4 August 2020

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 24 min 3 sec geleden

De coronacrisis van de euro

21/04/2020 - 17:03

Michael Roberts (*) 21 april 2020   Aanstaande donderdag 23 april is er een videoconferentie van de EU-leiders om opnieuw te bespreken wat te doen met de coronapandemie en de daaruit voortvloeiende lockdown van de productie over het hele grondgebied. In het bijzonder is er de omstreden vraag hoe hulp te bieden aan EU-lidstaten als Italië en Spanje die het hardst door de pandemie zijn getroffen. Vorige week kwamen de ministers van financiën van de eurozone tot een noodhulpplan tegen de Covid-19-pandemie, na teleconferenties over drie dagen en twee nachten. De PIGS (Portugal, Italië, Griekenland, Spanje) mikten hoog met de eis dat de landen van de eurozone de last van de crisis delen met een gezamenlijk uitgegeven schuldinstrument, bekend als ‘coronabond’. De FANG's (Finland, Oostenrijk, Nederland, Duitsland) of ‘vrekkige vier’ wezen dit af en stelden voor dat elk lid van de muntunie zijn schulden alleen draagt. [caption id="attachment_18743" align="alignleft" width="400"] Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay[/caption] De Nederlandse minister van financiën Wopke Hoekstra speelde de ‘bad cop’. Hij verwierp een ‘gemeenschappelijke obligatie’ waarvoor de eurolanden samen garant staan, met het argument dat het de schuld van Italië is met zijn hoge staatsschuld waardoor het land niet zelf kan instaan voor de kosten van de pandemie. Hij had geen vertrouwen in het 'verkwistende' uitgavenpatroon van landen als Italië. Het klonk als de echo van de hardvochtige houding van de Eurogroep tegenover Griekenland tijdens de zogenaamde 'euro-schuldencrisis' van 2012-2015. De zuidelijke staten, gesteund door Frankrijk, protesteerden dat het standpunt van de Nederlandse minister in tegenspraak was met het hele idee van het Europese project, zogenaamd bedoeld om oorlogvoerende Europese landen tot één geïntegreerd en harmonieus geheel te maken. "We laten niemand in de steek", had Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gezegd in haar openingstoespraak voor het Europees Parlement begin 2020. En op het World Economic Forum in Davos drie maanden geleden: "We moeten de kracht van samenwerking herontdekken, gebaseerd op eerlijkheid en wederzijds respect. Dit is wat ik noem ‘de geopolitiek van de wederzijdse belangen’. Dit is waar Europa voor staat.” Mooie woorden, maar die vergingen in rook op de bijeenkomst van de ministers van financiën. Uiteindelijk capituleerden de zwakke zuidelijke staten voor de ‘vrekkige vier', omdat ze geen alternatief hadden. Mário Centeno, de Portugese minister van financiën en de huidige Mijnheer Euro bereikte een nachtelijk compromis: “Aan het eind van de dag, of moet ik zeggen: aan het einde van de derde dag, is het belangrijkste dat we de uitdaging zijn aangegaan.” Maar het 'compromis' helpt het Italiaanse kapitalisme niet uit de problemen. De ministers van financiën hebben overeenstemming bereikt over een pakket van 500 miljard euro om de crisis te verlichten. Er wordt een ESM-kredietlijn [efn_note] Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) is een permanent financieel noodfonds dat leningen verstrekt aan lidstaten van de Eurozone die in financiële problemen verkeren. Er worden daarbij strenge eisen gesteld (‘conditionaliteit’) over economische hervormingen in neoliberale zin. [Noot van de vertaler][/efn_note] geopend (tot 240 miljard euro), die, hoewel slechts onderworpen aan geringe  voorwaarden, beperkt blijft tot het dekken van ‘directe en indirecte’ gezondheidszorgkosten. Maar deze kredietlijn zal waarschijnlijk niet worden gebruikt door Italië, dat al wordt belast door torenhoge overheidsschulden (alleen overtroffen door Griekenland). Voorts zal er een EU-programma komen om lidstaten goedkope leningen te verstrekken, zonder voorwaarden, ter ondersteuning van arbeidstijdverkorting, dat SURE (Support to Mitigate Unemployment Risks in Emergency; Steun om werkloosheidsrisico's in noodsituaties te verminderen) wordt genoemd. Hierdoor kan de EU lenen op de financiële markten en de gelden aan de lidstaten doorgeven. Maar dit is slechts een kortdurende maatregel. Verder komen er leengaranties van de Europese Investeringsbank voor bedrijven. En de ECB koopt nu op grote schaal staatsobligaties aan in het kader van het PEPP (Pandemic Emergency Purchase Program, een nood inkoopprogramma). Het PEPP-programma zorgt er momenteel dus voor dat de Italiaanse regering zich tijdens de coronacrisis tegen zeer lage kosten kan blijven herfinancieren. De Franse president Macron bekloeg zich over het besluit van de euroministers van financiën. Hij waarschuwde dat de EU dreigde uiteen te vallen, tenzij er ‘financiële solidariteit’ komt. Zijn oplossing was een gezamenlijk virus-herstel-fonds, dat "gezamenlijk schuldobligaties kan uitgeven met een gemeenschappelijke garantie" om de lidstaten te financieren op basis van hun behoeften, in plaats van op basis van de omvang van hun economie. “Je kunt geen gemeenschappelijke markt hebben waar sommigen worden opgeofferd”, voegde hij eraan toe. “Het is niet meer mogelijk. . .  om geen gezamenlijke financiering te hebben voor de uitgaven die we doen in de strijd tegen Covid-19 en die we nodig zullen hebben voor het economisch herstel.” Ja, hij weet dat dit "tegen alle dogma's ingaat, maar zo is het." Hij bedoelde de gebruikelijke neoklassieke bezuinigingsdogma’s. Macron herinnerde aan de "kolossale, fatale fout" van Frankrijk bij het eisen van herstelbetalingen van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, die een populistische Duitse reactie en de daarop volgende ramp veroorzaakte. "Het is de fout die we niet hebben gemaakt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog", zei hij. “Mensen praten vandaag nog steeds over het Marshall-plan, . . . we noemen het ‘helikoptergeld’ en we zeggen: ‘we moeten het verleden vergeten, een nieuwe start maken en naar de toekomst kijken’."  Hier herhaalde Macron de kritiek van John Maynard Keynes die het opleggen van herstelbetalingen door Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS aan Duitsland na de Eerste Wereldoorlog bekritiseerde. Keynes kwam met zijn Scheme for the Rehabilitation of European Credit (plan voor het herstel van de Europese kredietverlening)  waarbij Duitsland obligaties zou uitgeven en de voormalige vijandige naties de Duitse obligaties hoofdelijk en gezamenlijk zouden garanderen, in bepaalde gespecificeerde verhoudingen. Deze Keynesiaanse oplossing is in wezen wat er nu wordt voorgesteld met EU-coronabonds, die door alle lidstaten moeten worden gefinancierd en gegarandeerd. Maar zelfs als coronabonds zouden worden geïntroduceerd, zou dat dan voldoende of zelfs de juiste ‘oplossing’ zijn voor de enorme depressie die Italië en alle zwakkere landen van de EU treft? Zoals de rechtse Italiaanse ‘populist’ Matteo Salvini opmerkte: “Ik vertrouw geen leningen afkomstig van de EU. Ik wil geen geld vragen aan woekeraars in Berlijn of Brussel ... Italië heeft jaarlijks miljarden euro's aan de EU gegeven en blijft het geven en het verdient alle nodige steun, maar niet via perverse mechanismen die de toekomst van het land zouden verpanden.” Italië heeft een enorme overheidsschuld, niet omdat de regering zich schuldig heeft gemaakt aan verkwistende uitgaven. Integendeel, de regering heeft permanent bezuinigd en heeft 24 van de afgelopen 25 jaar een jaarlijks overschot aan belastinginkomsten over de uitgaven (exclusief rente over schuld) gehad! (Grafiek 1)   [caption id="attachment_18734" align="aligncenter" width="690"] Grafiek 1: Het primair saldo van de begrotingen van Duitsland, Italië en Nederland (1996-2019) als percentage van hun BBP. Het primair saldo toont hoeveel overschot of tekort er op de begroting zou zijn als er geen intrest moest betaald worden op de staatsschuld. Men ziet dat ook Italië op één jaar na steeds een primair overschot had. [/caption] Deze bezuinigingen hebben geleid tot de afbouw van openbare diensten, de achteruitgang van het gezondheidssysteem zodat het de pandemie niet meer aankon, en heeft bijgedragen tot de bar slechte groei van de productiviteit en de investeringen gedurende meer dan twee decennia. Als gevolg hiervan zal de Italiaanse overheidssteun bij de pandemie minimaal zijn. In Duitsland bedraagt de onmiddellijke fiscale impuls (in de vorm van extra overheidsuitgaven voor medische apparatuur, arbeidstijdverkorting, subsidies voor kleine en middelgrote ondernemingen, enz.) in 2020 ongeveer 7% van de economische productie; in Italië is dit slechts 0,9 %. De Italiaanse economie bevindt zich in een permanente crisis, maar de negatieve economische effecten van de coronaschok hebben deze verergerd. Uit zichzelf zal Italië de economie na de corona-lockdown niet meer op de rails kunnen krijgen. Volgens de laatste ramingen van het IMF zal geen land in Europa hogere bruto financieringsbehoeften (aflopende schuld en begrotingstekort) hebben dan Italië. (Grafiek 2)   [caption id="attachment_18736" align="aligncenter" width="690"] Grafiek 2:  Bruto financiële behoeften (% van het bbp) voor 2020 in diverse EU-landen. Het blauwe deel heeft betrekking op de aflossing van staatsschuld, het bruine is het tekort op de begroting. [/caption] Het enige wat een coronabond zou doen, is de financiën van Italië voor de periode van de crisis overbruggen, maar dit biedt geen perspectief tot herstel van economie, werkgelegenheid en investeringen. Na de depressie zou de staatsschuld van Italië zelfs hoger zijn dan de huidige 130% van het BBP. Het IMF verwacht dat het jaarlijkse primaire saldo van de overheidsfinanciën zal oplopen tot een tekort van 5% van het BBP, terwijl de schuld toeneemt tot 155% van het BBP. Daarom is de rente die wordt geëist door degenen die bereid zijn Italiaanse staatsobligaties te kopen, gestegen (Grafiek 3), vooral in vergelijking met Duitsland, waar de rente eigenlijk negatief is. De realiteit is dat het Italiaanse kapitalisme (zoals dat van Griekenland) gewoon te zwak is om de zaken weer ten goede te keren.   [caption id="attachment_18737" align="aligncenter" width="690"] Grafiek 3: rente (%) op een 10-jarige Italiaanse staatslening. Bemerk de plotse verhoging met bijna 1,5% bij het uitbreken van de coronacrisis.[/caption] Ik zal in een toekomstig bericht terugkeren naar de eindeloze tragedie van Griekenland en zijn vooruitzichten met betrekking tot de Covid-crisis. Maar waarom is het Italiaanse kapitalisme zo zwak? En vooral: waarom heeft het lidmaatschap van Italië in de eurozone niet geleid tot een sterkere Italiaanse economie? Het antwoord ligt bij de aard van de kapitalistische accumulatie. Het verenigen van verschillende natiestaten tot één budgettaire en monetaire eenheid levert enorme problemen op voor het kapitalisme. Historisch gezien werd het alleen bereikt door militaire verovering of burgeroorlog; de federale unie van de VS werd aldus bereikt door de militaire nederlaag van de zuidelijke staten. Het kapitalisme is een economisch systeem dat arbeid en kapitaal combineert, maar ongelijkmatig. De middelpuntzoekende krachten van gecombineerde accumulatie en handel worden vaak meer dan gecompenseerd door de centrifugale krachten van ontwikkeling en ongelijke waardestromen. Er is geen neiging tot evenwicht in handels- en productiecycli onder het kapitalisme. Budgettaire, loon- of prijsaanpassingen zullen het evenwicht niet herstellen en moeten hoe dan ook zo groot zijn dat het sociaal onhaalbaar is zonder de muntunie te verbreken. Toen de euro werd bedacht, was het doel om een grotere convergentie en integratie van de EU-staten door een monetaire unie tot stand te brengen. Maar de EU-leiders stelden convergentiecriteria op om tot de euro toe te treden, die alleen monetair (rente en inflatie) en budgettair (begrotingstekorten en schuld) waren. Er waren geen convergentiecriteria voor productiviteitsniveaus, BBP-groei, investeringen of werkgelegenheid. Waarom? Omdat dit terreinen waren voor het vrij verkeer van kapitaal (en arbeid), en waar de kapitalistische productie vrij van staatsinmenging of overheidsingrijpen moet worden gehouden. Het EU-project is immers een kapitalistisch project. Zoals ik in eerdere berichten heb uitgelegd, is de marxistische theorie van de internationale handel gebaseerd op de waardewet. In de eurozone heeft Duitsland een hogere organische kapitaalsamenstelling [meer machinerie in verhouding tot arbeid] dan Italië, omdat het technologisch geavanceerder is. Dus in elke handelstransactie tussen de twee landen wordt waarde overgedragen van Italië naar Duitsland. Italië zou dit kunnen compenseren door de schaal van zijn productie/uitvoer naar Duitsland te vergroten, om dan een handelsoverschot met Duitsland te hebben. Dit is wat China doet. Maar Italië is daarvoor niet groot genoeg. Het draagt dus waarde over naar Duitsland en heeft nog steeds een tekort op haar totale export met Duitsland. In deze situatie wint Duitsland binnen de eurozone ten koste van Italië. Alle andere lidstaten kunnen hun productie niet opschalen om Duitsland te overtreffen, dus wordt de ongelijke ruil in de hele Eeuropese Muntunie (EMU) versterkt. Bovendien heeft Duitsland een handelsoverschot met andere landen buiten de EMU; daardoor kan het meer kapitaal investeren in EMU-landen met een handelstekort. Dit verklaart waarom de kernlanden van de EMU sinds de vorming van de eurozone verder afgedreven zijn van de perifere landen. Bij een enkele munteenheid worden de waardeverschillen tussen de zwakkere staten (met een lagere organische samenstelling van het kapitaal, minder machines in verhouding tot werkkracht) en de sterkere (hogere organische samenstelling) blootgelegd, evenwel zonder de mogelijkheid dit te compenseren door de devaluatie van een nationale munt of door het productievolume te verhogen. Dus verloren de zwakkere kapitalistische economieën (in Zuid-Europa) binnen het eurogebied terrein aan de sterkere (in het noorden). Het Frans-Duitse kapitaal breidde zich uit naar het zuiden en oosten om daar te profiteren van goedkope arbeidskrachten, terwijl het buiten het eurogebied exporteerde met een relatief concurrerende munt. De zwakkere EMU-staten bouwden handelstekorten op met de noordelijke staten en werden overspoeld met noordelijk kapitaal, wat een onevenwichtige groei in onroerend goed en financiën veroorzaakte die niet overeenkomt met die in de productieve sectoren van het zuiden. De Duitse winstgevendheid is dus tijdens de euro gestegen, terwijl die van Frankrijk en de periferie is afgenomen. (Grafiek 4) [caption id="attachment_18739" align="aligncenter" width="690"] Grafiek 4 De verandering van de winstvoet sinds de oprichting van de EU tot 2007[/caption]   Een recent artikel bevestigt deze uitleg waarom er divergentie en geen convergentie is binnen de eurozone:

“De opkomst van exportgedreven groei in kernlanden en schuldgedreven groei in de periferie van de eurozone zijn terug te voeren op verschillen in technologische capaciteiten en bedrijfsprestaties. De macro-economische divergentie tussen kern- en perifere landen wordt gedreven door het naast elkaar bestaan van twee verschillende groeitrajecten (exportgestuurde vs. vraaggestuurde modellen), die zelf terug te voeren zijn op een 'structurele polarisatie' in termen van technologische mogelijkheden. ”

De auteurs concluderen dat “gezien de centrale rol van technologische mogelijkheden voor de beoordeling van (toekomstige) economische ontwikkelingen, suggereren onze resultaten dat men niet kan verwachten dat een natuurlijk convergentieproces zich in de eurozone zal voordoen. Het is ook duidelijk dat de 'one-size-fits-all'-benadering van begrotingsconsolidatie in de door crisis geteisterde perifere landen vanaf 2010 gedoemd was te mislukken ... Budgettaire bezuinigingen zijn nadelig voor het herstel van sterke productieve sectoren in de eurozone. Aangezien structurele polarisatie macro-economische divergentie stimuleert, moet men inderdaad verwachten dat de eurozone uiteindelijk zal uiteenvallen, als de 'lock-in' van industriële specialisatie tussen kern- en perifere landen niet wordt verbroken door gerichte beleidsinterventies." De Italiaanse economie heeft een noodlijdende banksector, die veel te groot is, veel slechte leningen heeft en die de belastingbetalers de afgelopen jaren vele miljarden heeft gekost als gevolg van herhaalde staatssteun. Er is een zwakke productiviteitsgroei en verslechterende polarisatie tussen Noord- en Zuid-Italië. Verre van een eurozone, die het Italiaanse kapitaal nieuwe kansen biedt om uit te breiden, heeft het de Italiaanse economie in een quasi-permanente smeulende crisis gehouden. Terwijl de Duitse economie in reële termen met gemiddeld 2,0% groeide en de eurozone met 1,4% per jaar in de periode 2010-2019, bedroeg de reële bbp-groei in Italië in dezelfde periode slechts 0,2%. (Grafiek 5). [caption id="attachment_18740" align="aligncenter" width="690"] Grafiek 5: Gemiddeld BBP per hoofd van de bevolking (afwijking in duizenden euro t.o.v. EA-12-gemiddelde), 1999-2019. EA-12 slaat op de 12 landen van de eurozone tot en met Griekenland, vóór de uitbreiding met landen van Oost-Europa. In 2019 bedraagt het verschil tussen Duitsland en Italië ongeveer 8000 €. [/caption] Terwijl het BBP per inwoner (in koopkrachtpariteit, d.w.z. rekening houdend met het prijsniveau) in Italië in 1999 nog ongeveer € 1000 boven het gemiddelde van het eurogebied lag, was het twintig jaar later - net voordat de corona-crisis begon - bijna € 4000 onder het gemiddelde van het eurogebied gedaald. Duitsland daarentegen, waar de inkomens per hoofd van de bevolking al iets hoger waren dan in Italië toen het toetrad tot de euro, bleef in dezelfde periode afsnoepen, wat resulteerde in een toenemend BBP per hoofd van de bevolking. Italië had vóór de corona-crisis al twee decennia in zijn economische ontwikkeling verloren. Gemeenschappelijke coronabonds, zo geliefd bij de keynesianen en post-keynesianen, is een zielig antwoord op deze crisis. Wat nodig is, is een enorme verhoging van de EU-begroting van het huidige belachelijk lage cijfer van 1% van het BBP van de EU tot 20%, samen met geharmoniseerde belastingmaatregelen om een einde te maken aan de 'race to the bottom' in vennootschapsbelasting, een race aangevoerd door Ierland. Een dergelijk budget zou kunnen beginnen met het plannen van investeringen, werkgelegenheid en openbare diensten op grote schaal waar iedereen in de EU baat bij heeft. Het zou nodig zijn wil men een Marshall-plan voor Europa financieren waar Macron het over heeft, maar waarin de nutteloze grote banken van de EU worden overgenomen, samen met het in publiek eigendom brengen van de belangrijkste sectoren van de productieindustrie. Dan kan de basis gelegd worden voor een echte Verenigde Staten van Europa, waar de periferie groeit met behulp van de kern. Daarzonder kan de coronapandemie een onherroepelijk uiteenvallen van de bestaande monetaire unie veroorzaken. De kernlanden van de eurozone zijn niet bereid om een begrotingsunie en de herverdeling van middelen tot stand te brengen om de productiviteit en werkgelegenheid in de periferie te verhogen. Hoe dan ook, volledige en harmonieuze ontwikkeling die tot convergentie leidt, is onder de kapitalistische productiewijze niet mogelijk. Integendeel, de ervaring met de EMU is divergentie. De mensen in Zuid-Europa zullen mogelijk nog meer jaren moeten bezuinigen om de schulden aan het noorden terug te betalen. Toch zal de toekomst van de euro waarschijnlijk niet door de populisten in de zwakkere staten worden bepaald, maar door het meerderheidsstandpunt van de strategen van het kapitaal  in de sterkere economieën. De regeringen van Noord-Europa kunnen uiteindelijk besluiten Italië, Spanje, Griekenland enz. te dumpen en een sterke 'NorEuro' te vormen rond Duitsland, Oostenrijk, de Benelux en Polen. Geen wonder dat Macron zich ernstig zorgen maakt. (*) Michael Roberts is een Brits marxistisch econoom, de auteur van The Great Recession: a Marxist view (2009) en The Long Depression: Marxism and the Global Crisis of Capitalism  (2016). Hij schrijft uitvoerig op zijn blog. waar ook dit artikel verscheen (19 april 2020) onder de titel  The euro’s corona crisis. De Nederlandse vertaling is door Ander Europa; enkele grafieken werden weggelaten. We brachten onlangs ook de vertaling van zijn Lives or livelihoods?

Zeg niet dat we niet gewaarschuwd waren…

20/04/2020 - 19:11

door Roberto Bissio (*) 20 april 2020  

Er is een zeer reële dreiging van een zich vlug uitbreidende en zeer dodelijke pandemie uitgaande van een ziekteverwekker in het ademhalingssysteem, die 50 à 80 miljoen  mensen kan doden en tot 5% van de wereldeconomie vernietigen. Een wereldwijde pandemie van die grootte zou catastrofaal zijn, en alom onrust, instabiliteit en onzekerheid creëren.“

  De boodschap kon niet duidelijker. Deze voorspelling werd in september 2019, verschillende maanden vóór de eerste COVID-19 patiënt geïdentificeerd werd, gepubliceerd door Gro Harlem Bruntland, de gewezen eerste minister van Noorwegen en voormalig directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en door Elhadj As Sy, secretaris-generaal van het Internationale Rode Kruis en de Rode Maan. Zij schreven in hun hoedanigheid van vice-voorzitters van de Global Preparedness Monitoring Board (GPMB, ‘globale raad voor de opvolging van de paraatheid’, hierna ook kortweg de Raad genoemd). Het rapport van de GPMB, getiteld A World at Risk, was duidelijk: “De wereld is niet voorbereid.” [efn_note] Het rapport is beschikbaar op https://apps.who.int/gpmb/assets/annual_report/GPMB_Annual_Report_English.pdf [/efn_note] De Raad definieert zichzelf als een “onafhankelijke instelling voor controle en belangenbehartiging” en bestaat uit nog 13 andere prominenten, waaronder de hoogste ambtenaren die belast zijn met de controle op epidemies in China en de Verenigde Staten, George Gao en Anthony Fauci. Deze Raad werd in 2018 bijeengeroepen door de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldbank “om zich voor te bereiden op en de gevolgen te verzachten van noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid in de wereld”, gebaseerd op de ervaringen bij de Ebola-epidemie van 2014-2016. [caption id="attachment_18727" align="aligncenter" width="690"]                                                    Ziekten uitgebroken in de laatste 50 jaar. Uit het rapport A World at Risk (2019).[/caption]   Het was niet door in een glazen bol te kijken dat de Raad opriep om zich voor te bereiden op een nakende catastrofale pandemie, maar door de analyse van “een combinatie van wereldwijde trends”, waaronder “onzekerheid en het weer” ten gevolge van klimaatverandering. Als versterkende factoren die het risico voor iedereen vergroten werden genoemd “bevolkingsgroei en de bijgaande druk op het milieu, klimaatverandering, dichtbevolkte urbanisatie, een exponentiële groei van internationale reizen en migratie zowel onder druk als vrijwillig.” De Raad besluit dat “de wereld moet het mogelijk uitbreken van ziektes detecteren en controleren.“ Maar een analyse van eerdere werkgroepen en commissies op hoog niveau, opgericht na de H1N1 griep-pandemie van 2009 en de uitbraak van Ebola toonde aan dat “aanbevelingen gebrekkig of zelfs helemaal niet uitgevoerd werden”, wat leidde tot een golf van paniek en verwaarlozing: “In het geval van pandemieën verhogen we de inspanningen als er een ernstige dreiging is, maar we vergeten het vlug zodra de dreiging vermindert.“ Tussen 2011 en 2018 volgde de Wereldgezondheidsorganisatie 1483 uitbraken in 172 landen. De Raad stelt vast dat “potentieel epidemische ziekten zoals griep, SARS, MERS, Ebola, Zika, pest, gele koorts en andere de voorbode zijn van een nieuw tijdperk van uitbraken met zware gevolgen en mogelijks vlugge verspreiding, die steeds vaker vastgesteld worden en steeds moeilijker te beheersen zijn.“ In dit verband werd voorspeld dat armen er meer zouden onder lijden, want “degenen zonder basisgezondheidszorg, zonder openbaar gezondheidssysteem, infrastructuur en efficiënte besmettingsdetectie zullen de grootste slachtoffers zijn, onder de vorm van doden, woonstverlies [displacement] en economische rampen.“ De nadruk die het Global Preparedness rapport legt op openbare gezondheidssystemen is des te opvallender als men weet dat zowel de Wereldbank - cosponsor van de GPMB - en de Gates Foundation [efn_note] Filantropisch fonds opgericht door Microsoft-miljardair Bill Gates [Noot van de vertaler] [/efn_note] die bij de GPMB vertegenwoordigd is door Dr. Chris Elias, voorzitter van het World Development Program, actieve pleitbezorgers geweest zijn van publiek-private partnerships (PPP’s) inzake gezondheidszorg, en dat ze de openbare diensten ondermijnd hebben. Ze waren voorstanders van een focus op de allerarmsten en welbepaalde ziekten, zoals malaria of Ebola, maar ten koste van de ontmanteling van algemene gezondheidssystemen. De Wereldbank promoot actief de publiek-private partnerships in de gezondheidssector, naar het voorbeeld van de firma Odebrecht in Brazilië. De wereldwijde samenwerkingsverbanden op het gebied van gezondheidszorg die actief ondersteund worden door de Gates Foundation zijn te zeer gericht op een geïsoleerde benadering [silo approach], en ze leiden de aandacht en de middelen af van openbare gezondheid als een systeem. Zo vindt de Raad bijvoorbeeld dat “het Global Polio Eradication Initiative zich toegespitst heeft op de detectie en identificatie van het poliovirus, maar daarbij is niet geprobeerd een algemener beeld te vormen van de gezondheidstoestand.”  Weliswaar heeft de ervaring met polio gezorgd voor een betere voorbereiding bij de uitbraak van andere ziekten (zoals Ebola in Nigeria in 2014-2016), maar die mogelijkheden worden bedreigd door de voorziene afbouw van de financiering eens polio uitgeroeid is. De invloed van de Gates Foundation op de gezondheidszorg wereldwijd is enorm. Gates levert de tweede grootste bijdrage aan de Wereldgezondheidsorganisatie (na de Verenigde Staten [efn_note] Trump kondigde aan die bijdrage te schrappen … [Noot van de vertaler ][/efn_note] en is de leidende fondsbezorger voor ‘gezondheidsallianties’ zoals GAVI, toegespitst op vaccinatie. [caption id="attachment_18722" align="alignleft" width="222"] "Philanthrocapitalism in global health and nutrition: analysis and implications", een van de weinige studies over de rol van 'filantrokapitalisme' in de gezondheidszorg. Klikken op de figuur om down te loaden (pdf, 5 blz.)[/caption] In een van de weinige studies over de rol van het ‘filantropisch kapitalisme’ op het vlak van de gezondheidszorg stelden Nicoletta Dentico (Health Innovation in Practice) en Karolin Seitz (Global Policy Forum) dat “de productivistische en vrije markt-visie van de sleutelfiguren in de filantropische sector ertoe bijgedragen heeft een nieuwe politieke cultuur voort te brengen erop gericht om gezondheid en voedselvoorziening in een medische en marktgerichte richting te sturen. Deze benadering wordt gekenmerkt door “een gebrek aan verantwoordingsprocedés, publiek-private partnerships, continue afbouw van de openbare sector en van de verantwoordelijkheid van regeringen om publieke goederen en diensten ter beschikking te stellen, en door een gebrek aan transparantie.” Met een bewonderenswaardige zin voor zelfkritiek erkende de Raad zelf in zijn rapport van 2019 over Global Preparedness dat “organisaties die fondsen en programmatische ondersteuning verlenen aan landen, zoals het Global Fund to Fight AIDS, TB and Malaria (Global Fund) en GAVI, niet expliciet preventie en voorbereiding incalculeren om tot meer veiligheid te komen op het vlak van gezondheid.” De Raad beveelt in het bijzonder aan dat vrouwen zouden betrokken worden in de beslissingen, aangezien “de meerderheid van de formele en informele zorgverstrekkers vrouwen zijn”. Verder beveelt de Raad aan om de samenleving erin te betrekken, iets dat “fundamenteel ontbreekt” op alle gebieden van paraatheid en respons. De Wereldbank schatte dat een wereldwijde griep-pandemie vergelijkbaar met die van 1918 aan de moderne economie 3000 miljard US $ zou kosten, wat neerkomt op 4,8% van het wereld-BBP. Die kost zou 2,2% van het BBP bedragen voor een matige griep-pandemie. Om het hoofd te bieden aan een dergelijk economisch risico was de schatting dat de meeste landen gemiddeld één à twee US $ per persoon per jaar zouden moeten spenderen om zich voldoende op een pandemie voor te bereiden. Volgens de Raad zou “een jaarlijkse investering van 1,9 à 3,4 miljard US $ in betere gezondheidssystemen voor mens en dier leiden tot een wereldwijde publieke winst van jaarlijks meer dan 30 miljard US $, wat een return on investment van minstens 10 op 1 vertegenwoordigt. Hoe kan men zich voorbereiden op het onverwachte? Volgens de Raad zullen effectieve, toegankelijke en efficiënte lokale gezondheidssystemen die instaan voor de basisbehoeften, en diensten voor mentale gezondheid en psychosociale zorg niet alleen voor de essentiële preventie zorgen, maar ook allerlei voordelen bieden bovenop het voorbereid zijn, zoals het voorkomen en de beheersing van besmettelijke ziekten, een betere algemene gezondheidstoestand, meer gemeenschapsvertrouwen en meer reactievermogen. Zuid-Korea slaagde er in 2018 bijvoorbeeld in om een uitbraak te bedwingen die riskeerde een tweede MERS te worden; deze ervaring was nuttig voor het relatieve succes van Korea bij de bestrijding van COVID-19. Maar Zuid-Korea was de uitzondering eerder dan de regel, en het coronavirus kwam terecht in nationaal en globaal onvoorbereide gezondheidssystemen. In februari van dit jaar was de epidemie al bekend, en de Wereldgezondheidsorganisatie vroeg 676 miljoen US $ om in maart en april te  spenderen om de verspreiding van het nieuwe virus te kunnen een halt toeroepen, en landen met een zwakker gezondheidssysteem te helpen. Maar de WHO kreeg slechts 15 miljoen US $ van het United Nations Central Emergency Response Fund (CERF). Dat was helemaal niet voldoende, en de WHO creëerde met de United Nations Foundation het Solidarity Response  Fund COVID-19 , een crowdfunding website die individuele schenkingen verzamelt. Ondertussen kondigde de Wereldbank een eerste pakket van 12 miljard US $ maatregelen tegen COVID-19 aan, in de eerste plaats gericht op een versterking van de gezondheidssystemen en steun aan de private sector om de economische gevolgen van de crisis te bestrijden. Het Internationaal Muntfonds IMF kondigde van zijn kant aan dat het 50 miljard $ zal ter beschikking stellen aan lage en middelgrote inkomenslanden. Deze bedragen zijn verre van indrukwekkend, als men zich herinnert dat één enkel land, Argentinië, verleden jaar 45 miljard $ ontving voor een mislukte poging om de economische instorting te vermijden. Bovendien was de totale publieke en private schuld van ontwikkelingslanden vóór de crisis al op een recordhoogte van 200% van hun BBP, zoals in 2018 aangetoond door de UNCTAD, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties. Het gebrek aan vooruitziendheid met het oog op de aangekondigde pandemie verplicht regeringen nu wereldwijd om extreme en innovatieve gezondheidsmaatregelen te nemen. De dreigende schuldencrisis vraagt nu ook om vooruitziendheid, leiderschap en innovatie. En wie zal er durven zeggen dat we niet gewaarschuwd waren? (*) Roberto Bissio is coordinator van het Social Watch netwerk, bestaande uit organizaties die strijd voeren “tegen armoede en de oorzaken ervan, tegen discriminatie en racisme, voor eerlijke herverdeling en voor de mensenrechten”. Er zijn werelwijd honderden organisaties bij aangesloten, o.a. 11.11.11 en CNCD (België). Het artikel verscheen oorspronkelijk op 27 maart 2020 op Global Policy Watch, een gemeenschappelijk initiatief van Social Watch en Global Policy Forum (GPF). Deze laatste organisatie is een ‘beleidswaakhond’ die het beleid van de Verenigde Naties en andere globale organisaties nauwkeurig opvolgt. Ander Europa zorgde voor de Nederlandse vertaling van het artikel; er bestaat ook een Spaanse versie.

De weg uit de crisis … volgens commissaris Timmermans

17/04/2020 - 15:09

door Herman Michiel 17 april 2020   Gisteren verscheen er in verschillende Europese media (NRC, Der Spiegel, L’Echo, La Stampa, Wyborcza…) een opiniestuk ondertekend door Frans Timmermans en Bertrand Piccard. Timmermans (Nederland, PvdA) is vice-voorzitter van de Europese Commissie en rechterhand van voorzitter von der Leyen; Piccard is een mediagenieke Zwitserse psychiater, ballonvaarder (zoals zijn bekende grootvader Auguste) en promotor van het Solar Impulse project dat de eerste wereldreis met een vliegtuigje op zonne-energie realiseerde. Het opiniestuk [efn_note] In het Nederlands alleen beschikbaar achter de betaalmuur van NRC. De Engelse versie is vrij beschikbaar op euractiv. [/efn_note] heeft een aantrekkelijke titel: Dit is de weg uit de crisis. Onnodig dezer dagen erbij te vermelden dat het over de coronacrisis gaat, maar Timmermans is niet vergeten dat hij binnen de Commissie verantwoordelijk is voor de Europese Green Deal. ‘De weg uit de crisis’ heeft bijgevolg de lovenswaardige ambitie om aan te tonen hoe de weg uit de coronacrisis kan samenlopen met de weg uit de klimaatcrisis. En het moet gezegd, Timmermans neemt geen diplomatiek blad voor de mond:

“Wat hadden we vóór Covid-19? Een logge, lineaire en koolstofspuwende economie die maar met grote moeite de werkgelegenheid en levenskwaliteit kon laten groeien, maar die wel natuurlijke bronnen uitputte, gevaarlijk afval en giftige vervuiling produceerde, en daarmee de bevolking en industrie voor grote risico’s stelde – om het klimaat nog maar niet te noemen. Is dit werkelijk waar we naar terugverlangen?”

De vraag is dus of we terug willen naar de kapitalistische economie die hier op een gebalde manier wordt samengevat. Helaas, we kunnen Ursula von der Leyen meteen geruststellen: er zit geen dissident in haar  Commissie. Dat blijkt meteen uit Timmermans' opvatting over ‘de andere weg’:

“We kunnen ons richten op kwalitatieve groei, met een circulaire, duurzame en hoogst concurrerende economie”.

Om het met een duur woord te zeggen: een duurzame hoogst concurrerende economie is een oxymoron, iets als een ‘vierkante cirkel’ of een ‘vreedzame oorlog’. In een hoogst concurrerende economie worden op grote schaal grondstoffen en arbeidskracht verspild door vele, onafhankelijk van elkaar opererende bedrijven die hun keuzes maken niet op basis van duurzaamheid en sociale noden, maar van winst. Het opiniestuk handelt dus niet over een andere economie, maar over de modernisering van de bestaande economie: energie-efficiënter, minder vervuilend enzovoort, maar kapitalistisch. Dergelijke moderniseringen zijn niets nieuws, en worden meestal door overheden gestuurd, aangezien de horizon van de individuele bedrijven daarvoor te beperkt is. Economische modernisering was trouwens een van de eerste initiatieven van het  Europees project (invoering van kernenergie met Euratom, rationalisering van de staalsector, in de textiel…). Timmermans doet zelfs weinig moeite om de echte doelstellingen van de Europese Green Deal te verbergen:

De Green Deal is een groeistrategie die tegelijkertijd ook ons milieu beschermt [efn_note] In het Engels is dit nog sprekender: “The Green Deal is a growth strategy which happens to also protect the environment.”[/efn_note]. (…) Investeren in deze nieuwe infrastructuur is niet een kostenpost, het is een manier voor de industrie om winst te vergroten en voor mensen om hun uitgaven te verlagen.(…) Het zal ons helpen om de grootste industriële markt uit de geschiedenis te scheppen, omdat het vandaag de dag winstgevender is het milieu te beschermen dan het te vernietigen.”

Nu worden grootschalige economische moderniseringen door overheden niet alleen gestuurd, maar ook royaal gesubsidieerd. De financiering met belastingsgeld van laadpalen voor elektrische auto’s  is nog maar klein bier in vergelijking met het manna dat lidstaten en de EU zelf (de ‘stimuleringsmaatregelen’ waarover Timmermans het heeft in zijn opiniestuk)  zullen ter beschikking stellen in het kader van de Green Deal. Dit zal des te gemakkelijker gaan nu de coronacrisis een legitieme reden lijkt voor de ‘bailout’ van de hele private sector. Timmermans:

“In plaats van de stimuleringsmaatregelen te gebruiken voor ‘business as usual’ – waarmee we ons opsluiten in oude economische modellen en investeren in oude middelen die straks onvermijdelijk stranden – zouden we moeten investeren in de nieuwe economie om beter uit de crisis te komen dan hoe we er ingingen, klaar voor de toekomst: duurzaam, inclusief, concurrerend en goed voorbereid.”

Het wordt trouwens uitkijken hoe initiatieven in het kader van de Europese Green Deal een herbestemming zouden kunnen krijgen bij het heropstarten van het Europees kapitalisme. Onlangs lekte een document uit van de Europese Commissie waarbij ‘minder essentiële’ groene projecten uitgesteld werden omwille van de coronacrisis [efn_note]Zie euractiv, LEAKED: Full list of delayed European Green Deal initiatives.  [/efn_note]. Zoals fondsen voor ‘Afrikaanse ontwikkeling’ herbestemd worden voor immigratiebestrijding, of fondsen voor industriële ondersteuning voor het militair-industrieel complex, zouden ‘groene’ subsidies wel eens een merkwaardige bestemming kunnen krijgen. Bijvoorbeeld voor de Big Data bedrijven die elke beweging van de burger steeds nauwkeuriger in kaart brengen, natuurlijk “in het kader van de coronabestrijding”… Waar sociaaldemocraat Timmermans, hier in een vals gezongen duet met een mediagenieke avonturier-techneut, het helemaal niet over heeft zijn ‘oude’ begrippen als Sociale Zekerheid, Openbaar Initiatief, Sterkste Schouders Zwaarste Lasten, laat staan Antikapitalistische Structuurhervormingen of… Socialisme.  

Twee standpunten over de financiering van de coronacrisis

15/04/2020 - 17:02

15 april 2020   U vindt hieronder twee verschillende gemeenschappelijke verklaringen van (vooral) economen en academici naar aanleiding van de rol van de Europese Unie in de bestrijding van het coronavirus.  Het ene is een stellingname (2 april 2020) van een vierhonderdtal progressieve economen en andere academici, gelanceerd door de EuroMemo Group (European Economists for an Alternative Economic Policy in Europe). Dit  is een netwerk van Europese economen "die zich inzetten voor het bevorderen van volledige werkgelegenheid met kwalitatief hoogstaande banen, sociale rechtvaardigheid vrij van armoede en sociale uitsluiting, ecologische duurzaamheid en internationale solidariteit" [efn_note] Het stuurcomité van de EuroMemo Group bestaat uit Marija Bartl (Amsterdam), Marcella Corsi (Rome), Judith Dellheim (Berlin), Wlodzimierz Dymarski (Poznan), Marica Frangakis (Athene), John Grahl (London), Peter Herrmann (Rome), Laura Horn (Roskilde), Maria Karamessini (Athene), Jeremy Leaman (Loughborough), Mahmood Messkoub (Den Haag), Heikki Patomäki (Helsinki), Ronan O'Brien (Brussel), Werner Raza (Wenen), Magnus Ryner (London) en Angela Wigger (Nijmegen).[/efn_note]. De verklaring bestaat in verschillende talen (zie de site van de EuroMemo Group). We publiceren dit standpunt en voegen er onze commentaar aan toe. [note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" ] [spacer] The COVID-19 crisis - een keerpunt voor het Europese project Verklaring van de EuroMemo Group (*) 2 April 2020     Het enorme menselijke leed in heel Europa als gevolg van de COVID-19-crisis is zonder twijfel een cruciale test voor de solidariteit van de Europese Unie, als ook voor de solidariteit in de wereld. Na de diep ontoereikende economische beleid respons op de financiële en economische crisis van 2008, zou een verder gebrek aan effectieve en coöperatieve reacties in deze huidige crisis de sociale en politieke spanningen tussen de lidstaten kunnen verergeren. In een dergelijk geval zou een verdere stagnatie, misschien zelfs een complete instorting, van de Europese integratie, onvermijdelijk zijn. Tot zover lijkt de COVID-19-epidemie in ieder geval de fetisj van het economisch beleid van de EU met ‘bezuinigingen’ tijdelijk te hebben onderdrukt. Geconfronteerd met massale werkloosheid en ongekende faillissementen als gevolg van de stopzetting van de economische activiteit door de regering, hebben de neoliberale en conservatieve beleidselites snel omvangrijke openbare ondersteuningsprogramma's opgezet met een totale omvang van 10 of meer procent van het EU-BBP. De Europese Commissie heeft de schuldcriteria van het begrotingspact opgeschort en effectief de strenge staatssteunregels geschrapt, terwijl de ECB na enige terughoudendheid haar beleid van kredietuitbreiding naar het financiële systeem heeft voortgezet. Het centrale economische dogma van het afgelopen decennium dat het grootste deel van de schuld draagt voor de politieke en economische problemen waarmee de EU vandaag wordt geconfronteerd, is snel weggevallen in een poging het kapitalistische systeem te behoeden van een potentieel existentiële crisis. Dit wijst echter niet noodzakelijk op een paradigmawijziging, zoals de financiële crisis van 2008/09 heeft aangetoond, toen de spelregels ook tijdelijk opzij werden gezet in het belang van crisisbestrijding. Evenwel heeft de crisis met klem de tragische beleidsmislukkingen blootgelegd van drie decennia privatisering en onderfinanciering van de openbare sector, met name wat betreft het het verstrekken van gezondheidszorg. De last drukt voor het overgrote deel op de financieel achtergestelde en ernstig onderbezette volksgezondheidsstelsels. Het cruciale belang van een sterke publieke sector wordt ruimschoots aangetoond door deze crisis en maakt een einde aan het neoliberale sprookje van de nachtwakersstaat. Het is geen toeval dat de COVID-19-crisis de verschrikkelijke gevolgen blootlegt van fiscaal uitgeklede openbare sectoren in met name landen als Italië, Spanje en Griekenland. Dit zijn de landen die het meest te lijden hebben gehad onder de economische polarisatie en de bezuinigingen die hun het afgelopen decennium hardhandig zijn opgelegd. Tegen deze achtergrond is het gebrek aan solidariteit van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en andere EU-leden jegens de landen die het meest door de pandemie worden getroffen schrijnend. Exportverboden van medische apparatuur, grenssluitingen en vooral de hardnekkige weigering om zelfs de emissie Corona-obligaties toe te staan, laat staan meer uitgebreide en permanente vormen van schulddeling, brengen enorme schade toe aan de politieke cohesie van de EU. Dat politieke leiders zoals de Italiaanse premier Giuseppe Conte ogenschijnlijk de steun van China, Rusland en andere landen benadrukken, wijst op de wijdverbreide frustratie over de politieke situatie in de EU. Hier komt nog eens bij dat de conservatieve en nationalistische krachten de crisis aanwenden om elke vorm van ingreep ter verlichting van de onhoudbare humanitaire situatie van de vluchtelingen die momenteel aan de EU-grenzen en de Griekse eilanden zijn gestrand, te blokkeren. De EU negeert de dreigende humanitaire en economische crisis in het Zuiden, en met name op het Afrikaanse continent, op eigen risico. De COVID-19-crisis zal dus niet alleen herinnerd worden als een humanitaire ramp met het vermijdbare verlies van duizenden levens, maar waarschijnlijk als een breekpunt voor het project van Europese integratie. De crisis zal uitzonderlijke sociale kosten met zich meebrengen in de vorm van hoge werkloosheid, meer armoede en een verdere toename van ongelijkheid. Gezien de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en de lidstaten was de centrale rol van de nationale regeringen tijdens de kritieke fase van de epidemie grotendeels onvermijdelijk. Zodra de ergste fase van de crisis is doorstaan, zullen de beperkingen van een nationale respons om de sociale en economische gevolgen van de crisis het hoofd te bieden, echter pijnlijk duidelijk worden. De hoge mate van financiële en economische integratie vereist een gecoördineerd en coöperatief programma op EU-niveau voor de wederopbouw van de Europese economie. Dit programma moet zichtbaar en overduidelijk breken met de neoliberale oriëntatie van het EU-beleid van de afgelopen drie decennia. Het moet de Europese economie transformeren in de richting van een model van productie en consumptie dat daadwerkelijk sociaal inclusief en ecologisch verantwoord is. Daartoe moet de Europese Green Deal worden omgevormd tot een Europese Green New Deal. De sociale dimensie moet prioriteit krijgen bij beleidsvoorstellen op EU-niveau ter bestrijding van massale werkloosheid, armoede en ongelijkheid. De schade die door het neoliberale dogma aan publieke diensten is aangericht, moet worden rechtgezet door ze te moderniseren. De milieudimensie moet onze energie-, transport- en voedselsystemen transformeren en onze ecologische voetafdruk en CO2-uitstoot beslissend verminderen. De democratische dimensie moet burgers betrekken bij de medebeslissing over investeringsprioriteiten, met name op regionaal en lokaal niveau. De financiering van overheidsinitiatieven, niet alleen om de huidige crisis te overwinnen, maar ook om de erfenis van deze crisis aan te pakken en een duurzame toekomst op te bouwen, kan niet door de nationale regeringen afzonderlijk worden gedaan. Er moeten gemeenschappelijke maatregelen worden ingevoerd, waaronder de uitgifte van Eurobonds en een omvangrijke EU-begroting, die al door veel landen in de EU wordt bepleit. De COVID-19-crisis heeft aangetoond dat de financiële middelen voor de uitvoering van een omvangrijk pan-Europees programma voor sociaal-ecologische transformatie wel degelijk beschikbaar zijn, zolang de politieke wil bestaat om ze te mobiliseren. Evenzo moeten internationale initiatieven voor schuldverlichting en ontwikkelingshulp snel worden opgezet en uitgevoerd. We roepen progressieve politieke krachten op om zich achter deze agenda te verenigen en samen te streven naar diepgaande politieke verandering. Deze verklaring is ondertekend door 400 wetenschappers en onderzoekers over heel Europa. De bijgewerkte lijst van ondertekenaars vindt u op www.euromemo.eu   [/note]   Het is zonder twijfel positief dat academici, in het bijzonder economen, zich publiek uitlaten over belangrijke sociale kwesties. Kritiek uit academische hoek kunnen politici moeilijk(-er) afdoen als 'populisme', en maakt meer kans om in de media enige aandacht te krijgen. Mits ze er zich op toeleggen kunnen wetenschappers en experten ook een belangrijke rol spelen in de voorlichting van een ruimer publiek, dat op die manier niet eenzijdig blootgesteld blijft aan de ideologische beïnvloeding door overheden en media. Het valt echter te vrezen dat de Verklaring te veel aan de oppervlakte blijft om iets uit te halen, terwijl het net de opdracht is voor wetenschappers om onder de oppervlakte van de verschijnselen te graven, om structuren bloot te leggen. Zo is er wel sprake van " het schrijnend gebrek aan solidariteit van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en andere EU-leden", maar dat dit gebrek aan 'solidariteit' een wezenlijk, verdragsrechtelijk  aspect is  van de Europese constructie wordt niet gezegd; een coöperatief economisch model is in strijd met de vrije-marktbeginselen waarop de EU gebouwd is. Er wordt ook even melding gemaakt van de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en de lidstaten, waardoor bijvoorbeeld het bestrijden van epidemieën een nationale materie blijft. Maar ook de precieze opdeling in nationale en Europese bevoegdheden behoort tot het DNA van de EU. Voor vrijhandelsverdragen of  de liberalisering van de openbare diensten  is er een uitgebreid dwingend Europees wetgevend en administratief kader, terwijl sociale voorzieningen, arbeidsinspectie of  de gezondheidszorg  buiten het gezichtsveld van de EU blijven. Het zijn ooit de keuzes geweest waarop de Unie tot stand kwam; een andere Europese politiek vereist een andere Unie, dat is de harde realiteit waar de Verklaring voor terugschrikt. Het is wel geen toeval dat meer radicale critici ontbreken onder de ondertekenaars, zoals  Eric Toussaint, Michel Husson, Ewald Engelen, Francisco Louça, Roland Erne, Costas Lapavitsas, Frédéric Lourdon  en vele anderen die verhelderende inzichten boden in het Europees gebeuren. Zelfs een Paul De Grauwe zou in dit lijstje niet misstaan hebben, wiens alternatief voor het Europees monetair beleid  een stuk dieper graaft dan de door sociaaldemocraten en Groenen zo geprezen  'coronabonds'. Hij is voorstander van een 'monetarisering' van de crisisbudgetten, waarbij de Europese Centrale Bank het nodige geld creëert en ter beschikking stelt, zodat de staatsschulden van de eurolanden [efn_note] Dat de niet-eurolanden van de EU hierbij buiten beschouwing blijven zou in feite ook veel meer in beschouwing moeten worden genomen.[/efn_note] niet stijgen. Dat is precies wat een groep van een honderdtal (vooral) Italiaanse academici verdedigen (14 april 2020) als reactie op de voorstellen die de Europese ministers van financiën van de eurozone (de Eurogroep) bereikten op 9 april [efn_note] Zie het artikel daarover Eurogroep: 14 dagen broeden op een bedorven ei. [/efn_note]. Ook hun standpunt vindt u hieronder in Nederlandse vertaling. Het is onze hoop dat publicatie van alternatieve voorstellen tot een beter inzicht kan leiden in een verwarrend Europees debat, dat in veel te beperkte kring wordt gevoerd. (hm) [spacer] [note note_color="#cccddd" class=" notitie90procent" ] "Verwerp dat akkoord" Standpunt van een 100-tal Italiaanse academici over het akkoord in de Eurogroep van 9 april   Het akkoord dat bereikt werd door de Eurogroep op 9 april in verband met de middelen om de pandemie en de zware economische gevolgen ervan te lijf te gaan is onvoldoende, het grijpt naar instrumenten die niet opgewassen zijn voor de taak, en ligt op een verontrustende wijze in de lijn van het beleid dat van de Eurozone de regio met de laagste economische groei maakte. Dit akkoord erkent de uitzonderlijkheid van de huidige situatie niet, die zonder weerga is in de voorbije eeuw. Het negeert ook het feit dat de paradigma’s die ten grondslag lagen aan het economisch beleid in de voorbije decennia erdoor in het gedrang komen. De ministers van financiën lijken te geloven dat de gebeurtenissen van vandaag binnenkort achter de rug zijn, zodat we daarna probleemloos naar de normaliteit kunnen terugkeren. Maar dat is een misvatting, zoals ook Mario Draghi bevestigde, de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank en een man met een internationale reputatie. De huidige uitzonderingstoestand vereist uitzonderlijke instrumenten, die moeten beantwoorden aan minstens twee vereisten:
  • ze moeten kunnen geactiveerd worden in de kortst mogelijke tijd;
  • ze moeten zoveel mogelijk de overheidsschuld beperken, schuld die in ieder geval zal toenemen door de bijkomende uitgaven die regeringen doen om de schade van de epidemie te beperken.
De enige mogelijkheid om aan deze twee voorwaarden te voldoen is monetaire financiering door de Europese Centrale Bank van een aanzienlijk deel van de bijkomende overheidsuitgaven. Deze optie wordt expliciet verboden door de Europese Verdragen. Maar in tijden van nood kunnen verdragen opgeschort worden zoals voorzien door het internationaal recht, en zoals in het verleden al gebeurde. Het monetariseren van overheidsuitgaven die niet kunnen uitgesteld worden is geen ongewone procedure. Deze aanpak werd onlangs geformaliseerd in het Verenigd Koninkrijk, terwijl de belangrijkste centrale banken - de Federal Reserve en de Japanse Centrale Bank - dit in de praktijk toepassen. In Italië vindt men er nu voorstanders van bij volgelingen van diverse ecoomische scholen: dat is niet vaak het geval bij beleidsvoorstellen. Bij de volgende topontmoeting van de staats- en regeringsleiders die het akkoord van de Eurogroep moeten ratificeren, moet Italië het akkoord verwerpen en voorstellen dat het grootste deel van de overheidsuitgaven bij het bestrijden van de economische crisis - die ook volgend jaar zal voortduren en zal verdubbelen in omvang - gefinancierd wordt door een tussenkomst van de Europese Centrale Bank. Als de partners dit weigeren zou het beste nog zijn te doen wat de Italiaanse eerste minister recent aankondigde voor deze noodsituatie:” We zullen het zelf oplossen”. [/note] [spacer] [spoiler title="Ondertekenaars:" icon="chevron"] (Onder hen James K. Galbraith) Nicola Acocella (univ. Roma La Sapienza) Giorgio Alleva (univ. Roma La Sapienza) Davide Antonioli (univ. Ferrara) Amedeo Argentiero (univ. Perugia) Pier Giorgio Ardeni (univ. Bologna) Alberto Avio (univ. Ferrara) Lucio Baccaro (Managing Director, Max Planck Institute, Colonia) Alberto Baccini (Univ. Siena) Roberto Balduini (economista, Roma) Federico Bassi (univ. Paris Nord) Annaflavia Bianchi (economista, Bologna) Maria Luisa Bianco (univ. Piemonte Orientale) Francesco Bogliacino (Univesidad Nacional de Colombia) Paolo Borioni (univ. Roma La Sapienza) Luigi Bosco (univ. Siena) Alberto Botta (univ. of Greenwich) Carmelo Buscema (univ. della Calabria) Sergio Bruno (univ. Roma La Sapienza) Eugenio Caverzasi (univ. dell'Insubria) Elena Cefis (univ. Bergamo) Sergio Cesaratto (univ. Siena) Federico Chicchi (univ. Bologna) Roberto Ciccone (univ. Roma Tre) Giulio Cifarelli (univ. Firenze) Valeria Cirillo (univ Bari) Carlo Clericetti (giornalista) Caterina Colombo (univ. Ferrara) Andrea Coveri (univ. Urbino) Antonio Cuneo (univ. Ferrara) Salvatore D'Acunto (univ. della Campania) Massimo D'Antoni (univ. Siena) Antonio Di Majo (univ. Roma Tre) Giovanni Dosi (Scuola Superiore Sant'Anna) Luigi Doria (univ. Ca' Foscari) Lucrezia Fanti (ricercatrice, Roma) Caterina Ferrario (univ. Ferrara) Jean-Paul Fitoussi (Sciences Po, Parigi) Thomas Ferguson (univ. of Massachusetts, Boston) Guglielmo Forges Davanzati (univ. del Salento) Maurizio Franzini (univ. Roma La Sapienza) Andrea Fumagalli (univ. Pavia) James K. Galbraith (univ. of Texas at Austin) Mauro Gallegati (univ. Politecnica delle Marche) Claudio Gnesutta (univ. Roma La Sapienza) Antoine Godin (univ. Sorbonne Paris Nord) Dario Guarascio (univ. Roma La Sapienza) Andrea Guazzarotti (univ. Ferrara) Alan Kirman (univ. Aix-Marseille) Heinz D. Kurz (univ. Graz) Valentino Larcinese (London School of Economics) Andres Lazzarini (univ. of London e Roma Tre) Riccardo Leoncini (univ. Bologna) Emanuele Leonardi (univ. Parma) Riccardo Leoni (univ. Bergamo) Enrico Sergio Levrero (univ. Roma Tre) Gianna Lotito (univ. Torino) Stefano Lucarelli (univ. Bergamo) Ugo Marani (univ. Napoli l'Orientale) Maria Cristina Marcuzzo (univ. Roma La Sapienza e Acc. Lincei) Massimiliano Mazzanti (univ. Ferrara) Marco Missaglia (univ. Pavia) Antonio Musolesi (univ. Ferrara) Nicola Negri (univ. Torino) Guido Ortona (univ. Piemonte orientale) Ugo Pagano (univ. Siena) Ruggero Paladini (univ. Roma La Sapienza) Thomas Palley (Independent economist, Washington D.C.) Dimitri B. Papadimitriou (Levy Economics Institute) Valentino Parisi (univ. Cassino) Gabriele Pastrello (univ. Trieste) Paolo Piacentini (univ. Roma La Sapienza) Paolo Pini (univ. Ferrara) Paolo Polinori (univ. Perugia) Cesare Pozzi (Luiss Guido Carli e univ. di Foggia) Felice Roberto Pizzuti (univ. Roma La Sapienza) Lionello Franco Punzo  (univ. Siena) Michele Raitano (univ. Roma La Sapienza) Simonetta Renga (univ. Ferrara) Riccardo Realfonzo (univ. del Sannio) Louis-Philippe Rochon (Laurentian University, Canada) Umberto Romagnoli (univ. Bologna) Roberto Romano (economista) Sergio Rossi (univ. di Friburgo) Vincenzo Russo (univ. Roma La Sapienza) Roberto Schiattarella (univ. Camerino) Mario Seccareccia (univ. Ottawa) Alessandro Somma (univ. Roma La Sapienza) Antonella Stirati (univ. Roma Tre) Giuseppe Tattara (univ. Venezia) Pietro Terna (univ. Torino) Mario Tiberi (univ. Roma La Sapienza) Stefano Tomelleri (univ. Bergamo) Leonello Tronti (univ. Roma Tre) Gianni Vaggi (univ. Pavia) Marco Valente (univ. dell'Aquila) Vittorio Valli  (univ. Torino) AnnaMaria Variato (univ. Bergamo) Carlo Vercellone (univ. Paris 8) Matias Vernengo (Bucknell University, Usa) Marco Veronese Passarella (Leeds University Business School) Giulia Zacchia (univ. Roma La Sapienza) Maurizio Zenezini (univ. Trieste) Gennaro Zezza (univ. Cassino) [/spoiler]    

Pagina's