Het links populisme is geen geloofwaardig antwoord op rechts populisme

Zowel in de VS als in Europa heeft het uiterst-rechtse populisme de wind in de zeilen. Het steunt op de frustraties van de witte middenklassen en armere bevolkingsgroepen, door hen de terugkeer te beloven van een geïdealiseerd verleden van orde en welvaart. Een verleden waarin de armere lagen van de bevolking de betrekkelijke veiligheid genoten van een leven beschermd achter de nationale grenzen. Een verleden ook waarin de Zwarten, de Arabieren, de Chinezen (en de vrouwen…) ‘hun plaats kenden’..

De rechtse populist gaat tekeer tegen de ‘mondiale elites zonder vaderland’ – maar vergeet de multinationale bedrijven van het eigen land. Hij bouwt een heldhaftig verhaal op waarin het volk, één rond de leider, de verloren eenheid hervindt met uitsluiting van de verraders en de vreemdelingen. Hij heeft makkelijk spel, want de schipbreuk van de ‘linkse’ (sociaal)-democratie – met haar misprijzen voor de gewone mensen en haar vereenzelviging met de bevoorrechten van de mondialisering – heeft de idee zelf van een linkerzijde en internationale solidariteit in diskrediet gebracht.

‘Zij’ tegen ‘wij’, de kaste tegen het volk, de oligarchie tegen de 99%

Een zaak staat vast: morele aanklachten tegen het fascisme of het populisme dienen tot niets. Het verhaal van een Trump of een Le Pen kan alleen maar overwonnen worden met een sterker en waarachtiger verhaal, dat aanknoopt bij de bekommernissen van de gewone mensen, en ecologisch en democratisch is.

Maar in de uitwerking van dit verhaal komen twee verschillende strategieën tegenover elkaar te staan. Het eerste verhaal is dat van het ‘linkse populisme’, en wordt bijvoorbeeld gedragen door Mélenchon of Podemos. Waar het in die strategie op aan komt is de wederopbouw van het ‘volk’, eengemaakt tegen de oligarchie, rond progressieve waarden. Vreemdelingenhaat wordt beantwoord met internationale solidariteit, seksisme met feminisme, ecologische onverantwoordelijkheid met het dringend karakter van klimaatactie. Rond de figuur van de leider vormt zich een ‘keten van gelijkwaardigheden’ (de uitdrukking is van Laclau en Mouffe), zodat de verschillende fronten tegen onderdrukking (kapitalistisch, seksistisch, racistisch, productivistisch,…) samenvloeien in een gemeenschappelijk doel: ‘zij’ tegen ‘ons’, de kaste tegen het volk, de oligarchie tegen de 99%. Niets is beter dan het nationale gevoel om op die schaal te verbinden. Het wordt dan ook stevig ingezet: tegen de Duitse hegemonie, het Amerikaans imperialisme, de Chinese dumping, enzovoorts. Het doel is de centrale staatsmacht in handen krijgen om een meer lokale en eerlijkere groei aan te zwengelen.

De strategie van de ‘regenboog’

De andere, libertair-andersmondialistische strategie heeft een aanpak die men die van een ‘regenboog’ zou kunnen noemen. Er wordt gezocht naar het samenvloeien van verschillende terreinen: in de schoot van elke beweging wordt gerekend op de krachten die beseffen dat hun strijd -feministisch, syndicaal, antiracistisch, ecologisch,…- slechts daadwerkelijk vooruitgang kan boeken indien er samengewerkt wordt door bewegingen, waarbij die samenwerking niet vrij is van tegenstellingen en voortdurend onderhandelingen vereist. Denk bijvoorbeeld aan ecologisten die de klimaatcrisis koppelen aan sociaal onrecht, syndicalisten die zich bewust zijn van de klimaatcrisis, of feministen die zich verzetten tegen islamhaat… De vijand - want een vijand heb je nodig - wordt gevormd door het perverse duo van de politiek-financiële oligarchie en de racistische demagogen.

De nadruk ligt op de strijd tegen het financieel kapitaal, tegen het productivisme alsook tegen de concentratie van de macht. Maatschappelijke verandering wordt vooral begrepen als de groeiende slagkracht van sociale groepen, gemeenschappen en burgers ten koste van de heersende economische en politieke apparaten. Prioritair is de ontmanteling van megastructuren, het opbloeien van initiatieven die de burgers controle geven en greep op maatschappelijke overgangen, en de institutionalisering van tegenmachten (zoals assemblees van burgers samengesteld via het lot) in het hart zelf van de politieke instellingen.

De links-populistische strategie die draait rond de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘oligarchie’ is van een gevaarlijke dubbelzinnigheid. Wanneer het ‘volk’ zich vormt rond een charismatische leider worden de zelforganisatie en zelfontwikkeling van burgers onvermijdelijk naar het tweede plan verdrongen. De creativiteit van mensen en maatschappelijke vernieuwingsprocessen worden ondergeschikt gemaakt aan de veronderstelde samenhang van de enkele leiding. Het gevolg hiervan is dat niet afgeweken wordt van de platgetreden paden – namelijk die van een sociaal en nationaal keynesianisme -, gedoemd tot mislukking wegens de controlemacht van het financieel kapitaal en het gewicht van de ecologische crisis. Zo wordt ook de weg geëffend voor de opkomst van nieuwe oligarchieën. De veel aangehaalde voorbeelden van Chavez, Correa of Morales illustreren met hun autocratische en productivistische verglijdingen deze dynamiek van het linkse populisme. Met dat verschil dat in Europa niet dezelfde ruimte aanwezig is voor een politiek van herverdeling steunend op de export van grondstoffen, wat de Latijns-Amerikaanse leiders wel konden in de periode 2000-2010…

Het linkse populisme leidt ‘het volk’ in een autoritair doodlopend straatje

Daarom is het links populisme geen geloofwaardig alternatief voor het rechts populisme. Het heeft geen daadwerkelijk ontvoogdende kracht. Het is niet in staat autoritaire en productivistische verhoudingen achter zich te laten. Het gaat niet radicaal in tegen de overheersing over mensen en natuur. Daarom leidt het linkse populisme ‘het volk’ dat het beweert op te bouwen in een autoritair doodlopend straatje. Dit zal de sociale bewegingen en de beweging van burgers verzwakken, wat uiteindelijk in de kaart zal spelen van het perverse duo van het neoliberalisme en het despotisme.

Indien men tegen de oligarchie een ‘volk’ wil belichamen dat zich ontvoogdt, dan moet de autoritaire logica van machtsdelegatie worden verworpen, en moet voorrang worden gegeven aan de zelforganisatie in de strijd van de burgers om zo nieuwe verhoudingen tot ontwikkeling te brengen tussen de mensen en met de natuur. Dat vereist ook dat een nieuwe politieke vorm wordt gevonden, een ‘partij-beweging’ die erin slaagt op een soepele manier en zonder onderlinge hiërarchie haar samenstellende delen op elkaar af te stemmen, met institutioneel verankerde vormen van controle op haar leiders en verkozenen. Er zal geen Messias opstaan, we zijn gedoemd tot onze verbeeldingskracht om de instrumenten uit te vinden die een ware democratie tot leven kunnen brengen.

Thomas Coutrot is een Franse economist, actief in andersmondialistische bewegingen zoals Attac. Dit stuk verscheen oorspronkelijk in het Spaanse Espacio Publico, en in het Frans op de website van Basta. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos. 

Soort artikel
Reactie van:

Johan Amsterdam

zo, 06/04/2017 - 23:30

Dit is een argument tegen een eenpartijbeweging met een autoritaire leider. Dat is terecht, maar de discussie rond populisme van links en rechts draait om iets anders.
Het gaat bij rechts populisme om het afwijzen van elke internationale ontwikkeling en zich terugtrekken op nationale (stam)verbanden. Bij links richten populistische bewegingen zich op hoop voor de toekomst en het overwinnen van het enge nationalistische denken. Een eventuele dictator is daar nog ver weg.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop