen geven aan degenen bij Amazon en daarbuiten die liever thuisblijven van hun werk, maar het zich niet kunnen veroorloven om dat te doen. Op de lange termijn zou een systeem van verplichte landelijke collectieve onderhandelingen ervoor kunnen zorgen dat bedrijven rechtstreeks met de werknemers onderhandelen en rekening houden met de zorgen van de werkvloer. Immers, de aanwezigheid van een dergelijk kader in Frankrijk vandaag de dag is uiteindelijk wat Amazon aan de tafel dwingt met de vakbonden.

Geen van de vergeldingsmaatregelen zal het opkomende activisme bij Amazon om zeep helpen. Maar omdat de arbeiders zich blijven uitspreken over de arbeidsomstandigheden en het gebrek aan macht op het werk, hebben regelgevers en beleidsmakers belangrijke keuzes te maken. Gaan ze de zorgen van de werknemers serieus nemen en nadenken over manieren om hen te aan te moedigen? Of geven ze het gezag op de werkplek over aan een steeds groter wordende, hyperambitieuze multinational met een patroon van misbruik?

Zoals de strijd in Frankrijk laat zien, kunnen krachtige wettelijke beschermingen een aanvulling vormen op werknemersactivisme om het leven en de veiligheid van werknemers te verbeteren. Het is ook goed om te onthouden dat het niet zo erg is als machtige bedrijven klagen over onterechte behandeling - dat piepen is in feite vaak het geluid van vooruitgang.

Cole Stangler is een in Parijs gevestigde journalist die schrijft over arbeid en politiek.

Dit artikel verscheen op de website van The New York Times. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.