Nooit meer de andere kant opkijken

07.05.2021

Op 4 mei is er bij de ingang van het Vondelpark aan de Van Eeghenstraat een gedenkteken geplaatst. Op de plek waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een bordje hing met de tekst ‘Voor Joden verboden’, staat ter nagedachtenis nu een spiegel en tekstbord.

Het gedenkteken is geïnspireerd door de toespraak van koning Willem-Alexander tijdens de Dodenherdenking van 4 mei 2020 waarin hij zei: ‘Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: Voor Joden verboden’. Een jaar later is het gedenkteken, dat bestaat uit een spiegel en tekstbord, gerealiseerd. De spiegel nodigt de toeschouwer uit na te denken over wat hij of zij zelf zou doen bij het zien van onrecht. Wat zou jij nu doen, als je ergens racisme, discriminatie of intolerantie bespeurt. Kun je jezelf recht in de ogen kijken?’ Alejandra Slutzky was een van de sprekers bij de onthulling van het gedenkteken, wij publiceren hier haar toespraak.

Ik ben Alejandra Slutzky, mijn moeder was Ana Lucila Svensson, mijn vader Samuel Leonardo Slutzky. Ik wil hun namen voluit uitspreken opdat ze hier met ons zijn. Wat ik te vertellen heb, gaat met name over mijn vader en zijn erfenis.

Ik ben geboren in Argentinië en als vluchteling naar Nederland gekomen tijdens de laatste dictatuur in dat land.

Mijn grootouders aan mijn vaders kant kwamen uit Wit-Rusland, uit de joodse stad Slutsk. Tijdens de oorlog werd de stad leeggehaald, mensen werden op transport gezet, hun huizen bezet, men hing hun vlag uit het raam.

Mijn Joodse voorouders vluchtten voor de pogroms, als vluchtelingen op een boot die nergens welkom was, voeren ze lange tijd tot ze bij Buenos Aires aankwamen. 

In Argentinië was nog maar net een genocide gepleegd op inheemse volkeren en waren de zwarten massaal naar het front gestuurd in een oorlog. Lang was er in Buenos Aires niet één zwarte of inheemse persoon meer te vinden. Mijn grootouders waren blij in de nieuwe wereld. De genocide was inmiddels genormaliseerd. Ze spraken er niet over, het was immers voor hun tijd.

In de aanloop naar WOII werden steeds vaker ook de joden gediscrimineerd. Er was een pikorde van discriminatie waarin de joden een plek kregen, hoger dan de inheemsen, de homo’s, de zwarten, de ‘gekken’ en de ‘criminelen’… Ze konden ermee leven, hun gemeenschap was groot. Het viel wel mee, ze hadden erger gekend.

Ondertussen volgden dictaturen elkaar op en in de wereld waaide een revolutionaire wind, er was Cuba, Vietnam, Praag, Parijs, de Sovjet Unie, Mao… Mijn vader en oom doken in het Marxisme.

Mijn ouders ontmoetten elkaar en besloten naar Cuba te gaan. Terwijl ik opgevangen werd door compañeras, trainden mijn ouders voor de revolutie. Mijn vader ging als eerste terug naar Argentinië, toen wij. Het liep niet goed af, mijn vader werd gepakt in de heuvels, samen met zijn kameraden.

Ze vertelden me dat toen ze gevangen genomen werden, ze op de buik met hun handen in de nek moesten liggen en dat een van de soldaten aan mijn vader beval ‘Doctor, gaat u zitten’. Maar mijn vader zei ‘Nee, als mijn compañeros niet mogen zitten, dan ik ook niet’. Hij wekte de woede van de militairen hierdoor. Hij weigerde privileges te accepteren. Mijn vader werd extra hard geslagen, beledigd als jood en intellectueel gedurende de volgende 5 jaar gevangenis.

Toen kwam hij vrij.

Mijn vader leerde me niet alles zomaar te geloven. Hij leerde me dat Jezus de eerste revolutionair socialist was, dat hij opstond voor zijn volk tegenover de elite en machthebbers. Dat hij zijn volk verdedigde tegen het systeem van uitsluiting en onderdrukking. Dat ze hem dáárom kruisigden.

Hij leerde me, dat ik niet meer waard was dan een koe, dan een boom,een vlinder, een hond.

Dat ik goed naar de mieren moest kijken, van ze leren, hoe je te organiseren, dat elke rol in de groep even belangrijk is, dat je elkaar nodig hebt en dat alles met elkaar samenhangt.

Hij nam me mee naar de sloppenwijken, als hij als arts op bezoek ging. Liet me spelen met de kinderen terwijl hij zijn patiënten verzorgde.

Mijn vader leerde me over het Palestijnse volk, hoe het onder de voeten gelopen werd, hoe hun huizen bezet werden door joodse mensen uit heel de wereld.

Hij leerde me dat stenen ‘waardig’ zijn áls het stenen zijn waarmee een volk zich verdedigt.

De nacht dat mijn vader opgehaald werd, lagen we in bed. De uniformen en laarzen kwamen binnen en mijn half ‘zusje’ werd in mijn armen geduwd, ze fluisterde me toe ‘Ale, waarom tril je zo?’

Ze ondervroegen mijn vader in zijn slaapkamer, haalden alles overhoop en namen hem mee.

Daarna het huis, de straat, de buren, de honden op straat, wij, alles was in een diepe stilte gehuld.

Kwam niemand ons helpen? De buren hadden het toch zeker gehoord? Mijn vader was ‘El Doctor’ van de wijk! Hij was geliefd… Niemand kwam naar buiten, geen licht ging aan toen we de deur uitgingen en begonnen te lopen, zonder precies te weten waarheen.

Het zwijgen van de buurt, van de mensen, van de stad, van het land. Stilte vol van woorden van verzet, van rebellie, van zoveel dat gezegd had moeten worden en niet gezegd werd.

Die stilte maakte het voortduren van de terreur mogelijk. Er werden in Argentinië 365 folterkampen opgezet. 30.000 mensen verdwenen.

Het was nog onder de dictatuur dat De Moeders van Plaza de Mayo de straat opgingen. De militairen noemden hen de Dwaze moeders want ze liepen met een luier van hun kind om het hoofd.

De Moeders riepen zo hard als ze konden dat ze het enige dat ze wilden was: weten waar hun kinderen waren, of het ze goed ging, of ze nog levend waren, of het baby’tje geboren was, of ze a.u.b. bij hun kinderen mochten!

De Moeders spraken over Liefde en lopen al 44 jaar rondjes op het plein. Omdat ze nog steeds niet weten wat er met hun kinderen gebeurd is.

De Moeders blijven verenigd tot vandaag, of ze nou trotskistisch ,sociaaldemocraat of niet politiek denken, ze geven elkaar de ruimte, en lopen nog steeds samen.

De Moeders leerden me, dat het sterkste wapen in ons zelf liefde is. Een liefde die uitgaat van gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, van compassie, waar ego’s klein zijn. Een liefde die zich verheugt om iets voor een ander te kunnen doen en zich dan zelf gelukkig voelt. Een liefde met oog voor de onzichtbaren, voor de uitgestotenen, voor onrecht.

– Ook nu laten we boten met vluchtelingen niet aanmeren en laten we vluchtelingen aan hun lot over, terwijl onze natie meedoet aan oorlogen. Een systeem dat mensen op de vlucht jaagt.

– Ook nu worden mensen wereldwijd uit hun huizen gejaagd en worden hun huizen bezet.

– Ook nu worden mensen om hun huidskleur, geloof, gender, klasse of afkomst gediscrimineerd en uitgesloten van gelijke rechten in ons land. En neemt het racisme en extreem rechts toe. Niet alleen op straat, maar ook bij overheden.

– Ook nu weer kan een prinses gaan backpacken met een toelage van 1,5 miljoen, terwijl mensen van de voedselbank moeten leven en zorgmedewerkers niet meer extra krijgen dan een applaus en een liedje.

– En dan het toeslagenschandaal: ook nu weer kan er in de krant staan dat de belastingdienst mensen afwijst voor compensatie en zo’n besluit niet ‘besluit’ noemt zodat mensen NIET in hoger beroep kunnen gaan. Ook nu weer gaan de CEO’s van multinationals vrijuit en stoppen we migrante jongeren voor een kleiner misdrijf in de cel.

– Ook nu weer nemen we klakkeloos de door de overheid verzonnen categorieën mensen over: allochtoon, illegaal, ‘echte vluchtelingen’, bijstandsmoeders, uitkeringstrekkers. Alles bedoeld om rechten van mensen in te perken.

– Ook nu weer gaat het belang van sommigen boven het belang van allen.

– Ook nu weer kijken de meesten massaal weg, en praat men het goed.

Papieren doen er meer toe dan mensen, de markt doet er meer toe dan mensen.

Herdenken is meer dan terugkijken. Herdenken is willen leren en daarmee stelling nemen. Het is verder aan ons wat we ermee doen, verheffen we onze stem en reiken we elkaar een hand in gelijkwaardige solidariteit of blijven we aan de zijlijn kijken?

Mijn Moeders roepen nu nog: Laten we a.u.b. NOOIT MEER DIE Stilte toelaten.

Nooit meer de andere kant op kijken, nooit meer ons hart sluiten voor het leed van de ander.

En zelfs als je denkt dat je niks kunt doen, zoek gelijkgezinden, want die zijn er, zoek ze en verenig je, organiseer je, maak een vuist, verdedig de ander en daarmee je eigen humaniteit.

Het is niet te laat, het is nooit te laat om erger te voorkomen. Kom 15mei naar de DAM om 13:00 in solidariteit met de Toeslagenschandaal ouders.

NOOIT MEER De andere kant op kijken,

NOOIT MEER STILBLIJVEN.

NOOIT MEER RACISME EN FACISME toelaten!

Overgenomen van de website van Alejandra.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.