Borderless

20 July 2019

Solidariteit in de 21e eeuw

Als er ergens sprake is van massaal en radicaal verzet tegen de neoliberale politiek dan is het in Latijns-Amerika. Dus ligt het voor de hand dat activisten die zich in Nederland verzetten tegen het neoliberalisme zich ook mengen in de solidariteit met die strijd. Dat gebeurt helaas op te beperkte schaal en nogal versnipperd. Een pleidooi voor een nieuwe brede solidariteitsbeweging.

De strijd tegen de neoliberale politiek is in Latijns-Amerika massaal en radicaal en uiterst divers. Zowel in samenstelling als in actievormen. De Indiaanse opstand in Ecuador; de gas- en wateroorlogen in Bolivia; de gewapende Zapatistische opstand in Chiapas; de strijd van de bewoners van volkswijken in Argentinië van landlozen in Brazilië de Bolivariaanse revolutie in Venezuela; het verzet in Colombia; om slechts de meest spectaculaire voorbeelden te noemen. Voor velen is het de vraag of al deze bewegingen wel onder dezelfde noemer van antineoliberale strijd gebracht kunnen worden. Ze hebben immers allemaal hun eigen wortels, hun specifieke geschiedenis en ideologisch lopen de bewegingen erg uiteen. Maar juist in die verscheidenheid ligt ook wat die bewegingen gemeen hebben: ze verzetten zich tegen het homogeniserende effect van het neoliberalisme, tegen de uitverkoop en 'McDonaldisering' van hun economie en cultuur. Het is juist hun eigenheid die door het neoliberalisme wordt bedreigd. De solidariteitsbeweging moet die combinatie van eigenheid en gemeenschappelijkheid als uitgangspunt nemen. De specifieke situatie in verschillende streken is heel belangrijk, net als het feit dat al deze bewegingen en strijdtonelen een gemeenschappelijke tegenstander hebben.

Ervaringen
De laatste decennia van de vorige eeuw kende Nederland een omvangrijke Latijns-Amerika beweging. In een lappendeken van landencomité's, plaatselijke groepen en samenwerkingsverbanden waren honderden, en soms duizenden mensen actief. Deze beweging had twee bronnen. In de eerste plaats solidariteit met de onderdrukten, met mensen die het slechter hadden dan wij. Daar kwam bij: politieke identificatie. Identificatie met de 'vreedzame weg naar het socialisme' van de Chileense president Salvador Allende, met het revolutionaire Cuba, met de Sandinisten in Nicaragua, met de gewapende strijd in El Salvador. In de praktijk leidde dat niet zelden tot een weinig kritische opstelling ten opzichte van de gesteunde beweging. Het waren mensen op achterstand die onze steun nodig hadden, of het waren helden. In beide gevallen was kritiek niet op zijn plaats. De prijs die voor die onkritische en apolitieke houding werd betaald was vaak hoog. Veel solidariteitsbewegingen waren of werden niet veel meer dan vertegenwoordigers van politieke stromingen in Latijns-Amerika. Van een echte wisselwerking, het uitwisselen van ervaringen, van een gezamenlijke praktijk was maar in beperkte mate sprake. Onder de huidige omstandigheden van neoliberale globalisering zijn de mogelijkheden daarvoor groter. De problemen en omstandigheden waar de mensen daar en hier mee te maken hebben zijn meer op elkaar gaan lijken. De basis van de solidariteit is niet meer dat wij het goed en zij het zo slecht hebben. Het zijn steeds meer dezelfde (multinationale) tegenstanders waar we mee te maken hebben. De mogelijkheden voor onderlinge communicatie zijn enorm toegenomen en we hebben met de Sociale Fora op mondiaal niveau een gemeenschappelijke ruimte voor discussie en actie-initiatieven gecreëerd. Veel sociale bewegingen functioneren dan ook veel meer internationaal dan vroeger. Er zijn internationale campagnes op het vlak van milieu en duurzaamheid, er is een sterke internationale boerenbeweging, enzovoort. Maar directe politieke solidariteit - steun aan politieke bewegingen, politieke druk op westerse regeringen en het mobiliseren van mensen - zien we veel minder. Trauma's uit het verleden en de angst om door politieke krachten ingekapseld te worden, spelen daarbij een rol. Maar het wordt tijd daar afstand van te nemen en te gaan werken aan een brede beweging die ook de politieke solidariteit niet uit de weg gaat.

Sociaal en politiek
Sociale strijd zoekt - als het enige omvang bereikt - altijd naar een politieke uitdrukking. Besluiten over het wel of niet privatiseren van de nationale gas- of olievoorraad worden uiteindelijk in de nationale politieke arena genomen. Ook al wordt de uitkomst van de beslissing bepaald door de strijd in de volkswijken. Omgekeerd wordt de sociale strijd ook op allerlei manier door 'de politiek' beïnvloed. Politieke organisaties en hun leden zijn actief in sociale bewegingen, politieke ontwikkelingen beïnvloeden de stemming en de vooruitzichten van sociale bewegingen. Het is dan ook zinloos om een waterdichte scheiding aan te brengen tussen de sociale en de politieke strijd. Wie denkt dat je alleen de sociale strijd kan steunen en volstrekt voorbij kan gaan aan de politieke kant houdt vooral zichzelf voor de gek. Internationale solidariteit is een politieke activiteit - de ontwikkeling van strijd tegen het neoliberalisme in Latijns-Amerika is gediend met een politieke kijk op de ontwikkelingen en met het stellen van politieke prioriteiten, ook in de solidariteitsbeweging.

Stromingen
Binnen links in Latijns-Amerika lijken zich steeds duidelijker twee polen af te tekenen. Aan de ene kant staan de Venezolaanse en Boliviaanse presidenten Chávez en Morales die, met steun van Castro, een radicale antineoliberale politiek voeren. Aan de andere kant zien we gematigde linkse krachten als de Braziliaanse president Lula, de Argentijn Kirchner en Vasquez uit Uruguay, die een sociaalneoliberale koers varen. De tegenstelling tussen deze polen is verre van absoluut. Soms wordt gezamenlijk opgetreden en elkaar echt afvallen doen ze niet. Beide polen lijken zich bewust dat ze elkaar in de huidige situatie nodig hebben, om zelf voldoende politieke speelruimte te houden. Naast deze hoofdstromen blijven de Zapatistas in Chiapas (in het zuiden van Mexico) een belangrijke rol spelen, een beweging die al sinds 1994 bezig is met het opbouwen van autonome gemeenschappen. De Zapatistas behoren tot de stroming die streeft naar verandering zonder de politieke macht te veroveren. Wel hebben ze het afgelopen decennium geprobeerd om de nationale politieke verhoudingen te beïnvloeden, zoals nu met de 'andere' campagne in de aanloop naar de nationale verkiezingen. In deze complexe situatie zal de solidariteitsbeweging haar weg moeten vinden.

Zelfbeschikking
Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het zelfbeschikkingsrecht: het recht van de Latijns-Amerikanen om zelf hun eigen weg te kiezen, vrij van politieke, economische en militaire dwang. Dat uitgangspunt moeten we onvoorwaardelijk toepassen, ongeacht de vraag of we het met een bepaald beleid of bepaalde maatregelen eens zijn. Er is geen enkele tegenstelling tussen het pleiten voor meer burgerlijke vrijheden (persvrijheid, vrijheid van organisatie en dergelijke) op Cuba en het verwerpen van de Amerikaanse boycot en agressie tegen dat land. We hoeven het niet in alles eens te zijn met Chávez om ons te verzetten tegen de pogingen om zijn regering te destabiliseren. We kunnen ons keren tegen het 'plan Colombia', zonder in te stemmen met de de Colombiaanse guerrillabeweging. We kunnen twijfels hebben bij de strategie van de Zapatistas, maar ons tegelijkertijd verzetten tegen de militarisering van Chiapas. En we hoeven ons niet te beperken. Er zijn genoeg ontwikkelingen in Latijns-Amerika die we zonder meer kunnen steunen. Sociale, maar ook politieke ontwikkelingen.

Sociaal Forum
Op het Nederlands Sociaal Forum zijn een zestal bijeenkomsten die specifiek gaan over Latijns-Amerika. Een workshop over directe solidariteit, met name gericht op de Zapatistas; een over Bolivia; twee over Venezuela; een over jongerenorganisaties in Bolivia en Brazilië en een over de nieuwe politieke situatie in het hele continent. Het zou jammer zijn als het bij zes afzonderlijke discussies zou blijven. Het sociaal forum is bij uitstek een gelegenheid om het niveau van de eigen organisaties en de eigen activiteit te overstijgen en met anderen te zoeken naar een gezamenlijke basis. Op het NSF zou een start kunnen worden gemaakt met de discussie over de solidariteitsbeweging in de eenentwintigste eeuw. Een solidariteitsbeweging die breed en pluriform is, die zich zowel op de sociale als op de politieke kant van de strijd richt en waarin discussies over de ontwikkelingen in Latijns-Amerika een centrale rol spelen. Een dergelijke beweging zou ook aantrekkelijk moeten zijn voor mensen die zich niet al traditioneel met Latijns-Amerika bezig houden. Want de ontwikkelingen in dat continent zijn dermate boeiend en veelbelovend dat ze ook anderen aanspreken en een bron van inspiratie kunnen vormen voor een veel groter deel van de globaliseringbeweging.

Willem Bos was in de jaren tachtig en negentig actief in de solidariteitsbewegingen met Nicaragua en El Salvador en is nu onder andere Latijns-Amerika medewerker van Grenzeloos.

Anti-interventie De globaliseringsbeweging in Latijns-Amerika kent veel tegenstanders en bedreigingen. Lokale elites - en vooral het deel dat nauw verbonden is met grote multinationale ondernemingen - verdedigen de neoliberale orde met hand en tand. De belangrijkste steun daarbij komt van de VS. Zij willen koste wat kost voorkomen dat in hun eigen achtertuin alternatieven tot ontwikkeling komen. Daarom is het de eerste taak van de internationale solidariteitsbeweging om de voortdurende interventie van de VS in Latijns-Amerika aan de kaak te stellen en te bestrijden. Concreet betekent dat strijd tegen zaken als de Amerikaanse boycot van Cuba; tegen het plan Colombia, dat inhoud dat onder het mom van drugsbestrijding met zwaar militair geweld tegen linkse bewegingen wordt opgetreden; de voortdurende bedreigingen en verdachtmakingen aan het adres van Venezuela; de druk op de regering Morales; de 'war on drugs' en de 'war on terror'; en de pogingen om tot een grote Amerikaanse vrijhandelszone te komen waarbinnen de belangen van de VS vrij spel hebben. Via het beschikbaar stellen van bases op de Nederlandse Antillen is Nederland betrokken bij plan Colombia. De uitspraken van minister Kamp over Chávez ('een gevaarlijke populist die bedreigend is voor de Nederlandse Antillen') en van Minister Bot ('het gevaar van linkse regimes in Latijns-Amerika') geven aan dat de Nederlandse regering het belang van de ontwikkelingen op het continent inziet. De globaliseringsbeweging moet daar een voorbeeld aan nemen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren