25 February 2021

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 23 min 22 sec geleden

Brexit deal: vooruitkijken is beter dan achterhoedegevechten voeren

30/12/2020 - 12:30

door Herman Michiel 30 december 2020   Net voor het laatste blaadje van de kalender valt zal het Brits parlement de Brexit deal goedkeuren. Een aantal parlementsleden van Labour (o.a. John McDonnell, indertijd lid van Corbyn's schaduwkabinet) en activisten (o.a. de de linkse cineast en politiek commentator Paul Mason) roepen op dit niet te doen. Men kan hun weerzin begrijpen om Boris Johnson het genoegen te gunnen om de door hem bekokstoofde deal ook met steun van de oppositie goedgekeurd te zien. Toch lijkt dit een achterhoedegevecht, dat bovendien riskeert gezien te worden als een laatste stuiptrekking van het Remain-kamp in Labour. Hun weifelende houding tegenover het resultaat van het Brexitreferendum leidde een jaar geleden tot het verlies van een aanzienlijk deel van de arbeidersbasis in het noorden, die naar de Tories overliep. Het meest bedenkelijke in de argumentatie van de vermelde oproep, maar ook in die van veel continentale progressieve anti-brexiteers, is dat de Britse werkende klasse door de uitstap uit de EU nu uitgeleverd is aan een hard antisociaal beleid, waar milieu-, voedsel- en arbeidsnormen zullen geofferd worden op het altaar van de vrijhandel. (Wat vrijhandelsakkoorden betreft is het wat ironisch dat een van de ondertekenaars van de oproep David Martin is, tot 2019 europarlementslid voor Labour, en een van de promotoren van TTIP en de gecontesteerde investeringsclausule ISDS/ICS.) Zeker, het gevaar op sociale afbouw is reëel, Johnson heeft zich met zijn Brexitstrategie een zeer stevige plaats veroverd, en kan zich tegenover een verdeeld en verslagen Labour veel veroorloven. Maar de EU inroepen als waarborg tegen sociale achteruitgang is wel een zeer onverstandige optie. “Toekomstige handelsovereenkomsten zouden nu de privatisering van de Nationale Gezondheidsdienst (NHS) en andere openbare diensten kunnen doordrukken”, schrijven de ondertekenaars van de oproep. De privatisering van de openbare dienst is nu precies waar het activisme van de Europese Commissie op aanstuurt, en waar ze in de voorbije decennia al een hoop successen heeft geboekt. De oproep heeft wel gelijk waar gesteld wordt dat “oppositie nu de vitale opdracht is”, maar de invulling daarvan is alleen gericht op parlementaire oppositie, wat vooral in de Labour Party niet veel goeds voorspelt. Het toekomstperspectief dat nu door de linkse krachten in Groot-Brittannië moet verdedigd worden is een sterke sociale oppositie, een brede beweging gesteund op vakbonden en agitatie aan de basis, als essentiële voorwaarde op dat er ook op politiek vlak een consequente oppositie zou kunnen gevoerd worden. Het is ook in de sociale strijd dat vakbonden en progressieven op het continent en in het Verenigd Koninkrijk elkaar kunnen vinden, want het Tory-bewind is slechts de voortzetting van de EU politiek met andere middelen. Ook op andere terreinen is rekenen op de EU in plaats van de eigen sociale krachten een gevaarlijke illusie. Sommigen vrezen dat er nu door de Britten een sterk anti-migratiebeleid zal gevoerd worden. Maar waarin zou dit verschillen met het verleden? Wie denkt dat de EU de verdediger is van een humaan migratiebeleid moet uit een lange coma ontwaakt zijn. Of zullen de Britten nu ontoelaatbare vrijhandelsverdragen opgedrongen krijgen? Alsof de Europese Commissie niettegenstaande alle protesten niet steeds maar nieuwe handelsakkoorden afsluit, met de grootste verachting voor elke democratische inmenging. De ‘strenge Europese milieunormen’ zijn een ander argument dat met enige omzichtigheid moet benaderd worden. Ze waren wonderwel niet in staat de massale fraude met de sjoemelsoftware van Volkswagen diesels te ontdekken. In Groot-Brittannië zowel als op het Europese vasteland zijn actieve milieuorganisaties en bewuste burgers een veel betere garantie voor milieu en klimaat dan een onverkozen bureaucratie waarvan de deur platgelopen wordt door de bedrijfslobbys. Een ander geliefkoosd thema van degenen die de hardvochtige Brexit tegen de sociale EU willen uitspelen is Erasmus. De Britten zullen het Erasmusprogramma niet langer steunen! De kern van de zaak zijn echter de zeer hoge inschrijvingsgelden aan de Britse universiteiten, en dat is niet het gevolg van Brexit. Dat veranderen betekent een democratische visie op de universiteit in de praktijk brengen. Daar heeft de EU in het verleden geen zier toe bijgedragen, en dat zal in Groot-Brittannië en elders alleen door linkse krachten en massale sociale druk kunnen tot stand komen.   [caption id="attachment_20035" align="aligncenter" width="650"] Taking back control... niet op z'n Boris Johnson's, maar naar het voorbeeld van de Australische vakbond bij de openbare diensten (ASU) die een campagne opzette tegen privatiseringen.[/caption]   Conclusie: eerder dan achterhoedegevechten te voeren zouden Britse linkse en sociale krachten beter Boris Johnson’s slogan, taking back control, tot de hunne maken, maar dan niet in BoJo’s nostalgische opvatting van Britannia rule the waves, maar als een strijdprogramma voor een democratische, sociale ecologische samenleving.   Voor een overzicht van al onze artikels rond Brexit sinds 2015, zie hier.

Geert Mak trekt ten oorlog

28/12/2020 - 19:45
Bewaren als PDF

28 december 2020 – In het FD van 23 december laat de Nederlandse schrijver Geert Mak zijn licht schijnen op Europa. Mak schreef twee dikke pillen over Europa, dus dat moest ik lezen. Wat een teleurstelling!

Mak vreest “zoals de Vlamingen zeggen” dat “Europa een vogeltje voor de kat” wordt.

Nu ben ik toevallig een Vlaming, en wij zeggen ‘een vogel voor de kat’, niet ‘een vogeltje’. Mak doet hier denken aan al die Nederlandse bezoekers in Antwerpen die de Vogelmarkt steevast de Vogeltjesmarkt noemen. Wat is dat toch met al die verkleinwoorden! Wij Vlamingen zijn geen kleuters!

En het wordt nog erger.

Mak hecht veel belang aan de regimecrisis in de VSA: “Het land heeft de wereld laten zien dat een gestoorde figuur als Trump er de leiding kan nemen”.

Het besluit voor Europa ligt voor de hand: “Wij moeten als de sodemieter onze defensie beter op poten gaan zetten. Dit kan zo niet langer.

Tegen wie moeten wij ons dan verdedigen, dacht u? Tegen de op hol geslagen VSA? Tegen China, de nieuw opkomende grootmacht? Neen, volgens Mak loert het gevaar uit Rusland: “Ik was in het noorden van Noorwegen, in Kirkenes, aan de Russische grens. Daar staan 120 militairen tegenover twee of drie complete Russische divisies.

Nu heb ik de aflevering over Kirkenes uit de TV-serie In Europa van Geert Mak gezien. Wat is het verhaal? Kirkenes is een gezellig Noors stadje in het Noorden aan de grens met Rusland: aan de andere kant van het water wonen de Russen. De Noren en de Russen hebben goede relaties: ze houden zelfs gemeenschappelijke worstelwedstrijden. Maar op zekere dag ondergaat de Noorse gemeenschap een schok: een brave inwoner uit Kirkenes, douanier van beroep, wordt tijdens een bezoek aan Rusland opgepakt, beschuldigd van spionage, en in de gevangenis gegooid. Verbijstering, verontwaardiging en tranen alom. Wat zijn die Russen onbetrouwbaar! Maar wat blijkt: de man was inderdaad een spion! Zijn vrienden begrijpen er nu niets meer van…

De logische conclusie uit dit verhaal lijkt dat de Russen zich moeten bewapenen tegen de onbetrouwbare Europese broeders aan de overkant, toch? Maar deze logica is aan Geert Mak niet besteed.

Volgens Mak is het aan de Duitsers om de leiding te nemen van de Europese herbewapening, maar dat had u ondertussen vast al geraden. (fs)

Hits: 0

Brexit: fijn dat er een akkoord is

25/12/2020 - 11:33
Bewaren als PDF

25 december 2020 – Op de valreep bereikten de EU en het Verenigd Koninkrijk dan toch een akkoord over de Brexit.

Dat is goed nieuws. Een no deal scenario zou jarenlang de relaties tussen het continent en het eiland vergiftigd hebben, en dat gif zou niet alleen de leidende elites hebben aangetast. Fijn dat ook Labour de deal gaat goedkeuren, met als argument dat zo een no deal vermeden wordt.

Je kan natuurlijk kanttekeningen maken bij het democratisch gehalte van gans de procedure: de onderhandelingen waren geheim, en het Europees Parlement krijgt de volledige tekst maar te zien nadat het akkoord al een fact of life is. Maar de draagwijdte van de gesprekken was bekend, en dissidente geluiden waren in de parlementaire wandelgangen niet te horen. Dat de mensen in Europa geen flauw benul hebben van wat in hun naam wordt bekokstoofd is dan weer business as usual.

Uiteindelijk kiest de EU er niet voor de stoute Britten voor hun Brexit te straffen, wat onmiddellijk na het Brexitreferendum wel degelijk in de lucht hing. De Europese leiders zijn niet meer bang dat het Britse voorbeeld anderen op ideeën gaat brengen: de populariteit van de EU is behoorlijk gestegen, na de afgang van Tsipras, ook met dank aan het klimaat en het virus; heel wat Europese bedrijven hebben belangen aan beide kanten van het Kanaal; de EU heeft er geen baat bij dat een belangrijke en nabije buur op drift slaat.

In Brussel zullen ze denken: laat Johnson in de wereld van vandaag maar aan de slag gaan met zijn illusie van een Global Britain. Trump is weg, Biden komt er aan. Het is de EU die de handelsrelaties met China aantrekt. De EU is een van de drie grote machtsblokken in de wereld, en wij werken aan onze strategische zelfstandigheid, de Global EU so to speak. Dus we zien wel wat de Britten ervan bakken. Wij hebben de economische macht om de toekomstige relaties te managen, ook met een wispelturige buur.

Oh Jeremy

Het akkoord toont glashelder aan dat de People’s Brexit waar Jeremy Corbyn in betere tijden voor pleitte geen illusie was.

Het akkoord houdt in dat er geen tarieven of quota komen voor de handel in goederen. Er komt enkel meer papierwerk. Wat de handel in diensten betreft, het gros van de Britse export naar de EU, liggen de zaken anders. De Britse financiële sector heeft geen automatische toegang meer tot de EU. De discussie over de wederzijdse erkenning van vrije beroepen moet nog beginnen. Het zal dus nog veel voeten in de aarde hebben voor we bestookt worden door Britse loodgieters.

De Britten moeten zich houden aan de bestaande Europese standaarden wat betreft arbeidsvoorwaarden, milieunormen en overheidssubsidies. In de toekomst kunnen ze echter hun eigen weg gaan. Als de EU vindt dat dit leidt tot oneerlijke concurrentie heeft de EU dan weer het recht te reageren met sancties in de vorm van tarieven. Deze hoeven dan niet gericht te zijn op de betrokken sectoren, maar mogen de Britse economie waar dan ook treffen, om de Britse regering op andere gedachten te brengen.

Dit zou toch perspectieven hebben geopend voor een linkse Britse regering. Stel dat die regering openbare initiatieven neemt met het oog op de volksgezondheid, het onderwijs, het klimaat, de werkgelegenheid, en daarbij de financiële slagkracht inzet van de overheid… Laat de EU dan maar reageren dat dit overheidsbeleid leidt tot oneerlijke concurrentie, en de marktverhoudingen verstoort. Een Labourregering kon zich dan met succes richten tot de bevolking in de EU om dit aan de kaak te stellen, en oproepen tot solidariteit.

Je zou kunnen opwerpen dat de EU Corbyn niet dezelfde deal had gegund als Johnson. Dat klopt. Maar dat is dan de inzet van politieke strijd. Als we enkel uitgaan van wat ons ‘gegund’ wordt kunnen we even goed meteen inpakken.

De bittere ironie is dat Corbyn kapot werd gemaakt door de eurofielen in Labour, die de eis van een nieuw referendum hebben opgedrongen, zodat Johnson de verkiezingen met glans kon winnen onder de vlag van get Brexit done. Corbyn had vast andere zwakheden, maar dit was de doorslaggevende factor in zijn verlies. Nu gaan dezelfde eurofielen van Labour de Brexitdeal goedkeuren, maar is het Johnson die de Brexit mag inkleuren. (fs)

Hits: 1

Hotel Europa

24/12/2020 - 10:39
Bewaren als PDF

24 december 2020 – Ergens las ik dat het boek Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer zou gaan over massatoerisme. Maar volgens mij gaat het boek over Europa. Het is een melancholisch boek over een continent dat enkel nog zijn verleden lijkt te hebben. De enige uitweg lijkt dan dit verleden te commercialiseren, Europa wordt een soort cultureel pretpark voor de rest van de wereld. Als het moet wordt het Europees erfgoed aangepast aan de verwachting van de Chinese toerist. Pfeiffer loopt er in zijn nieuwe thuisstad Venetië wat verloren bij, in zijn nette pak tussen toeristen in shorts en vooral druk met selfies.

Je zou het boek kunnen verwijten dat het geen oog heeft voor de lelijke kanten van de Europese erfenis, maar zo werkt melancholie nu eenmaal. Je trekt je op aan je mooiste herinneringen. Ernest Mandel vertelde me ooit dat hij troost vond in klassieke muziek: de schoonheid van de muziek bevestigde zijn geloof in het kunnen van de mens, ondanks alle ellende die hij rond zich zag. Zo werkt ook dit boek, want Pfeijffer is een sterke schrijver. Het is ook lang gelden dat ik nog heb zitten schokken van het lachen bij het lezen van een boek, dat helpt.

Overigens heeft Pfeijffer zeker geen blinde vlek voor de lelijke kanten van het hedendaags Europa. Zo houdt een van de personages in het boek een bladzijdenlang striemend betoog tegen het Europees vluchtelingenbeleid, zo sterk als ik het nog nooit heb horen verwoorden.

Maar wat doe je met die melancholie? Ergens naar het einde betuigt Pfeiffer steun aan de Europese Unie, als uitdrukking van de wil in Europa samen te werken. Maar is die Europese Unie niet juist het symbool van de verdinglijking van al wat menselijk is? Het is een rare kronkel in het boek: moet het heimwee naar een oude wereld die ten onder gaat leiden naar strijd tegen de Chinezen en de Amerikanen door Europa om te bouwen tot een even lelijke supermacht? Het boek eindigt op een positieve noot, maar enkel voor de hoofdpersoon in het boek, Pfeijffer zelf, die vol goede moed dan toch maar het vliegtuig neemt naar zijn geliefde die de Europese cultuur heeft laten staan voor het geld van Arabische sjeiks. Je moet wel verder met je leven.

Het is maar de vraag of de EU daadwerkelijk staat voor Europa. De Russen waren gedurende enkele eeuwen in de middeleeuwen afgesneden van West-Europa en meer gericht op Azië, maar het zijn echt wel Europeanen. Niet voor niets begrepen de Russische revolutionairen hun revolutie als een stap naar de eenmaking van Europa, Duitsland zou volgen (de sociaaldemocraten beslisten er anders over). Maar vanuit dat oogpunt lijkt de EU het continent eerder te splitsen dan te verenigen.

De verbinding tussen West en Oost vind je wel terug in De Rat van Amsterdam van Pieter Waterdrinker. Ook in dat boek vind je melancholie, het heimwee van Letse vluchtelingen – terechtgekomen in Nederland – naar het leven van vroeger. Maar in dit boek overheerst na een tijd niet de melancholie maar de afschuw tegenover het hedendaagse leven in Europa, gesymboliseerd door het profijt dat sluwe slimmeriken in Nederland halen uit een uit de hand gelopen goede doelen loterij. De band met het Oosten wordt opnieuw gelegd wanneer de hoofdpersoon terugkeert naar Rusland om er deel te nemen aan een manipulatieve operatie om er ontvolkte gebieden te voorzien van nieuw jong Europees bloed.

Melancholie naar vroeger aan de ene kant, afschuw voor het heden aan de andere kant: twee boeken die samen een treffend beeld geven van waar we in Europa aan toe zijn. (fs)

Hits: 5

De rechtsstaat, rechtse staten en de EU

23/12/2020 - 18:38

23 december 2020   De voorbije maand was er weer opschudding in de Europese Unie, en net zoals in juli ging het over de Europese begroting en het coronaherstelfonds. Deze keer waren het echter niet de ‘vrekkige vier’, aangevoerd door Nederland die dwars lagen, maar het ‘illiberale’ duo Hongarije-Polen, aanvankelijk ook nog gesteund door Slovenië.  Alhoewel beide landen zelf aanzienlijke bedragen uit het herstelfonds zouden betrekken (40 miljard in het geval van Hongarije, 130 miljard voor Polen) namen ze het niet dat er steeds meer stemmen opgingen om die betalingen afhankelijk te maken van ‘het respect voor de rechtsstaat’.  Vooral het autoritaire regime van de Hongaarse premier Viktor Orbàn en zijn Fidesz-partij wordt daarbij met de vinger gewezen wegens bemoeienissen met de rechterlijke macht, het regeren per decreet, het optrekken van muren tegen vluchtelingen, enzovoort. Ook de Poolse oerconservatieve nationalistische regeringspartij Recht en Gerechtigheid (PiS) wordt beschuldigd van bemoeienis met het grondwettelijk hof, met de media, ziet homo’s niet zitten, en nog veel onfraais. Men moet zelfs niet erg links zijn om weinig te voelen voor dergelijke regimes. Als ze dan ook nog eens “de rest van de Europese lidstaten chanteren met de blokkering van de Europese begroting en het COVID-19 Herstelfonds” lijkt de maat wel vol. Geld krijgen en onze waarden niet respecteren, dat gaat te ver!  Zouden we die twee niet beter buitengooien? Toch wordt hier, bijna onmerkbaar, over een aantal dingen heen gegaan. Fidesz kreeg bij de laatste parlementsverkiezingen (2018) 49,27% van de stemmen, PiS 43,59% (2019). Gewezen Commissievoorzitter Juncker begroette Orbàn in 2015 weliswaar eens met ‘Hallo dictator’, wat echter niet wegneemt dat ze beiden lid zijn van dezelfde Europese Volkspartij. Hongarije respecteert de rechten van vluchtelingen niet, maar dat doet de Europese Unie zelf ook niet. Wat de persvrijheid betreft en het recht op informatie, maakt de EU zich ook niet druk om een voorvechter van die vrijheid als Julian Assange. Ook al vóór de coronacrisis zette Macron zijn parlement buitenspel om via volmachten het arbeidsrecht naar zijn hand te zetten en in Catalonië werd een politiek conflict met bruut politiegeweld beantwoord. Bij al deze gelegenheden maakte Brussel zich geen zorgen over de ‘rechtsstaat’… Er zou dus best eens van naderbij gekeken worden wat die argumenten over de rechtsstaat waard zijn. We kunnen daarvoor te rade gaan bij een interessante commentator: professor Andreas Nölke, die politieke wetenschappen doceert aan de Goethe Universiteit in Frankfurt a/M. Zeker geen stille minnaar van rechtse regimes (zoals die in Hongarije en Polen) zoals uit zijn standpunt wel zal blijken, maar wel een kritisch analist van de Europese Unie, die graag kijkt wat er zich onder de vernislaag bevindt. Nölke publiceerde onlangs een artikel over de kwestie in het Duitse magazine Makroskop [efn_note] De meeste artikels van Makroskop verschijnen online maar zijn betalend; een paar keer in het jaar is er een gedrukte uitgave. De hier besproken tekst van professor Nölke is een vrij artikel dat beschikbaar is op Der verhängnisvolle Umgang mit Polen und Ungarn (1 december 2010).  [/efn_note]. Met toelating van de auteur geven we er hier een samenvatting van. [spacer size="50"] De rampzalige behandeling van Polen en Hongarije Andreas Nölke samenvatting door H. Michiel   Nölke laat er vooreerst geen twijfel over bestaan dat hij geen sympathie heeft voor de regeringen in Polen en Hongarije. De sociale politiek van de ultraconservatieve Poolse regering is afschuwelijk, of het over abortus gaat of over de discriminatie van homoseksuelen, lesbiennes etc. (LGBT). De Hongaarse regering is bovendien bekend voor haar vriendjespolitiek en cadeaus aan ondernemingen, ten koste van armere bevolkingsgroepen. Maar, zegt Nölke, in deze aangelegenheid mogen we ons niet laten leiden door politieke sympathie of antipathie; het gaat over basiskwesties van de democratie, het functioneren van de EU en de manier waarop de politiek en de media hiermee omgaan.   Wie blokkeert? Is het dan niet zo dat Polen en Hongarije, door de Europese begroting en het coronafonds te blokkeren de miserie van de zwaar getroffen landen in Zuid-Europa nog verergeren? De verantwoordelijkheid daarvoor kan echter niet alleen aan die twee landen toegeschreven worden. De confrontatie gaat ook uit van het Europees Parlement, dat op een verscherping van de rechtsstaat-voorwaarde aandrong, wel wetend dat dit het conflict alleen maar verhevigt. Nog meer olie op het vuur door de suggestie dat wat niet binnen de EU-instellingen haalbaar is (de dwarsliggende regeringen gebruiken uiteindelijk hun vetorecht zoals het binnen de Europese constructie voorzien is), dan maar erbuiten moet gebeuren. Het verdrag van Lissabon voorziet inderdaad in een mogelijkheid tot ‘permanente gestructureerde samenwerking’ tussen een beperkt aantal lidstaten, terwijl anderen erbuiten blijven, maar het coronafonds behoort niet tot de domeinen waar zulks toegelaten is. Maar is er dan geen groot verschil in democratische legitimiteit tussen de autocratische Poolse en Hongaarse regimes enerzijds en de Europese beslissingscentra anderzijds? Beslist niet, zegt Nölke. Over die van de Europese Commissie kunnen we best zwijgen. Die van de ministerraad - wie verkiest die? - is gering. En het Europees Parlement? De deelname aan de Europese verkiezingen is gering, het gaat minder over Europees beleid dan over nationale partijen, er is geen echte Europese kiesstrijd, en het publiek staat ver van de debatten in dat Europees Parlement. Een Europese zetel wordt bovendien in het Groothertogdom Luxemburg door tien maal minder kiezers aangeduid dan in Duitsland. Daartegenover is de democratische legitimiteit van Polen en Hongarije een stuk directer, zelfs met de inbreuken die zich vooral in Hongarije voordoen. De deelname aan verkiezingen is er hoger, regeringen steunen op sterke meerderheden. Nölke voegt hier nog een klein gedachtenexperiment aan toe: “Hoe zou het zijn als in eigen land de rechtsstatelijkheid van het regime door Europese instanties zou in vraag gesteld worden?” De grote beroering die er in Duitsland ontstond rond de betwisting van het beleid van de Europese centrale bank door het Duits Grondwettelijk Hof geeft daar een beetje een idee van.   Polen ≠ Hongarije Het is problematisch dat Polen en Hongarije ongedifferentieerd voorgesteld worden in de Duitse media en politiek, zegt Nölke, maar dat is ook bij ons (België, Nederland… hm) het geval. Beide landen worden als ‘rechtspopulistisch’ bestempeld, maar op het gebied van democratie en rechtsstaat zijn er aanzienlijke verschillen. Wat Hongarije betreft heeft de lange periode waarin Orbàn’s Fidesz aan de macht is [1998-2002, 2010-heden] inderdaad tot inperkingen van de democratie gevoerd, al moet men omzichtig zijn met criteria, voegt Nölke eraan toe, als men ook denkt aan de decennialange éénpartijdominantie van de CSU in Beieren. De democratie blijkt in Hongarije toch ook nog te functioneren zoals bleek bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2019, waarbij de oppositie de macht overnam van Fidesz in Boedapest en andere grote steden; in een autocratie zou dit niet mogelijk zijn. Maar het zou volledig misplaatst zijn om in het geval van Polen te spreken van een zelfs maar beginnende autocratische regeringsvorm. Er is een uitgesproken persvrijheid, de PiS moet permanent met verkiezingsnederlagen rekening houden, en qua bemoeienissen met het grondwettelijk Hof valt het ook nog mee. Nölke voegt er nog de opmerking aan toe dat grondwettelijke hoven een hoeksteen zijn van een liberale democratie, maar in een republikeinse opvatting daarvan speelt een parlement als uitdrukking van de volkssoevereiniteit een veel belangrijkere rol.   Moet de EU dan niet letten op correct gebruik van Europese fondsen? Dat moet ze zeker, en dat gebeurt ook, door het Europees antifraudebureau OLAF. Ook wat misbruik betreft kunnen Hongarije en Polen onmogelijk op dezelfde voet geplaatst worden. Polen is op dit gebied een van de voorbeeldigste lidstaten, volgens OLAF scoort het land zelfs beter dan Duitsland. Maar het conflict rond de ‘rechtsstaat’ heeft in feite niets te maken met fraude met coronagelden of andere Europese subsidies. Het conflict draait errond dat aan het herstelfonds nu een vage rechtsstaatclausule verbonden wordt, die dan door de Europese instanties kan geïnterpreteerd worden. Men komt dan al vlug tot de vaststelling dat er niet steeds met dezelfde maatstaf wordt gemeten. Nemen we het geval van de benoeming van grondwettelijke rechters, een aangelegenheid waar Nölke nogal wat aandacht aan besteedt; we beperken ons hier tot één aspect. Aan Polen wordt verweten dat er politieke invloed is bij de benoeming van deze rechters, via de door de PiS gedomineerde parlementaire meerderheid. Maar wat dan te zeggen in het geval van Frankrijk? Daar komt er geen parlement aan te pas, maar wordt er telkens één benoemd door de Franse president, één door de voorzitter van het Parlement en één door de voorzitter van de Senaat; het is dus best mogelijk dat ze alle drie door de regeringspartij(-en) benoemd worden… Moet de EU dan niet letten op democratie en rechtsstaat in de lidstaten? Bij Nölke geen gevleugelde beschouwingen over de ‘verdediging van de hoge waarden in onze Europese Unie’, maar eerder enkele praktische beschouwingen die misschien wel nuttiger zijn als men antidemocratische tendenzen in lidstaten wil terugdringen. “Externe druk is contraproductief”, stelt Nölke. Democratie, of toch bepaalde opvattingen daarover, willen opleggen door dwang uit te oefenen lukt niet. Als men de politieke evolutie in Polen en Hongarije de laatste jaren overschouwt, dan krijgt men de indruk dat men eerder het tegengestelde bevordert. De externe druk wordt door de regeringen via een nationalistische retoriek te baat genomen om hun binnenlandse positie te versterken; parallellen met de jarenlange dwang door de Sovjet-Unie liggen dan voor het grijpen. En ook bevolkingsgroepen die niet meteen achter de regering staan kunnen beschimpingen uit het buitenland met een nationale reflex beantwoorden. We kunnen het vervelend vinden, maar inzoverre democratie of rechtsstaat in Polen en Hongarije aangetast zijn, zullen Poolse en Hongaarse burgers voor het herstel ervan moeten strijden. Als Duitser voegt Nölke er nog aan toe dat Duitse politici en media er zich best van zouden bewust zijn dat de Duitse economische en politieke dominantie in de EU niet alleen in Zuid-Europa zeer sceptisch wordt bekeken, maar dat dit ook in Oost-Europa het geval is, gezien de afhankelijkheid van Duitse investeringen en multinationals. Als Duitsland zich dan ook nog zou gaan opwerpen als de scheidsrechter over Oost-Europese politiek en rechtswezen moet men niet verbaasd zijn als de term ‘imperialisme’ valt…  

Hervormingen afdwingen met coronamiljarden

21/12/2020 - 22:23

21 december 2020 – Nu er een akkoord is tussen Parlement en Raad over de Europese meerjarenbegroting, en Hongarije en Polen niet langer een veto stellen over het Europees Herstelplan, na een typische juridische kunstgreep op zijn EU’s, kunnen lidstaten beginnen uitzien naar hun part van het wederopbouwfonds (Recovery and Resilience Facility, RRF). Maar we zouden best goed uitkijken welke voorwaarden hieraan verbonden worden. Nu zoveel lidstaten op hun tandvlees aan het lopen zijn, is voor de Europese Commissie de kans om ‘hervormingen‘ af te dwingen te mooi om te laten liggen. “Het wederopbouwfonds en het Europees Semester zijn nauw verbonden”, zegt de Europese Commissie; het Europees Semester is het geheel van formele en informele bepalingen waarmee de nationale economieën, vooral die van de eurozone, steeds verder in het neoliberale keurslijf gedwongen worden. Jaarlijks geeft de Commissie haar specifieke ‘aanbevelingen’ aan elke lidstaat: beperk de pensioenen, matig de lonen, liberaliseer de  arbeidsmarkt, hou de vakbonden op afstand, enzovoort. De uitkering van de gelden uit het wederopbouwfonds is expliciet gekoppeld aan het naleven van deze aanbevelingen. Nu hebben sommigen in de coronacrisis nogal vlug het einde van het Europees bezuinigingsbeleid gezien. De partij van de Europese Socialisten (PES) kopte onlangs: “De Covid-19 pandemie sluit de deur voor een terugkeer naar het oude soberheidsbeleid”.  Het is wel waar dat de beperkingen opgelegd door het Stabiliteitspact (budgettekort onder 3%, overheidsschuld onder 60% etc.) tijdelijk werden opgeschort, omdat die momenteel toch onmogelijk nog kunnen gerespecteerd worden en er weer eens veel overheidsgeld naar de privésector moet vloeien; maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat het coronavirus de neoliberale overtuigingen van de Europese beleidsmakers zou hebben aangetast. De aanbevelingen van de Commissie aan een lidstaat mogen dan gaan over belangrijke kwesties, de discussie daarover verloopt meestal binnenskamers, bij discrete ontmoetingen tussen ministers,  commissarissen en hoge ambtenaren. Een parlement komt daar weinig aan te pas, en ook een minister zal niet altijd zeggen dat hij een beleid voert onder druk van een Europese aanbeveling. Maar nu de Commissie kan beslissen over miljarden, heeft ze wel een heel stevig ‘argument’ in handen. Neem Spanje. Volgens de Europees vastgelegde verdeelsleutel zou het land in de komende jaren op zo ‘n 140 miljard euro recht hebben, de ene helft als terug te betalen goedkope lening, de andere als subsidie. Maar het land ligt reeds lang in het vizier van Brussel, als economisch onder-performant, een gevaar voor de stabiliteit van de eurozone, en nu bovendien bestuurd door een  linksere coalitie van PSOE en Unidas Podemos. Onder de titel “Brussel dringt bij Spanje aan op hervorming pensioenen en jobs in ruil voor EU-fondsen” licht de Spaanse krant El País een tipje van de sluier [efn_note]El País, 8 december 2020, Brussels urges Spain to reform pensions and jobs in return for EU funds [/efn_note] over de onderhandelingen die momenteel bezig zijn tussen Madrid en Brussel. In januari zouden de plannen aan de Commissie voorgelegd worden, in de hoop tegen de zomer de eerste uitbetalingen te zien. Volgens het artikel wil de Commissie toezeggingen op drie terreinen: pensioenen, eenmaking van de markt en ingrepen op het gebied van de arbeidsmarkt. Men moet weten dat premier Sánchez bij het aantreden van zijn PSOE-Podemos regering begin dit jaar aankondigde dat de pensioenen met 0,9% zouden stijgen! Dat zijn niet het soort aankondigingen waarover men zich verheugt in het Berlaymontgebouw; ook de koppeling van de pensioenen aan de index van de consumptieprijzen is er een doorn in het oog. De tweede issue heeft te maken met de uiteenlopende inbreng die nationale en regionale besturen hebben in de marktregulering, die daardoor ‘gefragmenteerd’ is. Voor de Commissie zijn regionale partijen en autonomieën (Baskenland, Catalonië, Andalusië…) slechts storende factoren voor een gestroomlijnde markt. Het artikel in El País vermeldt tenslotte dat de Commissie vindt dat er in Spanje teveel beroep wordt gedaan op tijdelijke contracten, en dat er te weinig training wordt voorzien voor werknemers. Dat lijkt misschien een positievere inbreng uit Brussel zijn, maar er is waarschijnlijk meer dan dat. In 2012 werden repressieve hervormingen van de arbeidswetgeving doorgevoerd; de afschaffing ervan is een van de eisen van het linksere deel van de regering Sánchez. Maar in die regering heb je onder andere Nadia Calviño, een partijloze technocrate die hoge functies bekleedde in de Europese Commissie (en bijna voorzitter werd van de Eurogroep) alvorens door Sánchez als minister van economie te worden benoemd; voor haar kan die repressieve arbeidswetgeving rustig blijven. Anderzijds is er de minister van arbeid Yolanda Díaz, voortkomend uit Izquierda Unida en met meer oor voor vakbondswensen. Wie zou geloven dat Brussel geen voorkeur zou hebben in deze kwestie? Dit zijn omstandigheden waar de Commissie zich als een vis in het water moet voelen: geen wetten stellen maar ‘aanbevelingen doen’, ver van camera’s en journalisten, geen open conflicten maar stille wenken en gewuif met miljarden. Sinds lang droomt de Commissie ervan om over een budgetje te beschikken waarmee lidstaten kunnen  'beloond' worden als ze neoliberale hervormingen doorvoeren; maar in de Europese kassen zit nooit veel geld. Behalve nu: honderden miljarden waaraan condities kunnen verbonden worden! (hm)      

Democratie in de FNV

18/12/2020 - 18:23

door Willem Bos 18 december 2020   Volgend voorjaar kunnen de leden van de FNV een nieuwe voorzitter kiezen. Daarbij hebben ze de keus tussen twee kandidaten: de huidige vicevoorzitters Tuur Elzinga en Kitty de Jong. Bij de vorige verkiezing konden de FNV-leden hun stem maar uitbrengen op één kandidaat: Han Busker. Dat het er nu twee zijn is vanuit democratisch oogpunt nauwelijks een vooruitgang te noemen. Maar dat betekent niet dat in de FNV de democratie ver te zoeken is. In de huidige structuur kent de FNV twee verkiezingen waarbij alle leden hun stem kunnen uitbrengen. De eerste is de verkiezing van het FNV-Ledenparlement (LP). Het ledenparlement is formeel het hoogste orgaan van de FNV en kiest de leden van het bestuur (met uitzondering van de voorzitter). Eigenlijk is de naam Ledenparlement verwarrend. De 105 leden van het LP worden niet gekozen op basis van een algemene lijst van kandidaten waar alle FNV-leden hun stem op uit kunnen brengen. FNV-leden kiezen leden van het LP in de sector waarin zij actief zijn. In de 26 sectoren waarin de FNV is opgedeeld worden kandidatenlijsten opgesteld en de leden in die sectoren stemmen op kandidaten op de lijst van hun sector. Als lid dat werkzaam is in de ene sector kan je dus niet stemmen op een kandidaat in een andere sector. Je zou dus kunnen zeggen dat er sprake is van 26 afzonderlijke verkiezingen met 26 afzonderlijke lijsten op basis waarvan het LP wordt samengesteld, waarbij de omvang van de sector bepalend is voor het aantal leden van die sector in het LP. Voor een vakbond, een vereniging die mensen primair organiseert op basis van hun werk, is een dergelijke structuur niet onlogisch. De leden van het LP zijn dus gekozen door de FNV-leden in hun sector en leggen in principe ook verantwoording af aan hun kiezers, dat wil zeggen in hun sector. Hoe dat precies geregeld is, verschilt per sector, en in de ene sector functioneert die verantwoording beter dan in de andere. De algemene publieke verslaggeving van de vergaderingen van het LP op de site van de FNV is zeer summier. Het LP is, zoals gezegd, formeel het hoogste orgaan van de FNV, het kiest (met uitzondering van de voorzitter) het bestuur, het bepaalt het beleid van de FNV, beslist over voorstellen van het bestuur en controleert het bestuur. Het heeft dus zeker de bevoegdheden van een parlement in een parlementaire democratie, maar gezien de wijze van verkiezing en verantwoording zou het ook ledenraad of sectorenraad kunnen heten. Een dergelijke structuur waarbij een direct door de leden gekozen orgaan formeel het hoogste orgaan is, is voor zover mij bekend uniek voor een vakorganisatie van de omvang van de FNV, en een cruciale democratische verworvenheid.   De voorzitter Naast het direct door de leden gekozen LP kent de FNV ook een direct door de leden gekozen voorzitter. Daar zit dus een ingebouwde spanning. Als we de verenigingsdemocratie van de FNV met de inrichting van de politieke democratie op nationaal vlak vergelijken is er dus sprake van een parlementair systeem, waarin het parlement het hoogste orgaan is, maar wel met een direct door de leden gekozen voorzitter van het uitvoerend orgaan: het bestuur. Die voorzitter heeft dus niet zoals bijvoorbeeld de Franse president, of die van de VS, de bevoegdheid om zijn eigen bestuur (regering) samen te stellen en te wijzigingen en in hoge mate zijn (of haar) eigen beleid te bepalen. Dat zijn bevoegdheden van het LP. De FNV-voorzitter wordt dus geacht het door het LP bepaalde beleid uit te voeren, dat is immers het hoogste beleidsbepalende orgaan, maar hij/zij heeft een eigen mandaat van de FNV-leden. Het LP kan de voorzitter wegstemmen, maar daarvoor is een 2/3 meerderheid in het parlement nodig. De vraag is dus: wat kiezen de FNV-leden als ze een voorzitter kiezen? Niet het beleid, de koers van de bond, die wordt immers bepaald door het LP. Blijft over: degene die als voorzitter dat beleid het beste uit kan dragen. Tot zover de papieren werkelijkheid. In de echte werkelijkheid is de FNV-voorzitter natuurlijk meer dan het gezicht van de bond en de loyale uitvoerder van het door het LP bepaalde beleid. In tegenstelling tot de leden van het LP, die hun vakbondswerk in principe naast hun gewone werk doen, en die maar gemiddeld eens per maand als LP bij elkaar komen, is de voorzitter net als de rest van de leden van het dagelijkse bestuur fulltime vakbondsbestuurder, overlegt en onderhandelt namens de bond op allerlei niveaus, heeft directe toegang tot de media en heeft een staf van deskundigen tot zijn beschikking. Hij of zij heeft dus een behoorlijke macht, niet alleen namens de organisatie waarvan hij/zij de spreekbuis is, maar ook over de organisatie.   Democratie Als we dus kijken naar de democratie in de FNV als geheel hebben we met twee, direct door de leden gekozen ‘organen’ te maken: het LP en de voorzitter. En de vraag is dan welke van de twee moet het belangrijkste zijn. Formeel is dat het LP, en ook principieel lijkt mij dat juist. Dat is immers het orgaan dat in de sectoren door de leden is gekozen, en dat in de sectoren aan de leden verantwoording af moet leggen. Als er alleen sprake was van een gekozen voorzitter en niet van een gekozen LP was de zaak helder. De verkiezing van de voorzitter was dan een keuze voor de koers van de bond. Hoe is het LP met deze dubbelheid omgegaan? Er is voor gekozen om de kandidaten voor het voorzitterschap door een toetsingscommissie te laten beoordelen. Op basis van de beoordeling van de toetsingscommissie is er in een besloten zitting van het LP (het ging immers om personen) over het resultaat van de toetsing gesproken en is bepaald welke gegadigden kandidaat mogen zijn. Ik denk dat het LP daarmee een grote fout heeft begaan. Natuurlijk kan het LP een profiel voor de beoogde voorzitter opstellen, en natuurlijk kan het LP kijken in hoeverre de kandidaten naar het oordeel van het LP aan dat profiel voldoen. En natuurlijk kunnen ze hun oordeel daarover aan de leden duidelijk maken, hoe schadelijk dat ook voor kandidaten kan zijn, maar die hebben natuurlijk altijd de gelegenheid om zich tijdens de procedure terug te trekken. Dat lijkt mij een normale democratische procedure. Ook bij alle andere gekozen functies in de FNV (lid LP, lid sectorbestuur et cetera) wordt er gewerkt met een dergelijke toetsingscommissie. Het grote verschil met de verkiezing van de voorzitter, maar overigens ook bij leden van algemeen en het dagelijkse bestuur, is dat zij zich niet kandidaat kunnen stellen bij een negatief advies. Nu is er één van de kandidaten die een negatief advies van de toetsingscommissie heeft gekregen, die toch zijn kandidatuur wil handhaven, maar niet op de kieslijst staat. Het gaat hier om Niek Stam, de FNV-bestuurder uit de Rotterdamse haven en gekend criticus van de koers van de FNV en van het LP. Over de vraag of Stam geschikt is als FNV-voorzitter hadden de FNV-leden moeten beslissen bij de verkiezingen in het voorjaar van 2021. Door hem een plaats op de kieslijst te weigeren heeft het LP de FNV en zichzelf een slechte dienst bewezen.    

Zwartboek illegale pushbacks aan de Europese grenzen

18/12/2020 - 18:18

18 december 2020 - Naar aanleiding van de Internationale dag van de migranten werd vandaag een lijvig zwartboek voorgesteld over illegale terugdrijvingen (pushbacks) van migranten.  Op 1500 bladzijden in twee volumes werden getuigenissen van honderden migranten en asielzoekers samengebracht, het resultaat van vier jaar werk; aan de Europese buitengrenzen waren ze het slachtoffer van grove schendingen van mensenrechten. De documentatie werd opgesteld door  Border Violence Monitoring Network (BVMN) en onder de auspiciën van GUE/NGL, de linkse fractie in het Europees Parlement,  vandaag publiek gemaakt. De europarlementsleden Left Malin Björk en Miguel Urbán stelden het zwartboek op symbolische wijze voor aan de Europese commissaris voor asiel en migratie Ylva Johansson. De twee volumes van het zwartboek kunnen gedownload worden: Vol1  Vol2.    

Brochure over arbeid, (minimum-)lonen en vakbondswerk in Europa

17/12/2020 - 17:36

[caption id="attachment_19970" align="alignleft" width="120"] Klikken om down te loaden (pdf, 7,7 MB, 196 blz)[/caption]     17 december 2020 - Zopas verscheen Benchmarking Working Europe 2020, de jaarlijkse downloadbare publicatie van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) over lonen, loononderhandelingen,  werkloosheid, syndicalisatie, maar ook over de impact van een iets vergroenende industrie  en andere aspecten van de wereld van de gesalarieerde arbeid. Voor wie zich speciaal voor minimumlonen interesseert is er het vierde hoofdstuk ( p. 97 - 117). Een van de vele grafieken is hieronder weergegeven:  het statutair minimum uurloon (mei 2020) in 22 lidstaten, gaande van 12.38 €/uur in Luxemburg tot 1.87 € in Bulgarije. [spacer size="20"] Zoals men het kan verwachten wijzen de auteurs op het belang van collectieve loonstrijd (collective bargaining), en bijgevolg van vakbondslidmaatschap, om ook de minima omhoog te halen. Maar met dat lidmaatschap zit het niet goed. Absolute en relatieve cijfers dalen systematisch, zoals uit onderstaande grafiek blijkt: [spacer size="20"] [caption id="attachment_19969" align="aligncenter" width="700"] Lidmaatschap van vakbonden in de EU, 2000 - 2018. In het blauw de absolute cijfers (linkerschaal, miljoenen), paarse curve de aansluitingsgraad (%, rechterschaal). Van een 44 miljoen gesyndiceerden in 2000 naar 33 miljoen in 2018, met een sterke afname in de recente periode, en een aansluitingsgraad evoluerend van 39% naar 26%. [/caption] De studie besteedt ook aandacht aan de impact van de coronacrisis op de arbeidsomstandigheden en de mogelijke toekomstscenario's.    

Voor democratie in de vakbond FNV!

16/12/2020 - 11:36

Door Gerrit Zeilemaker 16 december 2020    In de vakbond FNV (Federatie Nederlandse Vakbonden) is opschudding ontstaan over het uitsluiten van Niek Stam (FNV Havens) bij de verkiezing van een nieuwe FNV-voorzitter. Een ‘externe onafhankelijke’ toetsingscommissie heeft besloten om Niek Stam niet voor te dragen als kandidaat. De kandidaten-toetsingscommissie koos voor de twee vice-voorzitters Tuur Elzinga en Kitty de Jong. Tuur Elzinga, oud Eerste Kamerlid van de SP wil vooral dat de vakbond zich gaat richten op de middenklasse. Elzinga was hoofdonderhandelaar van het fel bekritiseerde pensioenakkoord.  En Kitty de Jong wil vooral dat de bond zich bezig houdt met discriminatie en vrouwenrechten. Het is niet bekend of de beide overgebleven kandidaten de beslissing van de toetsingscommissie als ondemocratisch hebben afgewezen. Voor zover bekend hebben zij de beslissing kritiekloos voor kennisgeving aangenomen, eerder dan het democratisch recht van de leden om zelf te kiezen te verdedigen.   [caption id="attachment_19960" align="alignleft" width="300"] Niek Stam [/caption] Havenbondbestuurder Niek Stam steekt zijn kritiek op de wijze van leidinggeven binnen het FNV niet onder stoelen of banken. Het dagelijks bestuur praat meer met D66-minister Koolmees dan met bestuurders en kaderleden van de aangesloten bonden, aldus zijn kritiek. Stam wil de sectoren en regio's veel meer zeggenschap geven. Eén van de redenen waarom Stam niet is voorgedragen, is omdat “hij in beperkte mate een boegbeeld van de ingeslagen weg van verandering is binnen het FNV”. Niek Stam vertegenwoordigt de onvrede over de centralisering en de naar binnen gerichte houding van het bestuur. Precies de kritiek die een rapport van een extern adviesbureau een jaar geleden ook in beeld bracht. Stam vindt ook dat “de bond de werkgevers af en toe de stuipen op het lijf moet jagen”. Een buitengewoon gezond standpunt voor een vakbeweging lijkt mij!     Het neoliberale pensioenakkoord: een slecht compromis  De vakbond FNV is van zijn leden en van niemand anders. De leden moeten de macht terugveroveren op de bureaucraten, de vergadertijgers en de carrièremakers. Het FNV dient een strijdorganisatie te zijn! Het FNV is zeker niet bedoeld om slechte compromissen te sluiten en de belangen van de leden schade toe te brengen! Een voorbeeld van een slecht compromis is het neoliberale pensioenakkoord op hoofdlijnen. In besloten vergaderingen uitgewerkt, in hoofdlijnen aan de leden voorgelegd met een positief advies door het FNV-bestuur. Nu de hoofdlijnen duidelijker worden, worden ook de neoliberale kenmerken van het nieuwe stelsel steeds duidelijker, zoals het volledig afhankelijk maken van premie en pensioenuitkeringen van de willekeur van de markt. De ondernemers juichen! De overgang naar het nieuwe stelsel verlangt het vertalen van premie-inleg en opbrengst in persoonlijke potjes die complexe en schreeuwend dure systemen vereisen. Bovendien gaat het compenseren van groepen die door de verandering van premiemethode schade ondervinden, het ‘invaren’, miljarden kosten. Te betalen uit de pensioenpotten, dus door de pensioendeelnemers zelf! Ondertussen gaat het niet-indexeren van de pensioenen op basis van een waardering met een kunstmatig laag gehouden rekenrente op last van De Nederlandsche Bank nog zeker zes jaar door! De achterstand als gevolg van het niet-indexeren is al opgelopen tot 20% voor alle pensioendeelnemers. Voor zowel gepensioneerden als nog werkende deelnemers, want het niet-indexeren werkt door in pensioenopbouw! Tijdens de vergadering van het ledenparlement van het FNV waar het pensioenakkoord is goedgekeurd schijnt FNV-voorzitter Busker gedreigd te hebben met onmiddellijk aftreden als het pensioenakkoord niet werd goedgekeurd! Het pensioenakkoord zelf is voorgesteld als goed voor iedereen. Het ledenparlement stelt geen notulen van zijn vergaderingen op en is daardoor voor de leden volkomen intransparant. De leden weten dus niet welke argumenten door wie naar voren zijn gebracht. Ondertussen wordt deze pensioen-knieval voor de rechtse VVD/D66-regering door D66-minister Koolmees voortdurend door dreigingen met pensioenkortingen beloond die vanuit de FNV-leiding met bedremmeld stilzwijgen worden beantwoord. Verder is nog steeds de vraag niet beantwoord waarom het regelmatig als beste ter wereld genoemde pensioensysteem ‘vernieuwd’ moest worden. Nog steeds is niet duidelijk waarom verbeteringen niet op basis van het huidige stelsel konden plaatsvinden en waarom de FNV-leiding belangrijke eisen (o.a. rond de zware beroepen!) met betrekking tot de pensioenen stilletjes uit het oog verliest. Tel uit je winst!   We moeten vooruit en niet achteruit!  De bond moet democratisch zijn, niet met allerlei organen in een getrapt beslissingsproces die via procedures zich de besluitvorming toe-eigenen en manipuleren. De leden moeten over beleidsbeslissingen zelf via rechtstreekse en directe besluitvorming kunnen beslissen! Zeker met betrekking tot de verkiezing van de voorzitter. Dat betekent dat ze Niek Stam, vakbondsbestuurder in de Rotterdamse haven, rechtstreeks moeten kunnen kiezen! We kunnen niet toelaten dat een toetsingscommissie van elitaire PvdA- en GroenLinks-wethouders en ex-vakbondsbureaucraten (extern en onafhankelijk?) om onduidelijke redenen en vage, voor meerdere uitleg vatbare criteria de keuze laten vallen op nóg twee vakbondsbureaucraten. Democratie betekent ook dat de leiding van een vakbond dicht bij zijn leden staat. Niek Stam heeft in zijn leidinggeven aan de havenarbeiders getoond met en tussen zijn mensen te staan. Bovendien toont hij zich strijdbaar tegenover de ondernemers en draagt creatieve oplossingen aan om akkoorden te sluiten die wél iets opleveren! [spacer size="20"] [spacer size="20"] Het is dus een goed idee om op alle mogelijke wijze de druk op de FNV-leiding te verhogen om de kandidatuur voor alle drie de kandidaten open te stellen. De enig echt democratische oplossing! De verkiezing gaat door van 4 februari t/m 9 maart 2021. Naar de petitie Stel Niek Stam verkiesbaar als voorzitter FNV!!      

Macron: drones tegen binnenlandse vijand, atoomwapens tegen buitenlandse

15/12/2020 - 18:10

door Herman Michiel 15 december 2020   De Franse president Macron heeft zo zijn ideeën om van Frankrijk een veilige plaats te maken. Met zijn wet over globale veiligheid wil hij de binnenlandse vijand vanuit de lucht met drones observeren en vanop de grond met zijn politiemacht bemeesteren, zonder dat bezwarende videobeelden het imago van de robocops kunnen besmeuren. Maar ook voor de buitenlandse vijand heeft Macron zijn oplossing. Er moet een nieuw reuzenvliegdekschip gebouwd worden, 300 meter lang en 75.000 ton zwaar,  om de huidige Charles de Gaulle te vervangen vanaf 2038. Een week geleden kondigde hij fier aan dat het nieuwe tuig ook met kernreactoren zal aangedreven worden. Zoals bij de Charles de Gaulle kunnen de meegevoerde gevechtsvliegtuigen, een dertigtal, kernwapens lanceren. Voor het nieuwe vliegdekschip worden de komende jaren al 1 miljard euro aan voorbereidende studies uitgegeven, en de totale kost wordt geraamd op minstens vijf miljard. Het ding moet vanaf 2038 ‘operationeel’ zijn. Nu de Britten geen deel meer uitmaken van de EU kan Macron er prat op gaan de enige lidstaat te zijn die over zijn eigen kernwapens beschikt. Een totaal voorbijgestreefd vooroorlogs ‘Pruisisch‘ eergevoel, waarmee hij en zijn medestanders een zeer slechte dienst bewijzen aan de wereldvrede, maar een uitstekende dienst aan de Franse militaire en nucleaire industrie, twee sectoren die in de 21e eeuw volledig moeten verdwijnen. Het is des te erger dat de ‘anti-Macron’ en leider van het linkse La France Insoumise Jean-Luc Mélenchon zich op dit vlak niet fundamenteel onderscheidt van Macron, en evenmin van de Parti Socialiste (PS) en de Parti Communiste (PCF) die zich begin jaren 80 bekeerden tot de theorie van de nucleaire afschrikking. In een interview met L’Opinion laat  Mélenchon in zijn kaarten kijken voor zijn kandidatuur bij de Franse presidentsverkiezingen van 2022. Hij staat weliswaar gunstig tegenover het VN-verdrag op het verbod van kernwapens, en is voor de uittrede uit de NAVO, maar “de nucleaire afschrikking blijft voor Frankrijk een onvervangbaar wapen zolang er geen militaire alternatieven bestaan. Men kan niet aan de Fransen vragen om als eersten te ontwapenen. Zij die de meeste kernwapens hebben, de Verenigde Staten en Rusland, moeten beginnen.” Wat zijn opvattingen over oorlog en vrede betreft is Mélenchon dus helemaal geen insoumis. Geef mij dan maar een echte rebel als Jeremy Corbyn. Niet ontmoedigd door de moddercampagne waarmee de gewezen Labourleider door rechts, binnen en buiten Labour, besmeurd werd, lanceerde hij deze week een Project for Peace and Justice. In een geest van internationalisme en gebaseerd op onderzoek en activisme moet het project campagnes ondersteunen tegen oorlog, klimaatverandering en toenemende ongelijkheid.    

Hoorzitting over Europees Herstelfonds

14/12/2020 - 15:32
Bewaren als PDF

14 december 2020 – In Brussel is er een ‘burgerinitiatief’ dat een discussie wil losweken over het Europees Herstelplan. De initiatiefnemers vinden dat de burgers zelf veel te weinig betrokken waren bij een plan van 750 miljard euro, en ze vrezen dat de schulden die overheden daarvoor aangaan aanleiding zullen geven tot een nieuw soberheidsbeleid. Via een petitie willen ze dat over de kwestie een hoorzitting gehouden wordt in het Brussels regionaal Parlement; de duizend benodigde handtekeningen daarvoor werden op 11 december overhandigd.

“Wij ondersteunen dit plan niet, omdat het via de kapitaalmarkten wordt gefinancierd”, zegt Theo Mewis, een van de initiatiefnemers van de petitie, “ons voorstel is om de Europese Centrale Bank rechtstreeks de overheden te laten financieren’.

Een pamflet van de groep vindt u hier.

 

 

Hits: 4

Waarover Links in Europa toch best eens zou nadenken

11/12/2020 - 00:53

11 december 2020   Mag ik eerst de auteur van wat volgt even voorstellen? De Noor Asbjørn Wahl heeft een lange carrière in de vakbeweging op nationaal en internationaal niveau achter de rug. Hij is nu vakbondsadviseur, links activist en politiek auteur (naast vele artikels – één ervan brachten we onlangs in vertaling - ook van het boek The Rise and Fall of the Welfare State). Tot voor kort was hij voorzitter van de Commissie Stedelijk Transport van de Internationale Transportarbeidersfederatie (ITF) en leider van de ITF-werkgroep klimaatverandering. Nu is hij lid van de adviesgroep van de Trade Unions for Energy Democracy network. Een Noor, dus geen ‘EU-burger’, met een wat afstandelijker blik op ‘Brussel’. Anderzijds goed bekend met de EU-realiteit. Noorwegen is wel lid van de ‘Europese Economische Ruimte’ en de ‘Europese Vrijhandelsassociatie’, waardoor veel bepalingen van de Europese wetgeving ook in dat land van kracht zijn. Bovendien heeft hij als internationaal vakbondsmilitant wel heel wat ervaring met de EU, met het bijkomende voordeel als Scandinaviër op veilige afstand te blijven van de weinig kritische Europese opstelling van het Europees Vakverbond (ETUC) [efn_note] Een zeer recent voorbeeldje. Op 7 december stuurt het EVV een brief naar Michel Barnier, de EU-onderhandelaar voor Brexit. De aanhef van de brief spreekt al boekdelen: Dear Michel; het betekent zoveel als “wij vakbondsleiders, eurocommissarissen, EU-diplomaten, één grote familie in onze fantastische Unie”... Met de inhoud van de brief geeft het Europees Vakverbond blijk van volledige instemming met de EU-opvatting over een rechtvaardige economie, namelijk “eerlijke kapitalistische concurrentie”, het level playing field waarvoor ze Barnier om standvastigheid verzoekt in de onderhandelingen. (hm)[/efn_note]. Het is daarom interessant kennis te maken met Asbjørn Wahl’s visie op de EU en de houding van links daartegenover. Zopas verscheen van hem een uitgebreid artikel in de Monthly Review, het langst bestaande (°1949) Amerikaanse socialistische tijdschrift met marxistische, niet-doctrinaire inslag. In The Elephant in the Room – Left Parties and the European Union geeft hij eerst wat achtergrondinformatie over de Europese politieke structuren en voorgeschiedenis, waar een Amerikaans publiek natuurlijk nog minder mee vertrouwd is dan het Europese. Daarna becommentarieert hij de opstelling van links tegenover het EU-regime. Ook binnen linkse politieke bewegingen en organisaties in de Europese lidstaten is hierover heel weinig debat; Wahl’s nuchtere kijk kan daarom ook hier nuttig zijn. In wat volgt zal ik zijn standpunten daarover samenvatten en een en ander uitgebreider citeren.   Herman Michiel     Linkse partijen en de Europese Unie Een samenvatting van de analyse van Asbjørn Wahl   Zwak links Politiek links - links van de sociaaldemocratie - staat zwak in Europa. Kwantitatief, met 39 Europarlementariërs op een totaal van 705, zetelend in de coalitie van Europees Verenigd Links (GUE/NGL) die een gemengd gezelschap is van partijen met uiteenlopende tendenzen en onderscheiden die niet altijd gemakkelijk te begrijpen zijn. Binnen deze coalitie is een meerderheid van de vertegenwoordigde nationale partijen aangesloten bij European Left (EL), een structuur die zich min of meer als een Europese politieke partij opstelt. Uit onvrede met de weg die SYRIZA, aangesloten bij EL, insloeg poogde Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) tot een alternatieve alliantie binnen GUE/NGL te komen. Tenslotte was er de poging van Yanis Varoufakis om rond zijn DiEM25 initiatief een coalitie tot stand te brengen voor de Europese verkiezingen van 2019 met als doel de EU tegen 2025 grondig te democratiseren en te hervormen. Maar ook kwalitatief staat links in Europa vrij zwak. Het debat over de al dan niet mogelijke hervorming van de EU, het lidmaatschap van de muntunie en van de EU zelf, de strategie van een zegevierende linkse partij, het zijn uiterst belangrijke kwesties, maar bij de grootste linkse partijen “is er blijkbaar onvoldoende kunde of bereidheid om het debat te voeren.”   Vanwaar zoveel illusies?  Terwijl de sociaaldemocratie en de belangrijkste Europese vakbonden steeds enthousiaste supporters van de Europese Unie waren, soms wel met kritiek op bepaalde aspecten van het beleid, kwamen linkse partijen in verschillende landen, in het bijzonder in Scandinavië maar bijvoorbeeld ook in Frankrijk, op tegen lidmaatschap van de EU. Maar in de loop van de jaren verdampte die vraag voor terugtrekking. Wat maakt de verhouding tot de Europese Unie zo problematisch en bijna onvoorspelbaar voor veel linkse partijen in Europa? Twee historische factoren spelen daarbij een rol. Vooreerst het ideologisch narratief dat de oprichting van de EEG, voorloper van de EU, begeleidde: de Europese eenmaking als basis voor een duurzame vrede in Europa, en als werktuig voor sociale vooruitgang. Ten tweede de Europese koers van François Mitterrand, Frans president van 1981 tot 1995. Hij begon zijn ambtsperiode met een links sociaaldemocratisch programma, wat door velen in de arbeidersbeweging gezien werd als de beginnende uitbouw van een socialistisch Europa. Maar na twee jaar liet Mitterrand zijn plannen varen; samen met zijn minister van financiën Jacques Delors dacht hij dat een keynesiaanse politiek eerder in het kader van de EEG moest gezien worden dan van de natiestaten. De Franse socialisten en de sociaaldemocratie in Europa richtten zich toenemend op de economische integratie in Europa. Maar zoals de Duitse sociale wetenschapper Martin Höpner schrijft: “Het is een mythe dat ‘meer Europa’ ons dichter brengt bij een sociaal Europa.

Asbjørn Wahl: “Het blijft een open vraag hoe socialistische en sociaaldemocratische politici zo gemakkelijk konden geloven dat een supranationale constructie zoals de Europese Economische Gemeenschap - gebaseerd op de vier vrijheden (vrije beweging voor kapitaal, goederen, diensten en personen) als de kernelementen van de oprichtingsakte, het verdrag van Rome 1958, en met een totaal gebrek aan democratische structuren - een werktuig had kunnen worden voor een sociaal Europa. Het is nog vreemder hoe dat geloof in stand kon blijven ook nog na de goedkeuring van de Eenheidsakte, die de eenheidsmarkt tot stand bracht in 1986, het verdrag van Maastricht van 1992 die leidde tot nog verdere integratie en de creatie van de Europese Unie, het verdrag van Lissabon van 2007 wat niets anders was dan een aangepaste versie van de grondwet die door referenda in Frankrijk en Nederland verworpen was in 2005, en een reeks andere neoliberale wetteksten, overeenkomsten en verdragen.”

Weliswaar verscherpte linkse kritiek op het Europees beleid… Twee gebeurtenissen deden de linkse kritiek op het Europees beleid toenemen:
  • de financiële crisis van 2008, waardoor grote begrotingstekorten ontstonden als overheden geld gingen pompen in privébanken. Via het Stabiliteit-en Groeipact eiste de EU een budgettair herstel, met massale besnoeiingen in de overheidsuitgaven, ontslagen in de openbare sector en een explosieve stijging van de werkloosheid tot gevolg, alsook massale aanvallen op het arbeidsrecht, op de pensioenen en arbeidsomstandigheden, iets wat men vaak een ‘interne devaluatie’ noemt, in onderscheid met een muntevaluatie die niet langer mogelijk is voor landen van de eurozone. De EU zette haar sociale pijlers niet eventjes tussen haakjes, maar viel ze frontaal aan, met een stijgend ongenoegen van de bevolking tot gevolg.
  • de rol van de EU en de Trojka in de bestrijding van de linkse regering SYRIZA in Griekenland na de verkiezingen van 2015. De rol van de Europese Centrale Bank bij de monetaire drooglegging van Griekenland om zo de regering op haar knieën te dwingen tonen duidelijk aan waar de macht ligt, hoe brutaal die kan opgelegd worden, en hoe machteloos een geïsoleerd en klein land kan zijn daartegenover. Het bleek dat de regering Tsipras niet in staat was en ook niet de wil had noch zich voorbereid had om tegen die macht in te gaan op de enig mogelijke manier, de terugtrekking uit de Europese Economische en Monetaire unie, wat leidde tot haar capitulatie
  … leidend tot meer vragen Doorgaans was de reactie: de EU moet veranderen, door de linkse krachten te bundelen in Europa. Maar dat wierp nieuwe vragen op: kan de EU wel van binnenuit hervormd worden? Hoe zou het in ons land verlopen als we zoals in Griekenland een verkiezingsoverwinning behaalden? Was Grexit een oplossing geweest? Aan de ene kant heeft men Varoufakis, die de hervorming van de Europese Unie als uitgangspunt neemt. Het stichtingsdocument van zijn beweging DiEM25 bevatte de drie volgende eisen: (1) de volledige transparantie van al het werk binnen de centrale instituties van de EU (2) de bevoegdheid voor openbare schuld, de banksector, investeringen, immigratie en herverdeling binnen het jaar terug in handen brengen van de nationale parlementen (3) en op een termijn van twee jaar een grondwetgevende vergadering bijeenroepen met als opdracht om Europa in een volwaardige democratie te veranderen met een soeverein parlement dat de nationale autonomie respecteert en de macht deelt met nationale, regionale en lokale verkozenen.

Asbjørn Wahl: “Dit klinkt allemaal nogal naïef, in het bijzonder omdat deze beleidsopties niet ondersteund worden door een analyse van de machtsverhoudingen en de machtsstructuren binnen de Europese Unie, noch door een beredeneerde strategie hoe dat in de praktijk kan bereikt worden en door wie. Sommigen ter linkerzijde verwerpen uit principiële ideologische gronden iedere exitstrategie uit de Europese Unie. Ze beschouwen de EU, en zelfs de monetaire unie, als een historisch progressieve ontwikkeling die de natiestaat overstijgt en daarom moet verdedigd worden. De muntzone verlaten of uit de EU stappen wordt in deze context niet alleen nutteloos, maar ook een gevaarlijke stap richting de nationalistische en autoritaire krachten van extreem rechts. De Europese Unie moet verdedigd worden in de naam van het internationalisme, terwijl het neoliberaal beleid moet tegengewerkt worden, zegt men dan. Men vindt veel verdedigers van deze ideeën onder de sociaaldemocraten, alhoewel er weinig te merken was van hun strijd tegen het neoliberalisme. Maar veel van deze ideeën kan men ook vinden in delen van links.”

Aan de andere kant is er Costas Lapavitsas, professor economie aan de universiteit van Londen en in januari 2015 verkozen op de lijst van SYRIZA, maar brekend met die partij en Tsipras na de overgave aan de Trojka. Hij is een duidelijke stem in het debat. Aan degenen die de EU zien als een te steunen internationaliseringsproject zegt hij: Costas Lapavitsas [efn_note] Lapavitsas, The Left Case Against the EU, pag. 129–30. [/efn_note]: “Dat is het probleem van links in Europa vandaag. Haar gehechtheid aan de EU als een intrinsiek progressieve ontwikkeling belemmert haar om radicaal te zijn, en integreert haar in de neoliberale structuren van het Europees kapitalisme. Links wordt in toenemende mate afgesneden van haar historische achterban, de werkenden en armen in Europa, die dan natuurlijk op zoek zijn gegaan naar een andere politieke spreekbuis… Onvermijdelijk werd dit vacuum dat links creëerde stelselmatig opgevuld door sommige van de ergste politieke krachten in de Europese geschiedenis, inclusief extreem rechts.” Lapavitsas en geestesgenoten stellen dat de EU en de monetaire unie uitgebreide structurele en institutionele beperkingen opleggen. Asbjørn Wahl had er in een vroegere publicaties al zes vernoemd:
  • het democratisch deficit dat eerder vergroot dan verminderd is;
  • constitutioneel neoliberalisme, waardoor socialisme en keynesianisme illegaal zijn in de Europese Unie;
  • onomkeerbare wetgeving, waarbij 100% overeenstemming moet bereikt worden om een verdrag te amenderen;
  • de euro als een dwangbuis, met een centrale bank buiten democratische controle;
  • ongelijke ontwikkeling van de lidstaten, waardoor gecoördineerde weerstand moeilijk is;
  • de sterke rol van het Europees Hof van Justitie;
  • een veelomvattend systeem van financiële sancties voor overtredingen van de verdragen.
  Plan B: breken met de verdragen Een strijd om de EU van binnenuit te hervormen blijft in de praktijk het gedachtenkader van het grootste deel van links. Toch ontwikkelde er zich gaandeweg een andere opvatting, geïnitieerd door Mélenchon, met als bedoeling mislukkingen zoals die in Griekenland te vermijden. Er moet vooreerst een duidelijk actieplan uitgewerkt worden voor het geval van een linkse overwinning in een lidstaat. Ten tweede moet er gewerkt worden aan een Europese alliantie van partijen, bewegingen en economen die een gemeenschappelijke strategie uitwerken voor een dergelijk beleid. Daarbij wordt onderhandeld met de Europese instellingen op basis van een eisenprogramma (Plan A) maar als hierover geen akkoord kan gevonden worden zijn terugtrekking uit de euro, uit verdragen en andere overeenkomsten (Plan B) geen taboe. ‘Plan B’ (in de zin van een Plan A – Plan B-strategie) werd besproken op een aantal conferenties: Parijs, Madrid en Kopenhagen 2016, Rome 2017, Stockholm 2019. Alhoewel Wahl de Plan B strategie genegen is, wijst hij ook op de huidige zwakheden van de uitwerking ervan. In het begin waren de conferenties een trefpunt voor mensen uit partijen, vakbonden en bewegingen, maar gaandeweg beperkte zich dit meer tot partijen. Over de zienswijze op Plan B bestaat ook nogal wat dubbelzinnigheid, en men kan de indruk krijgen dat het voor sommigen maar een tactisch element is van Plan A. Asbjørn Wahl:  “Misschien gelooft Mélenchon dat Frankrijk groot en belangrijk genoeg is om een beleid dat in strijd is met de EU reglementering te kunnen doorvoeren op basis van dreigementen. Als dat zo zou zijn onderschat hij hoogstwaarschijnlijk de enorme economische en politieke krachten waarmee een linkse regering, zelfs een Franse, zal af te rekenen hebben.” Wahl noemt dan ook het “gebrek aan een analytische en strategische evaluatie van de machtsverhoudingen” een zwakte van ‘Plan B’. Het plan zal veel concreter en offensiever moeten gemaakt worden, en beter bekend onder de mensen als een voorafgaande voorwaarde voor toekomstige mobilisaties. De vraag is ook hoe diep geworteld het Plan B idee is binnen de linkse partijen. Voor sommige die heel ver van regeren verwijderd zijn is het maar een theoretisch model. Anderzijds waren er op de conferentie in Stockholm in april 2019 partijvertegenwoordigers (van het Poolse Razem, de Britse Labour Party, het Ierse Sinn Fein) die toegewijde EU-supporters bleken te zijn. Europees neoliberalisme werd op de conferentie wel bekritiseerd, maar de Plan B strategie was er geen belangrijk thema.   Schrik om met racisten en nationalisten geïdentificeerd te worden Een andere en meer recente evolutie die een radicale linkse kritiek in de weg kan staan is de toenemende vijandigheid van extreem rechts tegenover de EU. “Tijdens de Brexit campagne”, zegt Wahl, “ontmoette ik verschillende linkse mensen die normaal campagne zouden gevoerd hebben pro Brexit, maar dat niet deden omdat ze vreesden ‘kanonnenvlees voor racisten en nationalisten’ te worden. De vrees om door een harde kritiek op de EU ‘samen op te trekken met extreemrechts’ was ook al vóór de Brexittijd gerezen in linkse kringen. Voor sommigen betekent elke verzwakking van de Europese Unie een versterking van deze rechtse krachten, en de Europese geschiedenis heeft voldoende aangetoond hoe gevaarlijk dit is. Dit was één van de redenen opgenoemd door voorzitter Sjöstedt van de Zweedse Linkse Partij (Vänsterpartiet) waarom die onlangs afstapte van haar standpunt dat Zweden de EU moet verlaten. Niet dat Asbjørn Wahl vindt dat “Weg uit de EU!” tot de dagelijkse politieke boodschap van de partij moet behoren: “Er zijn veel tactische redenen om een dergelijke slogan niet prioritair te gebruiken in de huidige Zweedse situatie. Maar in een context als de Griekse, waar links regeringsmacht verwerft, wordt de kwestie doorslaggevend. De vraag naar de terugtrekking uit de eurozone of de Unie is dan niet langer een theoretische kwestie, maar doorslaggevend voor de linkse regering om haar beleid door te voeren - of te capituleren. ” Wahl becommentarieert verder een uitspraak van de linkse Zweedse partijvoorzitter die het heeft over “een kristalheldere lijn die ons scheidt van nationalisme en racisme. Wij staan niet aan dezelfde kant als UKIP, niet aan dezelfde kant als de racisten die de EU bekritiseren. Een afgrond scheidt ons van hen.

Wahl: ”De politieke logica hiervan is onduidelijk. Als er een afgrond is tussen de kritiek op de EU van de Zweedse Linkse Partij en die van de racisten en nationalisten, wat is dan het probleem? Waarom moet de Linkse Partij dan een deel van haar programma in verband met de EU gaan wijzigen om niet gekoppeld te worden aan racisten en nationalisten?” Hij wijst er ook nog op dat de Britse Labour Party en vakbonden een deel van hun geloofwaardigheid en aanhang verloren door niet hun eigen kritiek op de EU en op uiterst rechts uit te spelen. “Op die manier verspeelden ze de kans om de vertegenwoordiger en de stem te zijn van het massale volkse ongenoegen dat terecht over de jaren was ontstaan tegen de neoliberale EU. Geen wonder dan dat de Brexit campagne gekenmerkt was door nationalisme en xenofobie.”

Een laag niveau van klassenstrijd Politieke evoluties in een maatschappij kan men niet los zien van het niveau van de klassenstrijd. Welnu, naarmate het neoliberalisme politiek en economisch hegemonisch werd in de EU kregen kapitalistische krachten een sterk wapen in handen in hun strijd tegen de arbeidersbeweging, wat op zijn beurt een effect heeft op linkse partijen. Inderdaad, als reactie op de eurocrisis die volgde op de financiële crisis van 2007-2009 ging de EU over tot een steeds meer autoritair soberheidsbeleid met instrumenten als sixpack, twopack, Europees Semester, Begrotingspact enzovoort. Het Europees Hof van Justitie kreeg ook een steeds belangrijker rol in arbeidsgeschillen zoals Laval. De vakbondsbeweging is serieus verzwakt, tussen 1980 en 2015 verloor ze in West-Europa de helft van haar leden. De uitbreiding naar Oost-Europa en de vorming van een eengemaakte arbeidsmarkt - onder voorwaarden van een gigantische loonkloof  - heeft ook een zeer belangrijke rol gespeeld. In de eurocrisis bereikte de werkloosheid bovendien recordniveaus, met jeugdwerkloosheid in Griekenland en Spanje tot 50 en meer procent. Dit alles gaf werkgevers vrij spel om de arbeid uit te buiten.

Asbjørn Wahl: “Onder deze omstandigheden zit de vakbeweging in een defensieve positie en een diepe politieke en ideologische crisis. Grote delen van de geïnstitutionaliseerde vakbonden op Europees niveau hebben zich in toenemende mate vervreemd van de leden die ze zouden moeten verdedigen. Ze hangen nog vast aan het historisch compromis tussen arbeid en kapitaal, dat de politieke basis vormde voor groei en welvaart in de naoorlogse periode, maar dat nu ontmanteld is door de werkgevers aangezien de machtsbalans in hun voordeel gekanteld is. Het brutale soberheidsbeleid van de Europese Unie wordt [in een dergelijke vakbondvisie ] geïnterpreteerd als fout beleid, maar niet als een uitdrukking van botsende klassenbelangen. Men beschouwt het dan als zijn taak om regeringen en werkgevers via sociaal overleg ervan te overtuigen dat het beleid fout is en moet gecorrigeerd worden, in plaats van te mobiliseren en te vechten om de machtsbalans te laten keren.”

Het is dan ook te begrijpen dat een verzwakte arbeidersbeweging, doordrenkt van de ideologie van het ‘sociaal partnerschap‘ en een laag niveau van klassenstrijd in het algemeen niet veel externe druk uitoefent op linkse partijen, die daardoor zelf het risico lopen om nog meer geïntegreerd te geraken in het politiek-administratief apparaat van de EU.   Eindbeschouwing Gedurende lange tijd werd de arbeidersbeweging tijdens de vorige eeuw gedomineerd door twee stromingen: communisme en sociaaldemocratie. Met de ineenstorting van het Oostblok en anderzijds het einde van het klassencompromis (‘sociaal pact‘) in West-Europa lijkt er een eind gekomen aan beide. Veel van de huidige linkse partijen hebben niet veel banden meer met die tradities en zijn politiek vaak vrij gematigd en niet diepgeworteld in de werkende klasse. Ideeën over een socialistische strategie en de analyse van economische en machtsverhoudingen zijn vrij zwak, terwijl ze onderhevig zijn aan sociaal liberale en sociaal democratische tendenzen. De meeste van die partijen zijn sterk parlementair georiënteerd en richten zich op een beperkt aantal populaire thema’s die media-aandacht kunnen krijgen. Hun vermogen om sociale krachten te mobiliseren is zwak. Voor velen is het doel een plaats te kunnen verwerven in een regering, meestal in een coalitie met sterkere neoliberale sociaaldemocratische partijen. Waar dit geprobeerd werd (Frankrijk, Italië, Noorwegen, Denemarken…) was de ervaring negatief of zelfs desastreus [efn_note] Asbjørn Wahl, “To Be in Office, but Not in Power: Left Parties in the Squeeze between People’s Expectations and an Unfavourable Balance of Power,” in  The Left in Government: Latin America and Europe Compared, ed. Birgit Daiber (Brussel, Rosa Luxemburg Stichting ,2010). [/efn_note]. Desalniettemin blijft die ambitie overeind, zoals in Duitsland, Nederland en Scandinavië (behalve bij de Deense rood-groene alliantie Enhedslisten). In Spanje trad Podemos in een coalitie met de PSOE.

Asbjørn Wahl: “Deze politieke zelfmoordneiging is moeilijk te begrijpen, des te minder daar we vaststellen dat linkse partijen heel wat meer bereiken als ze  niet toetreden tot een dergelijke coalitie, maar er zich toe beperken om kritische steun te verlenen aan een sociaaldemocratisch gedomineerde regering. Zulke partijen hebben aangetoond dat ze veel meer kansen hebben om hun eigen politiek naar voor te schuiven, inclusief meer druk te zetten op mobilisatie van onderuit, dan compromissen te sluiten in parlementaire achterkamertjes.

Dat de kwestie in/out de eurozone/de EU Asbjørn Wahl echt wel ter harte gaat bewijzen de laatste paragrafen van zijn uitgebreid artikel, waarin hij er nog eens  op terugkomt. Hij vindt weinig consequentie bij tal van linkse partijen in Europa, die zogezegd achter een Plan B strategie staan, maar daar absoluut niets rond doen en in de praktijk handelen alsof de EU hervormbaar was. Ten tweede komt hij nog eens terug op de praktische politieke kwestie over welke programmapunten wanneer moeten naar voor geschoven worden: “Het is een kwestie van strategie en tactiek wanneer men een ordewoord als ‘breken met de Europese verdragen’ naar voren schuift als een centraal thema.” Tenslotte benadrukt hij nog eens dat de problemen van links met de EU alleen zullen toenemen als ze hun kritiek inslikken uit vrees met racisten en nationalisten vereenzelvigd te worden.

Niet de radicale kritiek op de Europese Unie vanuit links is verantwoordelijk voor nationalisme en extreemrechts, maar veeleer het EU-beleid dat het leven van miljoenen werkende mensen verwoest heeft, en zo steeds meer ongenoegen gecreëerd en een groeiend gevoel van machteloosheid bij de mensen. (…) Om te komen tot een internationalistisch, solidair en eengemaakt Europa moet de geïnstitutionaliseerde, autoritaire, neoliberale Europese Unie verslagen worden en vervangen door een Europa eengemaakt op basis van democratie, solidariteit en zelfbeschikking.”

  [spacer size="20"]

CO2-uitstoot in de EU: een klassenkwestie

08/12/2020 - 23:28

8 december 2020 - OXFAM brengt een nieuwe studie uit met een sociale analyse van de klimaatpolitiek. Het is een Europese uitvergroting van de analyse die de organisatie in september over hetzelfde thema uitbracht, maar dan mondiaal gezien. In Confronting Carbon Inequality  in the European Union  wordt de emissiehistoriek 1990-2015 vanuit een klassenstandpunt bekeken, of in economische termen, per inkomensklasse. De analyse houdt conclusies in voor de European Green Deal, voor zover die ook vanuit sociaal oogpunt rechtvaardig moet zijn. Want wat besluit je uit de bevinding dat de armste helft van de EU bevolking haar consumptiegerelateerde CO2-uitstoot met 24% liet dalen, terwijl de rijkste 1% haar aandeel met 5% liet stijgen? Wat besluit je anderzijds uit de vaststelling dat zelfs voor de 50% laagste inkomens de uitstoot toch nog dubbel zo groot was dan het streefdoel van 2015?  Wat de rijksten betreft blijken vliegreizen een belangrijke factor te zijn. Toeval of niet, zopas stuurden 33 klimaat- en burgerorganisaties vanuit de hele wereld  een open brief  naar de voorzitters van de Europese instellingen met de vraag onmiddellijke politieke actie te ondernemen om de totale klimaatimpact van de luchtvaart te verminderen. Het nieuwe OXFAM-rapport kunt u hier downloaden.    

Macron, de Franse Jupiter

07/12/2020 - 19:20

7 december 2020 – Vóór hij in 2017 president van de Franse republiek werd, had Emmanuel Macron zijn visie op die functie vergeleken met die van Jupiter, de oppergod van de Romeinse mythologie. Zoals bekend kan deze vanuit de hoogten van de Olympus het mensentoneel scherp in de gaten houden en indien gewenst met zijn bliksems treffen. De Franse Jupiter wil zijn arsenaal wel moderniseren. Begin 21e eeuw zijn drones het geëigende middel om stervelingen vanuit de hemel te observeren, en eskadrons robocops de moderne versie van de bliksem. Dit en veel meer nog is het onderwerp van het wetsontwerp over globale veiligheid dat in november aan de Assemblée werd voorgelegd en al na een paar dagen goedgekeurd. Fauvergue, een van de auteurs van het ontwerp, kent als gewezen hoofd van de speciale politie-eenheid RAID (Recherche, Assistance, Intervention, Dissuasion) het klappen van de zweep, of toch van de wapenstok. Het wetsontwerp moet nu nog naar de Senaat, waar het in januari zou goedgekeurd worden. Naast het artikel 22 van het ontwerp, dat gaat over de inzet van drones, is artikel 24 een van de andere zeer gecontesteerde. Dit bedreigt met gevangenisstraf van een jaar en een boete van 45.000 euro het verspreiden van herkenbare beelden van politieagenten; dit verbod wordt begeleid door een beperkende clausule die echter bulkt van de vaagheid: “met de bedoeling om schade te berokkenen aan de fysische of psychische integriteit” van de agent. Het artikel lijkt wel een geactualiseerde en geïndexeerde versie van de gelijkaardige Spaanse “muilkorfwet” (’la mordaza’, 2015) maar voor het fotograferen van politie  een boete van ‘slechts’ 30.000 euro gerekend werd. Gezien de vele foto’s en videobeelden die de voorbije jaren opdoken van buitensporig politiegeweld tegen onder andere Gele Hesjes, wordt dit in zeer ruime kringen beschouwd als een zware aanval op de persvrijheid. Tegen de Loi de Sécurité Globale is dan ook al heftig betoogd, op 5 december nog met tienduizenden in heel Frankrijk. Zelfs de Verenigde Naties maken zich zorgen over de staat van de Franse rechtsstaat. De VN liet een rapport opstellen door vijf onafhankelijke waarnemers (Le Monde, The Guardian, 4 december). Ze dringen aan op een herziening van deze wet want “deze zal ernstige gevolgen hebben voor het recht op een privéleven, vrijheid van vreedzame bijeenkomst en van vrije meningsuiting, in het land zelf en in elk ander land dat zich op deze wetgeving zou inspireren”. (hm)    

Verenigd Links doorprikt Europees migratie- en asielpact

03/12/2020 - 15:21

[caption id="attachment_19910" align="alignleft" width="300"] (Klikken om down te loaden)[/caption] 3 december 2020 - Verenigd Links (GUE/NGL), de linkse fractie in het Europees Parlement, brengt een brochure uit waarin de mooie voorstelling die de Europese Commissie zelf geeft van haar Migratie-en Asielpact doorprikt wordt. The Migration and Asylum Pact: Challenging the European Commission’s narrative from a left perspective analyseert zes beweringen over dit pact, weerlegt ze en stelt alternatieven voor. De brochure (21 blz) bestaat in het Engels, Duits, Frans, Spaans en Grieks en kan gedownload worden. Dit ‘pact’ werd op 23 september door de Commissie voorgesteld als een ‘nieuwe start’, maar, stelt Verenigd Links, “in werkelijkheid versterkt het pact het actueel falend beleid door te focussen op afschrikking, verdrijven naar derde landen, versterking van de buitengrenzen van de EU, opsluiting en versnelde procedures aan de grenzen ten koste van het recht op een eerlijke en individuele procedure. Ook het principe van de verantwoordelijkheid van de lidstaat van aankomst blijft overeind.” Een aantal bepalingen blijken aan te sluiten bij de xenofobe posities van regeringen zoals de Hongaarse of de Poolse. Andere winnaars van dit programma zijn de ‘veiligheidsbedrijven’, die afsluitingen, schepen, helikopters, drones of software leveren. De volgende beweringen worden onderzocht, weerlegd en van alternatieven voorzien: [spacer size="20"]

Bewering 1: het pact betekent duidelijke, eerlijke en snellere grensprocedures (maar bij de ‘screening’ worden groepscriteria gehanteerd, zoals het percentage van goedgekeurde asielaanvragen uit een bepaald land of regio);

Bewering 2: einde aan de ‘push backs’, het afdreigen en terugsturen van vluchtelingenbootjes op zee, een internationaal verboden praktijk, door het oprichten van een ‘monitoring mechanisme’ gedurende de ‘screeningprocedure’;

Bewering 3: lidstaten zullen geen onevenredige lasten meer moeten dragen, alle lidstaten dragen bij tot solidariteit; (daarbij wordt ook het sponsoren van uitdrijvingen als solidariteit beschouwd…)

Bewering 4: ‘Geen Moria’s meer’, toestanden dus zoals in het Griekse Moria, in september in de as gelegd,  waar 25.000 mensen bijeen zaten op een plaats voorzien voor 3100;

Bewering 5: het nieuwe pakket gaat om win-win- relaties met derde landen (zoals de subsidiëring van de Libische kustwacht…);

Bewering 6: twee derde van de mensen die internationale bescherming vragen maken misbruik van een systeem en moeten teruggestuurd worden.

Bij herhaling beweert de Commissie dat monitoring en wettelijke garanties garant staan voor het correct verloop. Evenwel, ongeveer tegelijkertijd met het verschijnen van de brochure van Verenigd Links werd de directeur van het Europees grensagentschap (Frontex) verhoord door een commissie van het Europees Parlement, in verband met de ‘push backs’ die door manschappen van Frontex werden uitgevoerd. Uit de ondervraging bleek onder andere dat Frontex in theorie gecontroleerd werd door mensenrechtenobservators, maar dat deze nooit aangesteld waren (“ door bureaucratische beperkingen”, aldus de directeur). Verenigd Links heeft met deze brochure een waardevolle bijdrage geleverd in de strijd tegen de valse propaganda van de Commissie. Met de alternatieve voorstellen op de zes besproken aanklachten is er ook een begin van beleidsalternatief. Dit volstaat echter niet als visie op een alternatief links migratiebeleid; verder debat binnen links is dus nodig. (hm)    

Bedenkelijke praktijken bij Nederlandse SP

01/12/2020 - 15:59

1 december 2020 – Het rommelt serieus binnen de Nederlandse SP. Enkele dagen geleden werden zes jonge leden uit de partij gezet, sommige met regionale bestuursfuncties, officieel omdat ze lid zijn van een andere politieke partij, wat in strijd is met de partijstatuten. Wie echter eventjes gaat neuzen bij het Marxistisch Forum en het Communistisch Platform, de twee groepen waarover het gaat, kan er moeilijk partijen in zien. Het Forum is nog maar in oktober in alle openheid opgericht binnen de SP, en stelt zich als doel “het vormen van een eenheidsfront van marxisten binnen de SP, voor de transformatie van de SP”. De oproep is misschien zéér ambitieus, maar heeft blijkbaar het beste voor met de SP: “Samen zullen we de strijd voor principes en een vitale, daadkrachtige en waarlijk socialistische partij aangaan en de SP weer een toekomst schenken”. Het Platform van zijn kant zegt uitdrukkelijk niet aan een nieuwe politieke partij te timmeren: “Een eigen politieke partij opzetten leidt wat ons betreft tot een sektarische doodlopende weg. De SP is alles behalve ideaal en we hebben er ook de nodige politieke kritiek op, maar ondanks deze gebreken is het zinniger om de bestaande beweging te winnen voor daadwerkelijk socialistische politiek, dan weer van de grond af aan te beginnen “ Dat ziet Arnout Hoekstra, de algemeen secretaris van de SP, anders. Hij heeft zo zijn eigen lezing van de bedoelingen van het Communistisch Platform: “Deze mensen zeggen echt heel enge dingen. Ze willen de bevolking bewapenen om over te gaan tot een burgeroorlog.” Heel gevaarlijk tuig blijkbaar, alhoewel Hoekstra het ook heeft over “geradicaliseerde zolderkamercommunisten” die weliswaar proberen ”om onze partij over te nemen”… De timing van de royering van de ‘zolderkamercommunisten’ was niet toevallig. Op zondag 22 november was er een algemene ledenvergadering van de SP-jongerenorganisatie ROOD, waar een nieuw bestuur zou verkozen worden. Nu hadden zich toch enkele van deze zolderkamercommunisten kandidaat gesteld voor het bestuur! Hup, vlug eruitgezet alvorens ze de partij overnemen! Het mocht niet baten. Op 22 november werd Olaf Kemerink tot voorzitter van ROOD verkozen, een ander uitgesloten gevaarlijk element (Robin de Rooij) tot bestuurslid. De SP zit met een serieus probleem: haar jongeren verkiezen met 75% van de stemmen een zolderkamercommunist tot voorzitter, iemand die het Nederlandse volk gaat bewapenen en een burgeroorlog ontketenen! De reactie van de SP-leiding was navenant: twee dagen na de verkiezing werden aan de jongerenorganisatie alle middelen ontnomen: de website, financiële en administratieve ondersteuning. Vanwaar deze verbetenheid, kan men zich afvragen, en dan nog wel enkele maanden voor de Nederlandse verkiezingen (17 maart 2021) waar elke partij zich met het beste beentje aan de kiezer wil presenteren? Daar draait het blijkbaar grotendeels om, want binnen ROOD waren stemmen opgegaan tegen de toenemende tendens bij de SP-leiding om tot een coalitie toe te treden, al was het met Ruttes VVD. “De consolidatie van de macht van de parlementaire fractie [van de SP] onder leiding van Lilian Marijnissen [partijleidster] stelt slechts een terugkeer naar oude vermoeide ideeën voor; toenadering tot de burgerlijke partijen, inbinden van radicale standpunten en een poging tot het betreden van de politieke mainstream”, aldus een standpunt van het Marxistisch Forum. Deze zolderkamerwaarheid zorgt blijkbaar wel voor een kleine burgeroorlog binnen (?) de SP. (hm)    

De ‘oorlog’ tegen corona

30/11/2020 - 19:00

30 november 2020 - Wie de strijd tegen de coronapandemie met een ‘oorlog’ wil vergelijken kan het beeld nu ook doortrekken naar de oorlogsprofiteurs, de mannen van de zwarte markt die gouden zaakjes doen in tijden van ellende. Le Monde van 27 november [efn_note]Covid-19: comment Gilead a vendu son remdésivir à l’Europe [/efn_note] illustreert dit met het geval van het Amerikaanse farmabedrijf Gilead en zijn coronaproduct remdesivir. Het bedrijf was er in het voorjaar al in geslaagd om zijn molecule, voorheen zonder veel succes ingezet tegen Ebola, voor te stellen als de mirakeloplossing tegen het coronavirus. Tal van organisaties en medische verantwoordelijken wereldwijd maakten zich zorgen dat het bedrijf misbruik zou maken van zijn patentrecht en richtten zich eind maart in een open brief tot de CEO van Gilead. Eind juni maakte die de prijs bekend: 2340 $ per behandeling, bestaande uit zes dosissen. De Wereldgezondheidsorganisatie was ondertussen begonnen aan een grootschalig onderzoek naar de efficiëntie van remdesivir in de strijd tegen het coronavirus. Dit was geen overbodige luxe, want Gilead kon slechts twijfelachtige resultaten voorleggen. Uit een kleinschalig experiment in Wuhan, de vermoedelijke bakermat van het virus, bleek geen enkel effect op de mortaliteit. Gilead veranderde daarop het geweer van schouder en beweerde dat het product de herstelperiode van coronapatiënten drastisch verkort, wat de gemiddelde prijs per patiënt in een Amerikaans ziekenhuis met 12.000 $ zou verlagen… Op 15 oktober publiceert de Wereldgezondheidsorganisatie haar resultaten: remdesivir heeft geen enkel effect, noch op de mortaliteit, noch op de lengte van de hospitalisatie, en op 20 november waarschuwt ze ook voor belangrijke nevenwerkingen. Deze resultaten waren door een contractuele verbintenis al enkele weken voorheen meegedeeld aan Gilead, dat er kon op reageren vóór de publicatie. En net in die week voor de publicatie sluit Gilead een hoop contracten af in Europa: 500.000 behandelingen (drie miljoen dosissen) aan de Europese Commissie, wat het sein is voor een aantal Balkanlanden om hetzelfde te doen. De prijs is die van de Amerikaanse markt:1970 € per behandeling. In totaal zouden volgens Le Monde 35 landen contracten getekend hebben. Er zouden al 640.000 dosissen verkocht zijn, wat Gilead al 220 miljoen euro in het laatje bracht. Jammer toch dat de Europese Commissie, toch zeer goed vertrouwd met de filosofie van big business, zich hier even goed heeft laten vangen… Le Monde brengt ook nog een ontluisterend cijfer over de spreekwoordelijke enorme ontwikkelingskosten van geneesmiddelen. Volgens een ploeg van Engelse, Amerikaanse en Australische onderzoekers is de totale productiekost van remdesivir ongeveer 5,58 $ per zes dosissen, te vergelijken dus met de 420 maal hogere Gilead-prijs van 2340 $. Bij de ontwikkeling van remdesivir waren trouwens voor 70 miljoen $ publieke gelden geïnvesteerd. Is de strijd tegen corona een oorlog? Misschien moeten de oorlogsmisdadigers dan ook eens berecht worden…  (hm)    

Das europäische Kurzarbeitergeld ist ein Geschenk an die Konzerne

27/11/2020 - 15:09
Bewaren als PDF

Klaus Dräger und Herman Michiel –  27 November 2020 – Mit der SURE-Initiative stellt die EU einen Plan für ein europäisches Kurzarbeitergeld vor. Die Maßnahmen werden als Sozialprogramm für die Beschäftigten verkauft. Doch Hauptprofiteure sind wieder einmal die Unternehmen.

Veröffentlicht  on Jacobin.de

Hits: 1

Assange en het Europees Parlement (bis)

26/11/2020 - 23:04

26 november 2020 - Twee dagen geleden brachten we een bericht over de stemming die zou plaats hebben in het Europees Parlement over een rapport aangaande de fundamentele rechten in Europa. Daar was door Verenigd Links (GUE/NGL) een amendement bij voorgesteld om het gevangen houden en beschuldigen van  Wikileaks-klokkenluider Julian Assange expliciet te vermelden als een gevaarlijk precedent voor de persvrijheid. Nu de stemming over dit amendement bekend is kan men zich enkel diep schamen over de kruiperige aard van de meerderheid in dit Parlement, die zich best niet te veel meer zouden uitspreken over persvrijheid en de 'verdediging van de rechtsstaat'. Het amendement werd verworpen (191 voor, 408 tegen, 93 onthoudingen) en wel door het gros van de 'weldenkende' fracties: de christendemocraten (Europese Volkspartij), de sociaaldemocraten (S&D) en de liberalen (Renew). Al deze heren en dames vinden het belangrijker dat de misdaden van de NAVO-bondgenoot in Washington bedekt blijven dan dat een moedig journalist gered wordt. Het amendement werd gesteund door Verenigd Links (met Marc Botenga, PVDA/PTB van Belgische zijde, en Anja Hazekamp,  Partij voor de Dieren van Nederlandse), de Groenen (Lamberts en Bricmont van Ecolo, Matthieu van Groen, Eickhout, Strik en Sparrentak van GroenLinks) en welgeteld 16 sociaaldemocraten, waaronder de Belgische PS-ers Marie Arena en Marc Tarabella.  Het is een kaakslag, niet alleen voor links maar voor decente democraten in het algemeen, dat Vlaams Belangers en soortgenoten nu kunnen verwijzen naar hun stem voor de persvrijheid terwijl 'deftige' partijen dat niet kunnen... Inderdaad, onder de welbekende 'democraten' en 'progressieven' uit onze contreien die er niet om malen dat  Assange uitgeleverd wordt aan Washington vermelden we o.a.  Van Brempt (s.pa), Jongerius, Piri en Tang (PvdA), liberale brulboei Verhofstadt (VLD) , 'voorvechtster van burgerlijke vrijheden en mensenrechten' Sophie in 't Veld (D66), en oudgediende Vlaamse eminenties als Kris Peeters (CD&V), Van Overtveldt en Bourgeois (N-VA).  Ze winnen een gratis verblijf in Belmarsh. (hm)    

Pagina's