Borderless

22 October 2019

Solidariteit of vergoelijking van kolonialisme

In oktober van het vorige jaar schreef Klaas Stutje voor ‘Solidariteit, webzine voor een strijdbare vakbeweging’ onder de kop #spoormustfall een behartenswaardig commentaar waarin hij zijn hoop uitsprak dat na Zuid Afrika, de VS en elders in Europa ook in Nederland een brede campagne tegen koloniale verheerlijking van de grond zou komen. ‘Ook door linkse mensen wordt dikwijls neerbuigend gedaan over dergelijke ”symboolpolitiek” ‘, schreef Stutje. In werkelijkheid is het nog erger. Sommige linkse mensen voelen zich geroepen om onder het mom van een evenwichtiger beeld, de zegeningen van het kolonialisme te bezingen.

Onder de titel ‘Minder eendimensionale, koloniale veroordeling’, publiceerde Solidariteit op 22 januari eveneens als ‘Solidariteit – commentaar’ een reactie van Marten Buschman. Het stuk van Buschman is een triest voorbeeld van hoe sterk de blindheid voor het koloniale verleden is onder witte Nederlandse intellectuelen, ook als zij zichzelf als progressief of zelfs links beschouwen. De argumentatie van Buschman is typerend voor dit type scribenten over ons koloniaal verleden.

Buschman verwijt Stutje ‘Geen enkele waardering (te hebben) voor de positieve kant van de westerse hegemonie. Bijvoorbeeld dat we in een tijd leven -  ondanks de huidige kleine terugslag – zonder weerga: laagste moordcijfers. langdurige vrede, geen oorlog tussen democratische staten, democratie breidt zich maar uit, zelfontplooiing en op veel plekken rechten voor vrouwen en minderheden.’ Waar Buschman aan toevoegt: ‘Dat er nog veel te verbeteren valt lijkt mij eveneens een feit’.

Alleen al deze passage laat op onthutsende wijze het Westerse en koloniale denkkader van Buschman zien. Laten we deze bewering nauwkeurig bekijken. Het eerste dat opvalt is dat, terwijl Stutje het over het koloniaal verleden heeft, Buschman het heeft over Westerse hegemonie, zonder ook maar moeite te doen om duidelijk te maken wat hij daar onder verstaat, hoe zich dat verhoudt tot het kolonialisme en over welke periode hij het heeft.

Een tijd zonder weerga

‘We leven in een tijd zonder weerga’, schrijft Busman, en uit de opsomming die hij daarna geeft, blijkt dat hij bedoelt een tijd die veel beter is dan andere tijden. Maar welke andere tijden? Waar vergelijkt hij de tijd waarin wij leven mee? Aangezien het hier om een discussie over het koloniaal verleden gaat is het voor de hand liggend dat hij ‘onze tijd’ vergelijkt met de pre-koloniale tijd; dat het gaat om een vergelijking van de situatie van de mensheid nu - onder wat hij noemt Westerse hegemonie – met die daarvoor: het pre-koloniale verleden.

Als dat zo is, dan is het duidelijk dat de bewering van Buschman volstrekt absurd is: de koloniale oorlogen, de trans-Atlantische slavenhandel en de koloniale slavernij, maar ook de twee Wereldoorlogen, de Holocaust vonden toch niet plaats in de periode voor de Westerse hegemonie? Natuurlijk, in de periode voor het Westerse kolonialisme leefde de overgrote meerderheid van de wereldbevolking niet in een paradijs. Maar dat betekent niet dat je serieus vol kan houden dat sinds de Westerse hegemonie er sprake is van ‘langdurige vrede,’ en al dat andere moois dat Buschman ons voorhoudt.

Wat hier door Buschman als feiten wordt genoemd - feiten waarvoor hij geen bron vermeldt – zijn waarschijnlijk terug te voeren tot het werk van sociaalpsycholoog Steven Pinker en zijn volgelingen. Pinker beweert op basis van statistisch materiaal aan te kunnen tonen dat de mensheid steeds minder gewelddadig is. Maar de stellige beweringen van Pinter zijn op zijn minst zeer omstreden. En het is duidelijk dat ze een ideologische functie hebben. Maar ook als Pinter gelijk zou hebben en de mensheid er steeds beter voor zou staan, is er geen enkel bewijs dat dat het gevolg is van ‘de Westerse hegemonie’, zoals Buschman beweert.

Of bedoelt Buschman met zijn passage over ‘tijd zonder weerga’ dat de wereld er vandaag de dag zo goed voor staat? Hij heeft het over ‘langdurige vrede’. Ik weet niet op welke planeet Buschman leeft maar op de mijne is er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog altijd wel ergens oorlog gevoerd en zijn er nu zeer bloedige oorlogen in onder meer Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, Mali, Jemen, Turkije en Oekraïne waarbij dagelijks tientallen zo niet honderden doden vallen. En dan heb ik het nog niet over zaken als de drugsoorlog in Mexico waarbij zeker 100.000 mensen zijn omgekomen. Er zijn in onze ‘weergaloze tijd’ wereldwijd zo’n 60 miljoen mensen op de vlucht voor oorlogshandelingen en ander geweld. Meer dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog.

Maar, zo stelt Buschman er is in de tijd waarin wij leven: ‘geen oorlog tussen democratische staten’. Dat klopt in zekere zin. De belangenconflicten tussen de ‘democratische staten’ worden niet meer op Europese bodem uitgevochten zoals voor 1945. Maar wie daarom schrijft dat er van langdurige vrede sprake is, maakt daarmee duidelijk dat zijn denken volledig binnen een Westers kolonialistisch kader blijft, waarbij oorlogen buiten Europa en de miljoenen slachtoffers daarvan niet meetellen.

Koloniaal denkkader

Dat koloniale denkkader wordt ook duidelijk als Buschman onder het kopje ‘onterechte veroordeling’ eerst beschrijft hoe tot ver in de twintigste eeuw Nederlanders trots waren op het Hollandse Koloniale Rijk, maar er vanaf de publicatie van Multatuli’s Max Havelaar in 1860 een kritische houding ontstond tegenover de ‘koloniale uitbuiting van de Javaanse medemens’. Afgezien van het feit dat het bij het Nederlandse kolonialisme om meer ging dan de uitbuiting van de Javaanse medemens, suggereert Buscham dat er voor 1860 hoegenaamd geen weerstand en verzet tegen het kolonialisme was. Dat is onjuist. In zijn indrukwekkende boek ‘Roofstaat’, laat Ewald Vanvugt zien dat de hele koloniale geschiedenis door, er ook in Nederland en door Nederlanders geageerd is tegen de koloniale praktijken, en dat het idee dat we de gruwelijkheden van toen in het licht van hun tijd moeten zien omdat ze toen door iedereen normaal gevonden werden op zijn minst moeten relativeren.

Maar veel belangrijker dan de vraag of er in Nederland tegenstand was tegen de koloniale politiek is natuurlijk de vraag wat het voor de gekoloniseerden betekende. Voor de mensen waarvan het land werd geroofd, die tot hele of halve slavernij werden gedwongen, die zich vaak met heldenmoed verzetten en massaal werden afgeslacht. ‘Welke samenleving was niet gewelddadig’, schrijft Buschman daar laconiek over. Maar het kenmerk van kolonialisme is dat het land, de producten en de arbeidskracht van vreemde volkeren wordt ingenomen om daar zo veel mogelijk winst uit te persen. Er is dus altijd van structureel en eenzijdig geweld, van bezetting en onderdrukking sprake. En er is altijd sprake van hardnekkig en vaak heldhaftig verzet daartegen. Net zoals er voor Buchman sprake is van langdurige vrede als er geen oorlog is tussen ‘democratische landen’, is er geen verzet tegen kolonialisme als dat niet in Nederland is.

Ook als hij het over de zo genoemde ‘politionele acties’ heeft, dat wil zeggen de Nederlandse oorlog tegen de onafhankelijkheid van Indonesië na de Japanse bezetting, laat Buschman het aspect van voortdurend institutioneel geweld, en van bezetting buiten beschouwing en heeft hij het over de ‘excessen van beide kanten’, in het kader van het dekolonisatieproces.

In dezelfde editie van Solidariteit waarin het commentaar van Buschman verscheen staat een zeer lezenswaardig stuk van Maurice Ferares onder de titel: ‘Oorlogsdaad of individuele terreur’ over de daad van de Palestijn Fadi al-Qanbar die op 8 januari 2017 in Jeruzalem met een truck vier Israëlische militairen dood reed. ‘Elk verzet tegen een bezetting is gerechtvaardigd’, schrijf Ferares. ‘Ook die door Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog, was dat.….’ En dat geldt natuurlijk ook voor die van de Indonesiërs tegen de Nederlandse bezetting. Natuurlijk hebben zich daarbij van de kant van de Indonesiërs ook excessen voorgedaan. Maar van Nederlandse kant was er geen sprake van excessen maar van structurele en systematische terreur door een bezetter. Wie die zaken aan elkaar gelijk stelt doet niets anders dan het kolonialisme rechtvaardigen.

Het is ook typerend dat Buschman het heeft over de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië in 1949, waarmee hij naar goede koloniale gewoonte het uitroepen van de onafhankelijkheid van de republiek Indonesië op 17 augustus 1945 negeert en ervan uitgaat dat de onafhankelijkheid pas een feit werd toen na de twee zogenoemde ‘politionele acties’ Nederland - onder sterke internationale druk - eindelijk de Indonesische soevereiniteit over het grootste deel van het eilandenrijk erkende. Daarmee worden ook het militair optreden tegen het verzet tegen de Nederlandse bezetting als ‘politionele acties’ gelegitimeerd, het gaat dan immers om het herstellen van het wettig Nederlandse gezag op Nederlands grondgebied.

Discussietruc

Nadat hij - zonder enige kritische opmerking - de rechtvaardiging van Balkenende van zijn uitspraak over de VOC-mentaliteit heeft geciteerd: ‘Voor de wil om het beste uit jezelf te halen, de beste willen zijn. Voor samenwerking, over de grenzen heen kijken. En voor risico's nemen. Die spirit, die hield mij bezig. En daar geloof ik nog steeds in.’ Schrijft hij: ‘Volgens mij zijn we in die veroordeling van Nederland te eendimensionaal geworden.’ Daarmee past hij een wel heel doorzichtige discussietruc toe: wie kritiek heeft op het koloniaal verleden, of zelfs maar vindt dat daar meer aandacht aan moet worden besteed, die is bezig Nederland te veroordelen. Of zoals hij het een paar regels verder schrijft ‘het Westen te veroordelen’, terwijl ‘Het westen uitzonderlijk is vanwege die vreemde ontwikkeling die Verlichting heet.’

Natuurlijk heeft Buschman ook nagedacht over de vraag hoe het komt dat het koloniaal verleden de laatste tijd zo negatief in de aandacht is. ‘Ik zie linkse types die een ééndimensionale (linkse hobby?) analyse op de geschiedenis loslaten. Dat komt ook, doordat rechtse types het belangrijke werk van al die Hollanders in de Oost benadrukten als: 'daar werd iets groot verricht' en geen oog hadden voor de gewelddadige kant van de koloniale onderneming.’

Ook hier lijkt het me dat Buschman zich vergist. Volgens mij is de verhoogde belangstelling voor - en kritiek op - het koloniale verleden niet in eerste instantie afkomstig van linkse types, maar van de mensen in Nederland met - zoals dat tegenwoordig zo netjes heet – een migratie-achtergrond die dagelijks met de gevolgen van eeuwen kolonialisme en koloniale ideologie geconfronteerd worden in de vorm van racisme, moslimhaat, discriminatie, etnisch profileren en wit superioriteitsdenken. En die terecht de link leggen met het koloniale verleden.

Het is natuurlijk prima dat Solidariteit het stuk van Buschman heeft gepubliceerd, het was immers een reactie op het commentaar van Stutje en discussie over dit onderwerp is meer dan welkom. Wel heeft het me verbaasd dat het niet als een ingezonden stuk of een discussiebijdrage maar als een redactioneel commentaar werd gepresenteerd. Daarmee kan de indruk ontstaan dat het niet slechts de mening van Buschman, maar die van Solidariteit is.

Dat is des te problematischer omdat Solidariteit in juni van het vorige jaar een redactioneel commentaar plaatste dat mijns inziens niets minder dan een lofrede was op het Britse imperialisme en waarin te lezen was dat ‘op doorslaggevende momenten in de twintigste eeuw de Britten aan de goede kant van de geschiedenis stonden voor universele waarden: vrijheid, vrede en democratie’ en waarin de koloniaal, racist, antisemiet, en socialistenvreter Winston Churchill als een strijder voor vrede en democratie wordt voorgesteld en de waanzinnig hoge herstelbetalingen in het verdrag van Versailles als een logisch gevolg van de Engelse oorlogsschade wordt voorgesteld.

Het zou goed zijn als de redactie van Solidariteit haar lezers duidelijk zou maken dat zij voorstander is een open discussie over allerlei thema’s - ook al hebben die niet direct betrekking op de vakbeweging - maar dat voor het ‘webzine voor een strijdbare vakbeweging’ solidariteit met de verdrukten op deze aarde centraal staat en niet het verdedigen of vergoelijken van imperialisme en kolonialisme.

Dit artikel verscheen als ingezonden stuk op Solidariteit. Daar vindt u ook een reactie van Buschman, op bovenstaande, en een reactie van Stutje op het oorspronkelijke stuk van Buschman.

Soort artikel: 

Reacties

Door Grenzeloos op

De redactie van Solidariteit verzocht ons om het naschrift dat zij op Solidariteit bij bovenstaand artikel plaatste ook hier te plaatsen.
“Een opmerking - mede namens Rob Lubbersen, Sjarrel Massop, Jan Taat, Herre de Vries en Ab de Wildt:
Solidariteit kent geen 'redactioneel commentaar', van Klaas Stutje noch van Harry Peer (305, 26 juni 2016). Wel heeft de redactie bij een speciale gelegenheid sinds 2004 vier maal haar naam aan een commentaar gegeven. Wij nodigen mensen uit om een commentaar te schrijven. Vervolgens laten we hun via de mail op de eerste versie onze (kritische) opmerkingen weten die zij naar hun goeddunken verwerken tot het te publiceren eindresultaat, waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Zo gaat het ook als één van ons een commentaar voor zijn rekening neemt. Een zeldzame keer is in het verleden de samenwerking met één van de gastcommentatoren op inhoudelijke gronden verbroken. Als 'webredactie' zijn wij een links samenwerkingsverband dat alle vertrouwen heeft in het oordeel van onze lezers en lezeressen,

Hans Boot.”

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren