6 June 2020

Sociale reproductie en de pandemie

Als de coronapandemie één zaak duidelijk maakt, is het wel hoe snel een samenleving kan veranderen en wat we in ons leven kunnen missen en wat niet. Grote delen van de kapitalistische economie worden zo goed als stilgelegd, terwijl de inzet van extra middelen de gezondheidszorg op volle toeren laat draaien. Wat voorheen onmogelijk werd geacht, kan nu plotseling wel: van de vrijlating van gevangenen tot de opschorting van betalingen van huishuur en leningen tot het toekennen van een geldbedrag aan burgers. [leestijd 12 minuten]

Tithi Bhattacharya houdt zich bezig met de vraag hoe een samenleving eruit ziet die mensenlevens centraal stelt en niet de Almachtige markt. Zij is professor geschiedenis en directrice Global Studies aan de Purdue Universiteit, mede auteur van Feminism for the 99 Percent: A Manifesto (gratis verkrijgbaar als eboek van Verso Books) [Het boek werd ook in het Nederlands vertaald: Feminisme voor de 99%. Een Manifest, EPO.] en samenstellster van het recent verschenen boek Social Reproduction Theory: Remapping Class, Recentering Oppression.

Sarah Jaffe sprak met haar over wat de sociale reproductietheorie ons leert in de huidige situatie, over welke eisen de linkerzijde vandaag naar voor moet schuiven en hoe we die inzichten ook kunnen inzetten om een klimaatcatastrofe verijdelen.

Sarah Jaffe: Kan je om te beginnen on het kort uitleg geven over de sociale reproductie theorie?

Tithi Bhattacharya: Met sociale reproductie bedoelen we de activiteiten en instellingen die vereist zijn voor de productie van het leven, de instandhouding van het leven en de vernieuwing ervan van generatie op generatie. Ik noem het ‘levensvoortbrengende’ activiteiten.

In eerste instantie staat de productie van leven gelijk met een kind maken en de geboorte ervan. Maar om dat leven in stand te houden, zijn een hele reeks andere activiteiten nodig, zoals schoonmaken, voeden, koken, kleren wassen. Het veronderstelt ook dat voldaan wordt aan heel wat institutionele vereisten: een huis om in te leven, openbaar vervoer om je te verplaatsen, openbare ontspanningsfaciliteiten, parken, na-schoolse activiteiten. Scholen en ziekenhuizen maken deel uit van de instituties, die essentieel zijn voor de instandhouding en de productie van het leven.

Al die activiteiten en instituties die een rol spelen in het ‘levensvoortbrengend’ proces noemen we reproductieve arbeid en instituties voor sociale reproductie. Maar sociale reproductie is ook een denkkader. Het reikt een bril aan om naar de wereld te kijken en te begrijpen hoe de vork aan de steel zit: namelijk dat de bron van alle rijkdom in onze samenleving het menselijk leven en de menselijke arbeid zijn.

Het kapitalistische denkkader of de kapitalistische bril staan daar haaks op: die stellen de productie van dingen of het maken van winst centraal. Het kapitalisme is bezeten door de vraag ‘hoe alsmaar meer dingen produceren’, want dingen leveren winst op. Wat de impact hiervan is op mensen laat het kapitalisme koud. Het wil een rijk van dingen creëren en er als een almachtige duivelskunstenaar over heersen.

Werk in de sociale reproductie – zoals verpleging, lesgeven, poetsen – wordt voornamelijk door vrouwen gedaan. Omdat het kapitalistisch systeem toegespitst is op de productie van dingen en niet op de instandhouding van het leven onderwaardeert het de activiteiten en het werk van mensen in de sociale reproductie. Die mensen behoren tot de slechtst betaalde werknemers, zij worden als eerste ontslagen, zij worden geconfronteerd met seksuele agressie en geweld.

Dat komt ook tot uiting in de uitspraken van griezels als Glenn Beck die verkondigen dat ze hun leven willen geven om het kapitalisme draaiende te houden, niet?

Op twee vlakken is de coronacrisis pijnlijk verhelderend. Ze bevestigt ten eerste wat sociale reproductie feministen al een hele tijd zeggen, namelijk dat zorgarbeid en levensvoortbrengend werk hét essentiële werk is in de samenleving. Nu we in lockdown zijn zegt niemand: ‘we hebben makelaars en investeringsbankiers nodig! Hun diensten moeten verzekerd worden!’. Men zegt wel: ‘Verplegend personeel, schoonmaakpersoneel, huisvuilophalers moeten aan het werk kunnen blijven; de voedselproductie moet verzekerd blijven’. Voedsel, brandstof, onderdak, schoonmaak: dat zijn de ‘essentiële diensten’.

De crisis legt ook schrijnend bloot hoe het kapitalistisch systeem hoegenaamd niet in staat is de pandemie aan te pakken. Het is immers toegespitst op winstmaximalisatie en niet op het in standhouden van het leven. Kapitalisten stellen dat het grootste slachtoffer van de crisis de vervloekte economie is, niet de ontelbare verloren levens. De economie is blijkbaar het meest kwetsbare kindje dat allen, van Trump tot Boris Johnson, met vlammend zwaard willen beschermen.

Inmiddels hebben privatiseringen en bezuinigingsmaatregelen de gezondheidszorg in de VS ondermijnd. Verpleegkundigen naaien zelf beschermende maskers! Mijn stelling is altijd geweest dat het kapitalisme het leven en de productie van het leven privatiseert, maar met de pandemie zijn we, denk ik, aan een herformulering toe: ‘Het kapitalisme privatiseert het leven en socialiseert de dood.’

Ik zou dieper willen ingaan op hoe zorgarbeid en alle andere vormen van reproductieve arbeid ondergewaardeerd worden. De gouverneur van Pennsylvania stelde letterlijk een lijst op van levensondersteunende bedrijven die mochten open blijven. Gezondheidswerkers legden het werk neer omdat ze geen beschermend materiaal ter beschikking hadden. De neiging om dit soort werk te onderwaarderen beïnvloedt hoe we denken over de mensen die dat werk doen en omgekeerd.

Momenteel vertoeven in de VS zo’n 4 miljoen mensen in rust- en verzorgingstehuizen en de zorg ondersteunende industrie. De meesten zijn aangesloten bij Medicare.(Amerikaanse federale gezondheidsverzekering voor o.m. 65-plussers). Volgens de New York Times sterven in de VS jaarlijks 380.000 patiënten aan infecties omdat de instellingen onvoldoende investeren in hygiëne en gezondheidszorg. Die instellingen spelen een belangrijke rol in de uitbreiding van epidemieën. Combineer dat met het feit dat in de VS 27 miljoen mensen geen ziekteverzekering hebben…..

Ongeveer 90% van het personeel in de gezondheidszorg en de verpleegondersteuning in de VS zijn vrouwen. Meer dan de helft daarvan zijn vrouwen van kleur. Ik weet niet – niemand weet het – hoeveel van hen mensen zonder papieren zijn. Zij zijn dubbel kwetsbaar voor enerzijds het verlies van hun baan en anderzijds razzia’s door ICE.(U.S. Immigration and Customs Enforcement). Gemiddeld verdienen ze amper 10 dollar per uur. Ze hebben doorgaans geen betaald ziekteverlof en geen ziekteverzekering. Maar het is wél het werk van deze vrouwen dat zorginstellingen in ons land draaiende houdt!

Ik vergeleek de looncategorieën in de essentiële diensten, zoals opgesteld door de staten Indiana en Pennsylvania, met wat CEO’s verdienen. Het verschil is duizelingwekkend. Mensen die werken in diensten die vandaag als essentieel beschouwd worden – en die feministen en socialisten al altijd als essentieel hebben benoemd – stellen het met minder dan 10 dollar per uur. De bankiers zitten thuis.

Voor mensen die taken opnemen in wat ik de essentiële zorg noem moeten we tijdens deze crisis een ‘pandemie premie’ eisen. Zij zetten hun leven op het spel. Zij moeten beter betaald worden. We moeten investeren in ziekenhuizen en medische diensten. We moeten proberen de privé gezondheidszorg te nationaliseren, zoals in Spanje gebeurde. We moeten kinderopvang en financiële steun eisen voor iedereen, in het bijzonder voor zij die aan het werk moeten blijven. Geen immigratie razzia’s en geen uitwijzingen meer! Mensen durven niet naar de dokter uit vrees dat ICE en hen zo op het spoor komt! Ierland en Portugal verlengden alle visa en regulariseerden mensen zonder papieren voor de duur van de noodtoestand. Dat goede voorbeeld moeten de VS volgen.

Een van de coronavirus haarden in Washington State werd aangewakkerd doordat vele personeelsleden in rus-t en verzorgingsinstellingen meerdere banen combineren en zo het virus verspreidden van instelling tot instelling. Te lage lonen liggen mede aan de basis van de verspreiding van het virus.

In een bepaald opzicht is het virus democratisch. Zelfs prins Charles werd erdoor besmet. Maar hoed je voor de illusie dat de toegang tot de remedie even democratisch is! Zoals met alle ziekten in het kapitalistisch systeem bepalen armoede en ongelijke toegang tot zorg wie zal overleven en wie zal sterven.

In mijn land India is een ravage te verwachten. De eerste minister, de fascist Narenda Modi, verordende net een lockdown van eenentwintig dagen. In alle steden ligt de economische activiteit plat. Wat gebeurt er met de arbeidsmigranten? Heeft Modi een plan? Welnee! Miljoenen arbeidsmigranten zijn letterlijk te voet op weg naar hun dorp. Mensenfiles in de straten van west naar oost. Modi legde immers al het openbaar- en privé vervoer stil om paal en perk te stellen aan zo’n massale terugkeer, omdat vele van die migranten mogelijks besmet zijn. Hij zorgde wel voor de repatriëring van Indiërs uit het buitenland – welgestelde middenklasse Indiërs wel te verstaan -. Voor hen zijn er speciale vluchten, aparte landingsfaciliteiten ondanks aangekondigde sluitingen, speciale visa….

Het is te verwachten dat een aantal kapitalistische regeringen in het Zuiden op een zelfde manier zullen omgaan met hun arme bevolking. De ziekte zal rondwaren in de sloppenwijken van Calcutta, Mumbai, Johannesburg enz. Sommige machthebbers laten zich al ontvallen dat het virus een kans op herstel is voor de planeet, een kans om ze te ontdoen van ongewenste elementen. Dat is een eugenetisch geïnspireerde roep naar sociale opruiming van de zwakken en meest kwetsbaren. 

Wat de situatie vandaag duidelijk maakt is niet dat de uitstoot van CO2 en fijn stof daalt zonder mensen. De meeste mensen sterven immers niet. De situatie maakt duidelijk dat de wereld heel wat gezonder is zonder al dat werk in de productie omdat mensen alleen nog actief zijn in levensvoortbrengend werk.

De bewering dat het coronavirus een reset knop is voor de aarde is eco-fascistisch. Het coronavirus zou wel een reset knop kunnen zijn voor onze sociale organisatie. Als het leven na het virus herneemt als voorheen, dan hebben we niets geleerd.

Door het gedwongen thuiszitten hebben we de tijd om schoonheid te ontdekken en plezier te scheppen in het samenzijn met huisgenoten. Maar vergeet niet dat in het kapitalisme een thuis enerzijds een veilige plaats is maar anderzijds ook een plaats van ontzettend geweld. Twee dagen geleden kreeg ik van een vluchthuis, waar ik vroeger als vrijwilligster werkte, de vraag of ik niet kon terugkomen, omdat ze verwachten dat het aantal op te nemen gevallen zal pieken.

Mijn feministische kameraden in Brazilië, Sri Lanka en India melden allen een gelijkaardige scherpe toename van huiselijk geweld onder druk van het gedwongen thuiszitten. Wat we nodig hebben, is fysieke isolatie en sociale solidariteit. We kunnen de oudere buur niet aan haar lot overlaten als ze zelf niet veilig boodschappen kan doen. We kunnen onze collega niet negeren die op het werk verschijnt met veel te zwaar opgemaakte ogen en beweert dat ze tegen de deur is gelopen. We mogen hen niet uit het oog verliezen.

Mensen doen dit spontaan. Ze doen meer dan wat onze regeringen voorzien. Leerkrachten bezoeken hun leerlingen, wuiven hen van op afstand toe en stellen hen gerust: ‘Het komt wel goed!’. Mijn school zorgt, zoals vele andere scholen, voor maaltijden voor jongeren onder 18. In mijn staat worden die maaltijden zelfs aan huis bezorgd. Dit gaat niet uit van de federale regering of van een of andere politicus. Neen leerkrachten en scholen nemen zelf het initiatief. Schitterende daden van solidariteit en liefde en zorg zien het licht in deze donkere crisis. Dat is zo hoopvol!

En wat met het huishoudelijk werk? Veel van de ‘essentiële’ banen worden gedaan door vrouwen. De zorg thuis, die traditioneel gedaan wordt door vrouwen, wordt plotseling gedaan door hun minder ‘essentiële’ mannen. Heeft dat gevolg voor hoe mensen in de toekomst zullen kijken naar sociale reproductie taken?

Er is een interessante studie van Joan C. Williams waaruit blijkt dat mannen uit de arbeidersklasse meer kinderzorg doen dan mannen uit de middenklasse. Middenklasse mannen lopen ermee te koop, mannen uit de arbeidsklasse geven niet graag toe dat ze zich inlaten met vrouwenwerk.

Ik vraag me af of dat taboe doorbroken zal worden. In de VS doen vrouwen op weekbasis gemiddeld 9 uur meer huishoudelijk werk dan mannen. In die 9 uur komt misschien verandering, maar zal de mentaliteit ook veranderen? Zullen mannen er prat op gaan dat ze het gezin in stand houden terwijl hun partners de wereld in stand houden?

Een van de redenen waarom mannen zoiets niet graag toegeven is dat het – zoals je zegt – beschouwd wordt als vrouwenwerk. Veel huishoudelijk werk is ook geracialiseerd. De zorgwerkers zijn vaak migrante vrouwen en vrouwen van kleur.

In de VS is dat werk inderdaad geracialiseerd. In andere delen van de wereld, bijvoorbeeld in India, gaat het om migrantevrouwen, de allerarmste vrouwen, vaak van een lagere kaste. Hun beloning is ernaar.

Bekijk het door de sociale reproductiebril: heel veel noodzakelijke dagelijkse taken worden gedaan door vrouwen van kleur. Zonder de inzet van migrante vrouwen en vrouwen van kleur zouden we niet kunnen eten, gaan wandelen, zorgen voor onze kinderen en ouderen, zoals we het gewend zijn. Dit levensvoortbrengend werk wordt totaal genegeerd door het kapitalistisch systeem.

Men stelt ons deze crisis voor als een oorlog. Maar de econoomt James Meadway spreekt van een anti-oorlogseconomie, omdat  we het tegenovergestelde doen van wat we doen in oorlogstijd. We verminderen de productie radicaal. Ik hoop dat men gaat inzien dat het noodzakelijke werk dat nooit stopt, ook in een radicaal andere wereld, juist het werk is dat eeuwenlang systematisch is ondergewaardeerd, in plaats van (het werk van) ‘onze jongens’ (in het Engels ‘our troops’ – zie verder in het interview), die we traditioneel ophemelen.

Ik ben het met James eens dat de productie moet verminderen. Maar niet alle productie! We moeten de productie van medische voorraden, voedsel en andere essentiële levensvoortbrengende middelen opvoeren. In de VS, het rijkste land van de wereld, gaan sommige verpleegsters, vriendinnen van mij, werken zonder degelijke beschermende uitrusting.

Neem online shopping bijvoorbeeld. Het is leuk dat je nog altijd kledij of schoenen kan bestellen. Maar denk er ook aan dat zelfs als een paar schoenen al af is bij bestelling het nog een lange weg moet afleggen langs diverse arbeidsplaatsen voor het je deur bereikt. Denk aan de vrachtwagenchauffeurs, aan de mensen die de los- en laadplaatsen open houden, aan de mensen die die plaatsen schoonmaken. Als je essentiële medicijnen online wil kopen, doe het. Maar die schattige schoentjes, wacht daar nog even mee!

We staan doorgaans niet stil bij de onzichtbare arbeid zoals die achter dat paar schoenen. We denken niet aan de mensen in de productie, de mensen in de bevoorrading en de mensen in het transport. Maar zeker in coronatijden moeten we stilstaan bij dit alles en overwegen of het de moeite loont dat al die mensen risico’s nemen door te gaan werken, allemaal voor ons. Willen we dat wel? Door er zo over na te denken stellen we de menselijke arbeid centraal en niet het product van die menselijke arbeid.

Ik heb een tweede opmerking bij de uitdrukking ‘support our troops’ (steun onze troepen). We moeten het begrip troepen een radicaal andere inhoud geven. Onze gezondheidswerkers, onze mensen die werken in de voedselproductie, onze schoonmaaksters en schoonmakers, onze huisvuilophalers en – ophaalsters: zij zijn onze troepen! Hen moeten we steunen. Laten we troepen niet definiëren als mensen die leven nemen, maar als mensen die leven geven en het in stand houden.

We boksen nu al jaren op tegen de onwil om het kapitalisme te veranderen om de klimaatsverandering te lijf te gaan. Nu blijkt hoe snel dingen wel kunnen veranderen en hoe brouwerijen en autofabrieken, zoals Ford, bereid zijn over te schakelen op de productie van handgels en beademingstoestellen. Vallen daaruit lessen te trekken voor de verdere strijd tegen de klimaatcatastrofe?

Onze strijd voor infrastructuur is noodzakelijk maar onvoldoende. We moeten strijden voor een ommekeer in hoe mensen denken over sociale organisatie. Dat is heel wat moeilijker dan strijden voor sociaal democratische verbeteringen. We weten nu al dat de globale temperatuurstijging onze voedselproductiecapaciteit zwaar op de proef zal stellen.

Als we niets doen, zal de temperatuur zodanig oplopen dat voedsel kweken in de open lucht voor het grootste deel van het jaar onmogelijk wordt in gebieden als Zuidelijk Azië en Afrika en dat ook vee er niet kan overleven. In Dehli, waar mijn familie woont, blijven scholen nu al voor lange periodes in de zomer gesloten vanwege de hitte en in de winter vanwege de luchtverontreiniging!

Als de voedselproductie onder druk komt te staan zullen seksisme en geweld tegen vrouwen toenemen. Voedsel op tafel brengen en vaak ook het produceren ervan zijn immers taken van vrouwen en als vrouw-geïdentificeerde mensen. Wereldwijd is de drinkwatervoorziening al in crisis en dat zal alleen maar erger worden.

Anders gezegd als we de klimaatverandering niet met een zelfde urgentie aanpakken als de coronacrisis kan je ervan op aan dat de huidige pandemie kinderspel zal lijken vergeleken bij wat op ons afkomt. De klimaat apocalyps zal niet van tijdelijke aard zijn en velen zullen de mogelijkheid niet hebben zich ertegen te beschermen.

We zien nu hoe kapitalistische staten bij machte zijn drastische maatregelen te nemen om de corona crisis het hoofd te bieden. De Britse regering zorgt voor 80% van het loon van vele werkers. De V S regering stuurt cheques naar de gezinnen. Maar als dit soort maatregelen, die zich toespitsen op het essentiële, ingetrokken wordt zodra de crisis voorbij is, zal de klimaat apocalyps op ons afkomen en er zal geen uitweg meer zijn.

Na de COVID-19 crisis zal het weer business as usual zijn voor het kapitalistisch systeem. Men zal blijven fossiele brandstoffen gebruiken. Aan ons om daar een stokje voor te steken.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Dissent. Nederlandse vertaling: Ida Dequeecker.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren